Skip to Content

Tsunami, 5 jaar later

In de vroege ochtend van 26 december 2004 vond 50 kilometer voor de kust van het Indonesische eiland Sumatra een zeebeving plaats. Op amper een half uur tijd trok de verwoesting door de tsunamitsunami een verwoestend spoor doorheen verschillende landen in Zuidoost Azië en de Oostkust van Afrika.

De eindbalans was bijzonder zwaar: 230.000 doden, bijna een miljoen daklozen en immense materiële schade. De uitdaging voor de humanitaire organisaties, overheden en bevolking was bijzonder groot. Wereldwijd kwam een enorme solidariteitsgolf op gang, die vandaag - vijf jaar later - nog steeds als uniek kan beschouwd worden.

De uitdagingen

Acht landen werden bijzonder hard door de tsunami getroffen: Indonesië, Sri Lanka, de Maldiven, India, Thailand, Myanmar, Somalië en Maleisië.

UNICEF opslagplaats in KopenhagenAl snel belooft de internationale gemeenschap om 14 miljard  US dollar te storten ten voordele van de reddings- en heropbouwacties in de getroffen gebieden. UNICEF kwam direct na de tsunami in actie. Dat kon omdat UNICEF in alle getroffen landen een kantoor heeft. Vanuit de UNICEF-opslagruimte in Kopenhagen vertrok in totaal 2000 ton noodhulpgoederen naar de getroffen regio’s.

In overeenstemming met de regeringen van de betrokken landen, met andere VN-organisaties en met lokale en internationale hulporganisaties richtte de UNICEF-hulpverlening zich in eerste instantie op 4 grote prioriteiten:
•    Overleving van de kinderen,
•    Bescherming van de niet-begeleide kinderen,
•    Bijstand aan de kinderen bij de verwerking van hun trauma’s,
•    Bescherming van de kinderen tegen uitbuiting en misbruik.

Eens er een zekere controle was over de noodtoestand, werd het mogelijk om aan de lange termijn heropbouw te beginnen. UNICEF kwam tussen in de acht meest getroffen landen in de volgende domeinen:
•    Gezondheid en voeding,
•    Toegang tot zuiver water, sanitaire infrastructuur en hygiëne (WaSH),
•    Opvoeding,
•    Bescherming van de kinderen (veiligheid voor kwetsbare kinderen).

De hulp van UNICEF

indonesië, 2009UNICEF verzamelde in totaal 694,7 miljoen US dollar om de bevolking van de door de tsunami getroffen gebieden ter hulp te komen. In oktober 2009 waren er al 672,2 miljoen dollar gebruikt en was er nog 22,5 miljoen dollar over. De heropbouwprogramma’s zijn nu afgerond in sommige landen en de activiteiten op langere termijn werden aan de overheid van het land toevertrouwd of in de bestaande programma’s van de UNICEF bureaus ter plaatse opgenomen. Gegeven de schaal van de heropbouwactiviteiten in Indonesië en Sri Lanka, zal UNICEF deze activiteiten verderzetten tot eind 2010.

Via de actie “Tsunami 12-12”, opgezet door het Belgisch Consortium voor Noodhulpsituaties (Caritas, Oxfam Solidariteit, Handicap International, Rode Kruis en UNICEF), werd in België op enkele weken tijd meer dan 50 miljoen euro ingezameld. Deze fondsen werden door de verschillende organisaties overgemaakt aan hun terreinbureaus in Sri Lanka en Indonesië.

UNICEF België op zich heeft meer dan 15 miljoen euro verzameld voor de slachtoffers van de tsunami. Het geld werd verdeeld tussen twee landen. In Indonesië werd 8.350.624 € voornamelijk besteed aan de bescherming van de niet-begeleide kinderen en aan de bescherming van de kinderen tegen uitbuiting en misbruik. De overige 6.778.810 € werden in Sri Lanka besteed aan toegang tot zuiver water, sanitaire infrastructuur en hygiëne (WaSH).

“Building back Better”

klas, indonesië, 2009De eerste prioriteit bestond uiteraard uit het redden van levens. Door de aanvoer van zuiver water en de organisatie van grootschalige vaccinatiecampagnes konden epidemieën en infectieziekten voorkomen worden. Tijdelijke scholen zorgden voor de opvang en psychosociale begeleiding van kinderen. Na enkele weken konden de inspanningen op de lange termijn heropbouw worden gericht. Centraal bij die lange termijn ontwikkeling stonden de betrokkenheid van de plaatselijke bevolking en het concept “Building back Better”. Kortom: dat wat je weer opbouwt moet beter zijn dan wat er eerst stond.

Dit principe werd op alle interventiedomeinen doorgetrokken: bij de heropbouw van de schoolgebouwen bijvoorbeeld werd ervoor gezorgd dat de gebouwen bestand zijn tegen aardbevingen, het onderwijsprogramma werd aangepast volgens het principe van de kindvriendelijke scholen die voor zowel jongens als meisjes toegankelijk zijn, leerkrachten werden gevormd, waterputten werden hersteld en verbeterd, sanitaire installaties werden gebouwd, gezondheidscentra werden opnieuw uitgerust...

meisjes, indonesië, 2009Belangrijke lessen voor de toekomst

De hulp- en heropbouwprogramma’s in de door de tsunami getroffen landen waren een gelegeheid om belangrijke lessen te leren voor de toekomst. Regeringen, internationale instellingen en NGO’s moeten hun activiteiten leren coördineren om elkaar aan te vullen in plaats van dubbel werk te leveren. Alle betrokken partijen moeten ook beter voorbereid zijn om snel te reageren op eventuele noodsituaties.

Als er al een positief gevolg te halen is uit de enorme ellende die de tsunami veroorzaakte, is het misschien het besef dat met een internationale solidariteit en het bundelen van krachten heel wat kan verwezenlijkt worden.   

-> Het UNICEF-rapport (pdf):
"Tsunami 5 year Anniversary Report"

-> Het rapport van het Belgisch Consortium voor Noodhulpsituaties
(pdf):
"Tsunami 12-12 kan vijf jaar hulpverlening afsluiten met een positief bilan"

-> Het persbericht van het Belgisch Consortium voor Noodhulpsituaties