Brussel : 21 kinderen op straat

De laatste weken stonden vijf Romafamilies centraal in de actualiteit : ze werden uit hun noodverblijfplaats gezet in de Fritz Toussaint-straat in Elsene. De families zagen hierna geen andere oplossing dan te overnachten in een park in de hoofdstad. UNICEF herinnert België aan zijn engagement om niet alleen de Internationale Conventie inzake de Rechten van het Kind te respecteren, maar ook te garanderen dat deze gerespecteerd wordt.

Op 13 mei 2015 beslist het federale agentschap Fedasil om meerdere Romafamilies uit hun verblijfplaats te zetten. De Roma zijn afkomstig uit Slovakije en verblijven reeds meerdere jaren in België. Sommige kinderen zijn zelfs hier geboren. Deze beslissing treft bovendien ook 21 kinderen ouder dan 8 maanden, maar jonger dan 15 jaar.

Twee weken later verblijven de families nog altijd in het Brusselse park.
Aangezien de Slovaakse Roma Europese burgers zijn, kunnen ze geen asiel aanvragen. Maar toch zijn ze op de vlucht voor de discriminatie in hun thuisland.

Verenigingen die families helpen : Rom En Rom en ESG vzw.

Een onaanvaardbare situatie voor kinderen

Door de Internationale Conventie inzake de Rechte van het Kind te ondertekenen, heeft België zich geëngageerd om de rechten van het kind te respecteren en te doen respecteren. Deze rechten houden ook in dat kinderen recht hebben op een leven in familieverband, bevredigende levensstandaard, gezondheidszorg en onderwijs. Het belang van het kind moet dan ook steeds voorop geplaatst worden bij het nemen van maatregelen die hen aanbelangen. Niemand zal echter durven beweren dat het in het belang van het kind is om op straat te leven.

Zelfs indien er een noodoplossing gevonden zou worden, blijft de situatie van kinderen onaanvaardbaar. De onthaalcentra voor daklozen zijn niet aangepast aan kinderen of het familieleven. Deze voortdurende instabiliteit bedreigt dan ook de ontwikkeling van de kinderen en staat haaks op het respecteren van hun basisrechten.

Romakinderen : de meest kwetsbare groep in Europa

In Europa lopen kinderen van Roma de meeste kans om :

  • armoede te kennen;
  • slachtoffer te worden van geweld;
  • in instellingen geplaatst te worden;
  • en geen toegang te hebben tot gezondheidszorg.

Bovendien behoren de kinderen tot de laagst opgeleide kinderen binnen de Europese Unie. In bepaalde lidstaten worden ze bijna automatisch in gespecialiseerde scholen geplaatst die normaal gezien bedoeld zijn voor kinderen met een beperking. Deze « institutionalisering » isoleert hen van andere kinderen en ontzegt hen de toegang tot hoger onderwijs.

Gaten in het beleid

Op Europees niveau worden fondsen toegewezen aan de lidstaten voor de sociale inclusie voor Roma. Hoewel we deze inspanningen moeten aanmoedigen, moeten we tegelijkertijd erkennen dat het beleid tekort schiet. De Europese integratieprogramma’s voor Roma zijn vaak niet meer dan miniprojecten die geen structurele verandering introduceren.

De hoofdrolspelers in dit verhaal, de Roma zelf, worden niet gehoord. Ze hebben geen inspraak in de beslissingen die over hen genomen worden : we moeten ze mee betrekken in het politieke verhaal.

Meer nog, eigenlijk moeten we het volledige beleid ten opzichte van Roma herbekijken. De geest van het buitenlandse beleid van de Europese Unie – zoals bijvoorbeeld hulp aan landen die lijden onder een humanitaire crisis – is gestoeld op de rechten van de mens. Het binnenlandse beleid niet. De beleidslijnen met betrekking tot Roma werden niet primair aangestuurd door een invalshoek die gebaseerd is op de rechten van de mens. Nochtans moet de integratiepolitiek voor Roma AL hun rechten respecteren : op burgerlijk, politiek, cultureel en sociaal vlak.

Anti-Roma Racisme in Europa

De polemiek rond de «anti-Roma muur» tussen Moeskroen en Waterlos toont aan in welke mate de Roma deze tekortkomingen kristalliseren.

De voorzitter van de Franstalige Liga voor Mensenrechten, Alexis Deswaef, vergeleek de beruchte muur tijdens een radio-uitzending op « La Première » de muur met de situatie in Košice (Slovakije) waar « muren gebouwd worden om Roma uit de stad weg te jagen, om hun toegang tot de stad te verhinderen. »

« Uiteindelijk doen we het niet beter dan hun landen van herkomst. Dezelfde landen die door de Europese Raad met de vinger gewezen worden voor hun discriminatoire praktijken ten opzichte van Roma. »

De vijandige politiek ten opzichte van Roma steekt zowat overal in Europa de kop op : van anti-Roma brigades in Moldavië en strafmaatregelen in Slovakije. Maar ook dichter bij huis zoals de gewelddadige ontmanteling van kampen in Frankrijk, sluiting van kampeerplaatsen in het Verenigd Koninkrijk en strafwetvoorstellen in België.

Nood aan politieke moed

De situatie van de Roma in ons land vereist een politieke reactie. We hebben structurele maatregelen nodig in België en Europe, en dus ook in het land van herkomst. Zo kunnen kinderen opgroeien en zich ontwikkelen in een omgeving die hun fundamentele basisrechten respecteert.

UNICEF België vraagt om een gecoördineerd politiek antwoord gericht op het vinden van structurele oplossingen op de verschillende machtsniveaus. Dit houdt in:

  • Een betere coördinatie tussen alle interveniërende actoren op de eerste lijn (ngo, politie, beschermingssystemen etc.). Ze moeten beter ondersteund en geïnformeerd worden over de rechten van het kind.
  • Een betere politiek uitwerken om het kind-zijn te beschermen. Deze beleidsvoering moet in staat zijn de situatie van elk kind en elke familie in tijdelijke onderkomens of op straat uit te tekenen. Daarnaast moeten kind en ouders betrokken worden in het beslissingsproces.
  • Een preventief gezondheidsbeleid waarbij elk kind toegang heeft de kwaliteitsvolle gezondheidszorg.
  • Een betere educatieve integratie van Romakinderen. Net als alle kinderen hebben ook Romakinderen het recht om naar school te gaan.
  • De beleidsvoering moet gericht zijn op het garanderen van toegang tot een degelijke verblijfplaats.
  • Acties uitbouwen in het land van oorsprong om het respect voor minderhedenrechten te vergroten.

Romakinderen hebben dezelfde rechten en aspiraties als andere kinderen.

Ze moeten ALLE rechten genieten die ingeschreven staan in de Internationale Conventie inzake de Rechten van het Kind.