Bescherming van kinderen tegen geweld

Katoto Matensi (dit is zijn pseudoniem) is 17. Hij is afkomstig van een gemeenschap dicht bij Walikale, in Noord-Kivu. Toen wij hem ontmoet hebben was hij al twee dagen in het BVES transitcentrum (Bureau voor Vrijwilligers ten dienste van Kind en Gezondheid).
"Ik werd tot tweemaal toe gerekruteerd door het leger. Zes jaar geleden, toen ik naar de mis ging met mijn familie, hebben de soldaten van de Mai Mai Kirikicho de kerk omcirkeld. Ze hebben iedereen gevangen genomen. Ze hebben mij weggevoerd naar het bos, samen met mijn broers. Mijn broers werden gedemobiliseerd want er was toen een demobilisatie van de volwassenen. Omdat ik een kind was, mocht ik niet vertrekken. Ik ben gedurende twee jaar in het leger gebleven. Maar toen ben ik ontsnapt. Ik ben naar mijn dorp teruggekeerd. Op een dag liep ik buiten het dorp, met mijn oom, om geld te verdienen. Mijn tante was zwanger. Mijn oom heeft me toen gevraagd om geld terug te brengen voor zijn vrouw. Op de terugweg naar het dorp heeft het leger van Mai Mai Kifuafua al mijn geld afgepakt. Ik kreeg slagen en werd geïntimideerd. De militairen hebben mij laten kiezen: ik moest in hun leger of ik zou dood gaan.
Ik heb geantwoord dat ik nooit zou kiezen om soldaat te worden, maar dat het nog beter was dan het leven te verliezen. En dus ben ik dan gedurende 4 jaar in het leger van Mai Mai Kifuafua gebleven. Gedurende die lange tijd mocht ik mijn familie niet zien. In het leger was ik de begeleider van de majoor. Ik heb meegedaan aan de gevechten als verkenner van de majoor. Ik heb gestreden op 5 fronten. Bij ons waren er geen doden want we waren beschermd door de fetisjen, maar ik weet dat er bij de tegenstrijders veel doden vielen, want ik heb hun lijken gezien.
Toen ik hoorde dat ik mocht meedoen aan een demobilisatieactie die georganiseerd was door de MONUC (VN-Missie in de Democratische Republiek Congo) en de BVES, heb ik niet lang geaarzeld. Ik weet dat mijn familie heel blij zal zijn om mij terug te zien, want ik ben het enige kind dat overblijft. Ik heb horen zeggen dat mijn broers gevlucht zijn in het woud toen ons dorp werd aangevallen. Niemand weet waar ze nu zijn. Bij de demobilisatie hebben wij ons uniform moeten achterlaten in het kamp. Wij liepen dus in ondergoed. Gelukkig hebben we een UNICEF-kit gekregen met kledij. Ik zal hier in het transitcentrum enkele weken blijven terwijl men op zoek gaat naar mijn familie. Hier krijg ik psychosociale hulp, ik mag hier ook inhaallessen volgen, er zijn ontspanningsactiviteiten, enz. Ik voel me heel vrij, echt op mijn gemak, want ik leef niet meer in dezelfde omstandigheden dan in het leger."
![]() |
|
![]() |
![]() |
||
![]() |









