Chili: UNICEF maakt een stand van zaken op
De aardbeving met de kracht van 8,8 op de schaal van Richter die Chili op 27 februari trof maakte meer dan 700 dodelijke slachtoffers en maakte ongeveer 2 miljoen mensen dakloos. Heel wat gebouwen, ziekenhuzen, scholen en woningen werden vernietigd.
©REUTERS/Ivan Alvarado
Deze aardbeving vond amper 6 weken na de aardbeving van 12 januari in Haïti plaats, waar momenteel nog een grootschalige humanitaire operatie aan de gang is.
UNICEF is sinds meer dan 50 jaar actief in Chili en zal, zoals het in Haïti ook het geval is, hulp verstrekken aan de slachtoffers van de aardbeving in Chili en met name aan de kinderen.
De Chileense overheid identificeerde 5 grote “rampenzones”: Bio-Bio, Maule, Araucania, Valparaiso en Metropoliotan Santiago.
De overheid zou bepaalde vormen van internationale hulp aanvaarden onder de vorm van veldhospitalen, tijdelijke bruggen en waterzuivering. UNICEF maakt samen met andere agentschappen van de VN en de Chileense overheid een stand van zaken op.
Hoewel het aantal slachtoffers nog zal blijven stijgen de dagen na de aardbeving, wordt verwacht dat het totale aantal slachtoffers veel lager zal liggen dan in Haïti. De aardbeving in Haïti was weliswaar minder krachtig dan deze in Chili maar door de armoede en de zwakke infrastructuur is de schade in Haïti merkelijk groter.
Tijdens alle noodtoestanden zijn kinderen de grootste slachtoffers. UNICEF pleit er dan ook voor dat inspanningen worden geleverd om de kinderen zo snel mogelijk de nodige bijstand en bescherming et bieden. De terugkeer naar school is hierbij een belangrijke factor. De start van het nieuwe schooljaar, voorzien voor maandag 1 maart in Chili, werd met een week uitgesteld.









