UNICEF in Pakistan: 1 jaar na de overstromingen

Door het enorme aantal getroffen personen en de omvang van de verwoeste gebieden, worden de overstromingen tussen juli en september 2010 in Pakistan beschouwd als een van de zwaarste rampen die ooit werden geregistreerd.
Op het hoogtepunt van de overstromingen stond 1/5 van het Pakistaans grondgebied onder water, wat overeenkomt met de oppervlakte van Oostenrijk, Zwitserland en België samen.
De overvloedige regen heeft het leven van meer dan 18 miljoen mensen grondig verstoord, waaronder 1,4 miljoen vrouwen en 3,9 miljoen kinderen. De veroorzaakte schade wordt op 9.7 miljard dollar geraamd.
Op dit moment is 97% van de vluchtelingen teruggekeerd naar huis, maar de behoeften op het terrein zijn nog groot. Alles is nog verre van onder controle. De impact van de overstromingen zal zich ook de volgende jaren nog laten gevoelen. Dit is niet zo verwonderlijk als we weten dat bijvoorbeeld 10.000 scholen en 1.700.000 huizen gedeeltelijk of geheel werden vernietigd.
Qua inzet van personeel en financiële middelen, is deze interventie van UNICEF in Pakistan één van de belangrijkste uit zijn hele geschiedenis.
Hieronder vindt u een overzicht van de verschillende acties op het terrein, één jaar na de catastrofe, op het gebied van kinderbescherming, voeding, toegang tot water (WASH), gezondheidszorg en onderwijs.
Men schat dat in Pakistan 32% van de meisjes onder de 18 jaar getrouwd zijn en dat 3,3 miljoen kinderen jonger dan 14 jaar werken om in de behoeften van hun familie te kunnen voorzien. De overstromingen hebben hun situatie in belangrijke mate verslechterd en heeft hen nog kwetsbaarder gemaakt. Om hen te helpen heeft UNICEF:
- 1200 ‘kindvriendelijke ruimten’ geopend. 397.000 jonge Pakistanen, waaronder 186.000 meisjes, bezochten op regelmatige basis deze centra. Ze krijgen er de mogelijkheid om in een veilige en rustige omgeving elkaar te ontmoeten en hun vaardigheden te ontwikkelen. Voor hen die dat wensen, is er ook psychologische ondersteuning voorzien.
- in 4 provincies, 163 opvangcentra specifiek voor vrouwen opgericht. 11.000 van hen hebben er advies en ondersteuning gekregen.
- verschillende structuren gecreëerd voor de bescherming van kinderen, o.a. 14 mobiele eenheden, verbonden aan het departement voor sociaal welzijn, en 1500 comités die hulp hebben verleend aan ongeveer 70.000 kinderen. Daarnaast werden in de provincie Beloetsjistan ook twee eenheden opgericht voor kinderen die het slachtoffer waren van misbruik. Deze centra werden ondergebracht in de ziekenhuizen binnen dit district. Men registreerde er 32 minderjarige kinderen die met dergelijk geweld werden geconfronteerd. Zij werden er ook opgevangen.
- de « Mine Risk Education Working Group » (educatieve werkgroep rond de risico’s van mijnen) opgericht en preventie-informatie gegeven aan 238.000 mensen, waaronder 184.000 kinderen.
- de overheden instructies gegeven betreffende de preventie en opsporing van geweld tegen vrouwen en de bescherming van kinderen in noodsituaties.
- het personeel van de provinciale overheden een opleiding gegeven rond de identificatie en de opvolging van niet-begeleide minderjarige kinderen.

Nog vóór de overstromingen was ondervoeding al een groot probleem in Pakistan. De overvloedige regen heeft de omvang hiervan nog doen toenemen, door duizenden getroffen mensen te verdrijven uit hun reeds geïsoleerd bestaan en hun afgelegen landelijke gebieden. Hierdoor kregen ze het nog moeilijker om in hun voeding te voorzien. Het ergste was dat de overstroming 500.000 veedieren over het land heeft verspreid en bijna 2,2 miljoen hectaren landbouwoogsten heeft bedolven onder het puin en het slijk. De watertoevloed heeft niet alleen het pas gezaaide goed vernietigd, maar duidelijk ook alle volgende zaaisels verhinderd. Om de desastreuze gevolgen van ondervoeding tegen te gaan heeft UNICEF:
- een procedure ingesteld om ondervoeding op te sporen, waarmee het 2 miljoen kinderen en 600.000 zwangere vrouwen of moeders met zuigelingen heeft geholpen.
- een behandeling gegeven aan 351.000 kinderen die aan een ernstige of gematigdere vorm van ondervoeding leden.
- aan 300.000 leden van het verzorgend personeel en jonge moeders brochures uitgedeeld over de voeding van zuigelingen en jonge kinderen.
- de actiemogelijkheden van de overheden versterkt in hun strijd tegen de ondervoeding door hen technische bijstand te verlenen.
- gewerkt aan de opzet en de uitvoering van een programma rond voeding in alle tijdelijke opvoedingsruimten en scholen.
De overstromingen hebben ook de watervoorzieningsinstallaties en de sanitaire infrastructuur vernietigd. In de getroffen gebieden heeft nu slechts 12% van de mensen toegang tot toiletten, tegenover 70% voordien, terwijl slechts één Pakistaan op twee nog aan drinkwater kan geraken. Tijdens de noodsituatie heeft UNICEF:
- dagelijks 5.1 miljoen mensen van drinkwater voorzien, wat overeenkomt met de helft van de Belgische bevolking.
- de bronnen voor watervoorziening zo behandeld dat 4 miljoen Pakistanen deze verder konden gebruiken.
- aan 4,7 miljoen getroffenen advies verstrekt over hygiëne, in het bijzonder aan de vrouwen en de kinderen, en 3.000 gemeenschapswerkers opgeleid in het praktisch naleven van een goede hygiëne.
- 1.4 miljoen stukken zeep uitgedeeld en 550.000 hygiënekits.

De overstromingen hebben het leven verstoord van 3 miljoen kinderen jonger dan 5 jaar, en van 780.000 zwangere vrouwen. Grote schade werd berokkend aan de ziekenhuisinfrastructuren en verzorgingscentra. Deze situatie heeft de onzekere situatie van de bevolking versterkt, in een land dat op het moment van de ramp al een gebrek had aan een voldoende aanbod van diensten.UNICEF heeft in de getroffen gebieden:
- respectievelijk 11.7 en 10.4 miljoen kinderen ingeënt tegen polio en mazelen.
- vitamine A verdeeld aan bijna 12 miljoen kinderen van 6 maanden tot 5 jaar oud.
- preventieadvies verleend aan meer dan 900.000 moeders om de verspreiding tegen te gaan van bepaalde aandoeningen als diarree en malaria …
- 135 pediatrische urgentiediensten gesteund in de provincies Punjab en Sindh.
- 180.000 kits «hulp bij bevalling » en « verzorging van pasgeborenen » geleverd.
- 470.000 families voorzien van muskietennetten.
Bovendien hebben in september 2011 en in april 2011, tijdens de actie- en sensibilizeringsweken over de gezondheid van moeders en hun kinderen, 13.3 miljoen kinderen een wormmiddel gekregen en 7.8 miljoen mensen hebben een vorming gevolgd rond gezondheid.
Voor de overstromingen gingen 7 miljoen kinderen niet naar school. In de getroffen gebieden heeft de overvloedige regenval het schoolsysteem ontredderd door de vernietiging van bijna 10.000 scholen. Om het gebrek aan infrastructuren te verhelpen en een aantal meisjes dat anders nooit naar school zou zijn gegaan toch een opleiding te geven, heeft UNICEF:
- 4.250 tijdelijke educatieve ruimten ingericht (ERI/Temporary Learning Centres ). Deze ruimten werden door 294.000 kinderen bezocht, waaronder 112.000 meisjes. In 150 ERI, werden ook kleuterklassen opgericht. Hier werden 12.000 kleuters begeleid, waarvan 6.400 meisjes.
- schoolmateriaal geleverd aan 794.000 leerlingen.
- zes tijdelijke scholen gebouwd (Transitional school Structures). UNICEF voorziet om ook 500 scholen op te richten tussen nu en de maand december. Deze infrastructuren die tientallen jaren kunnen meegaan, moeten op termijn de ETA vervangen die meestal in tenten zijn georganiseerd.
- 5.750 leerkrachten opgeleid om les te kunnen geven in noodsituaties en om inzicht te verwerven in de risico’s die zich in een dergelijke context voordoen.
- 1.100 leden van de ouder-, leerkrachten- en schoolbestuurcomités gesensibiliseerd, om een vereenvoudigde administratieve procedure te hanteren bij de inschrijving van de leerlingen in de verschillende scholen.
Submitted by admin on vr, 2011-10-14 13:16








