Hongersnood in Pakistaanse provincie Sindh
Dit blog item behoort tot het project Overstromingen in Pakistan
Vrijdag 28 januari 2011
In de provincie Sindh in Pakistan heersen net zulke alarmerend hoge ondervoedingcijfers als in Tsjaad en Niger. De levens van tienduizenden kinderen worden door honger bedreigd.
Sindh is vorig jaar zwaar getroffen door de overstromingen. Het is niet duidelijk of die hebben gezorgd voor de piek in de ondervoedingcijfers. Wel heeft de ramp de omvang van dit probleem duidelijk gemaakt: baby's en hun moeders werden pas na de overstromingen voor het eerst gescreend op ondervoeding.
Het ministerie van Gezondheidszorg in Sindh meldt dat ruim 23 procent van de kinderen tussen de 6 maanden en vier jaar in het noorden van Sindh lijdt aan ondervoeding. In het zuiden van deze provincie geldt dit voor ruim 21 procent van de kinderen. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft bepaald dat ondervoedingpercentages boven de 15 procent aanleiding geven voor noodhulp. Bovendien is ruim 6 procent van de kinderen in Sindh ernstig en acuut ondervoed. Zij hebben direct levensreddende hulp nodig.
UNICEF werkt samen met de overheid om de kinderen in Sindh te helpen. "Wij zien mogelijkheden om hen zowel op de korte als langere termijn hulp te bieden," zegt Pascal Villeneuve, directeur van het UNICEF-kantoor in Pakistan. UNICEF leidt een cluster van hulporganisaties die onder andere zorgen voor therapeutische voeding.
Eind juli 2010 kwam ruim een vijfde deel van Pakistan als gevolg van zware regen onder water te staan en 20 miljoen mensen werden getroffen door de wateroverlast. Zes maanden na de ramp leven gemeenschappen in Sinds nog steeds in overstroomde gebieden. In Sindh en de provincie Balochistan wonen ook nog steeds ongeveer 600.000 mensen in opvangkampen.
Terug naar het project Overstromingen in Pakistan






