Haïti: de situatie en de hulp van UNICEF op vrijdag 15 januari 2010
Naar schatting bevonden 3 miljoen mensen zich in de zones die het ergst getroffen werden door de aardbeving van dinsdag 12 januari 2010 in Haïti. Bijna de helft van deze personen zijn kinderen, de meest kwetsbare slachtoffers.
Vóór de catastrofe was Haïti al één van de armste landen ter wereld en het armste land van het Amerikaanse continent. Haïti kampt al vele jaren met de gevolgen van geweld, onveiligheid en opeenvolgende natuurrampen. De kinderen in de regio kennen ernstige tekorten op het vlak van gezondheidszorg, onderwijs, bescherming en zuiver water. De aardbeving heeft hun situatie er alleen maar erger op gemaakt.
Vele overlevenden komen samen in parken en slapen buiten uit angst voor een naschok. De allereerste prioriteit is nog altijd het opzoeken en redden van overlevenden uit het puin.
De getroffen Haïtianen hebben een schrijnende nood aan medicale hulp, voedsel, drinkbaar water en schuilplaatsen. Met het opdagen van ziektes zoals diarree, buiktyfus, cholera, dengue en malaria zullen in de komende dagen andere noden verschijnen.
UNICEF was al (met een vijftigtal personen) op het terrein aanwezig vóór de catastrofe en werkte nauw samen met locale organisaties. De aardbeving heeft onze bureaus erg beschadigd, daarom wordt de noodhulp in eerste instantie vanuit ons terreinbureau in de Dominicaanse Republiek bestuurd.
Een vliegtuig van UNICEF heeft al voor 500.000 dollar hulpgoederen ter plaatse geleverd: rehydratatiezouten, waterzuiveringstabletten, dekzeilen en tenten, met als doel een tijdelijke schuilplaats te bieden aan 10.000 personen. Een tweede vliegtuig zou vandaag 15 januari moeten landen met dekens, tenten en jerrycans.
Een derde vliegtuig met hulpgoederen waaronder dekzeilen, jerrycans, dekens, hygiënekits en gezondheidskits is voorzien voor zaterdag 16 januari. Andere vliegtuigen zullen volgen.
Op dit ogenblik zijn de wegen nog altijd geblokkeerd en verloopt de communicatie uiterst moeilijk. Vijf bevoorradings- en logistiekexperten worden ter plaatse getuurd om de UNICEF-ploeg op het terrein te komen versterken en de logistiek en medewerking met onze locale partners te coördineren.
Wat betreft de 1,5 miljoen kinderen die door de catastrofe getroffen werden, heeft Ann Veneman, uitvoerend directeur van UNICEF, zich als volgt uitgedrukt: “We zullen aan de protectie van de kinderen werken, om zeker te maken dat die kinderen die gescheiden zijn geweest van hun families, geïdentificeerd worden [...]. Het is in zulke noodsituaties dat een kind van de straat geplukt kan worden en ontvoerd. Dus één van de dingen waarop we aandringen is dat de kinderen worden geïdentificeerd, dat ze op een veilige plaats worden ondergebracht en dat men dan hun familieleden opzoekt zodat ze niet zomaar kunnen verdwijnen.”





