Trefwoorden

Crisis in Kasaï : veerkracht in beeld

Door het geweld en de onveiligheid in Kasaï in de Democratische Republiek Congo, was de regio tussen 2016 en 2018 het toneel van massale volksverhuizingen en grove schendingen van de mensenrechten. De graad van ondervoeding bij de kinderen was alarmerend hoog. Nu sommige zones opnieuw veiliger zijn geworden, keren duizenden gezinnen die de bush waren ingevlucht terug naar hun woonplaatsen en keert ook de hoop terug.

« Ik werd gekidnapt in Kinshasa door mensen die ik niet kende; ik bleef zes maanden lang bij hen […] Mijn teddybeer is mijn favoriete speelgoed. Ik vind het fijn om met hem rond te wandelen en hem te knuffelen.»

KANANGA, Democratische Republiek Congo  – De zachtheid waarmee Marie Ngalula Tshufuila, 13 jaar haar meest waardevolle bezit in de armen houdt – haar teddybeer – staat in fel contrast met de traumatische ervaringen die haar naar hier brachten. De foto werd gemaakt in een transitie- en oriëntatiecentrum in Kananga, de hoofdstad van de provincie centraal-Kasaï, in de Democratische Republiek Congo.

Sinds het geweld oplaaide in Kasaï in 2016, wordt de regio verscheurd door conflict. De kinderen zijn de grootste slachtoffers. In mei 2018 waren minstens de helft van de kinderen onder de vijf ondervoed. 260.000 van hen liepen het gevaar te sterven aan ernstige acute ondervoeding. Het schoolsysteem raakte ernstig verstoord, vele families moesten vluchten en kinderen werden  ingezet door gewapende groeperingen.

Lees meer >

Sinds oktober 2018 is de situatie gestabiliseerd en bepaalde zones in de regio zijn opnieuw veilig. Honderdduizenden Congolezen die zich in de bush hadden verscholen, of die naar buurland Angola waren gevlucht, komen nu terug naar huis. Vele militieleden hebben zich overgegeven. Ondanks de enorme uitdagingen, krijgen families beetje bij beetje weer hoop en bouwen hun leven opnieuw op. 

Annabelle, 17 jaar, had de indruk dat ze geen keuze had. Na de dood van haar vader, hertrouwde haar moeder met een man die haar niet accepteerde. Aangezien ze nergens naartoe kon, sloot Annabelle zich aan bij een lokale militie en  werd ze een rebellensoldaat.

«In het begin had ik schrik … maar met de nodige aanmoedigingen werd ik er ten slotte aan gewoon», vertelt ze.

Toen een groot aantal chefs van de militie uiteindelijk werden gedood, gaven de overblijvende kindsoldaten zich over en werden ze naar een transitiecentrum gebracht.

«Ik ben lid geworden van de militie, zonder goed te weten wat ik deed, en zonder me ervan bewust te zijn dat het niet goed was. Nu moet ik ermee leven.»

Annabelle wil directrice worden van de lagere school. Net zoals Marie, krijgt ze ondersteuning in het transitie- en oriëntatiecentrum Mpokolo Wa Muoyo in Kananga. Ze probeert er haar gestolen kindertijd terug te vinden. De transitiecentra bieden kinderen die deel hebben uitgemaakt van een militie, of die traumatische ervaringen hebben gehad, de urgente psychologische steun die ze nodig hebben en helpen hen om opnieuw aansluiting te vinden bij een zekere normaliteit, voor ze terugkeren naar hun familie en gemeenschap.

In het dorp Boya werd een noodklas opgericht door UNICEF, op de plaats waar de Kasanga Kalulu basisschool stond. Deze werd verwoest in 2017 tijdens de aanhoudende gevechten.

Sinds het begin van het conflict, werden meer dan 600 scholen en gezondheidscentra verwoest, waardoor vele kinderen niet meer naar school konden.

Bij gebrek aan een veilig klaslokaal, geeft Anto Nteka Shimanga les onder een boom, bij de Mpanya basisschool in Bakuakubala (Kasaï). Een lokale militie brandde de school plat in augustus 2017. Hoewel de klassen opnieuw zijn opgebouwd, blijft de toestand instabiel en vrezen de leerlingen voor hun veiligheid.

Bijna een half miljoen kinderen in de regio hebben hun schooljaar niet kunnen uitdoen in 2017. Sinds het begin van het conflict, werden honderden lagere en middelbare scholen aangevallen of opgeëist voor militaire doeleinden.

Voor families en kinderen in 2017 op de vlucht sloegen om zichzelf in veiligheid te brengen, gingen 125 leerlingen naar de Kamajiba Primary School in Tshikapa. Sinds de veiligheidssituatie zich heeft gestabiliseerd in delen van de regio, en de ontheemde kinderen terugkomen, is het aantal leerlingen explosief gestegen tot boven de 700. Er moesten dan ook tijdelijke klaslokalen worden geïnstalleerd om ze onder te brengen en ervoor te zorgen dat geen enkel kind in de kou bleef staan.

Een klein meisje draagt ​​een jerrycan vol water getapt aan een waterstation in Mbuji-Mayi, Kasai, dat werd gefinancierd door UNICEF. We leverden een generator om het water op te pompen en te distribueren. Het station levert water aan vijf dorpen.

“Toen een militie de burgerbevolking begon aan te vallen, besloten we naar Tshikapa [de hoofdstad van de provincie Kasai] te vertrekken. We liepen vijf dagen lang terwijl ik Patience op mijn rug droeg”, herinnert Mbombo Helene, 22 jaar, zich. Ze liep ongeveer 150 km om een veilige zone te bereiken. ” Mijn zoontje was ziek, maar het was onmogelijk om hulp te vinden. Hij stierf onderweg.”

Patience, die iets meer dan twee jaar oud is, wordt momenteel behandeld voor ondervoeding in het Kanzala-ziekenhuis in Tshikapa. In het hele land werden in 2018 meer dan 220.000 kinderen onder de vijf jaar opgenomen voor ernstige acute ondervoeding. Bijna 87 procent van hen werd met succes behandeld.

“De provincie was vroeger een broeihaard van etnische conflicten, maar de rust is nu weergekeerd. Wel aarzelen Congolezen nog om terug naar huis te komen,” vertelt Éric Kabamba, zorgverlener in het Kanzala-ziekenhuis, waar de vierjarige Batuakapapa Marie wordt behandeld op de afdeling intensieve zorgen die gespecialiseerd is in voeding.

Maandelijks worden hier tientallen ondervoede kinderen opgenomen. Ondervoeding blijft een van de meest dringende en ernstige bedreigingen voor kinderen in Kasaï.

“Vaak zijn kinderen ondervoed omdat de mannen vertrokken zijn en moeders niet de middelen hebben om hun kinderen goed te voeden,” vertelt Madeleine Kabondia.

Ze is gezondheidswerkster en leert Félie en 30 andere moeders hoe ze groenten kunnen kweken. Zo kunnen ze ervoor zorgen dat hun kinderen de nodige voedingsstoffen krijgen. “Ik geef hen tips en advies over hoe ze voedzame maaltijden kunnen bereiden voor hun kinderen.”

Het opleiden van gezondheidswerkers, moeders en leden van de gemeenschap over goede gewoonten om zuigelingen en jonge kinderen te voeden is, naast het verdelen van therapeutische voeding, de sleutel om te strijden tegen ondervoeding.

Wat doet UNICEF ?

Sinds 2017 hebben UNICEF en zijn parrners in Kasaï :

200.000 kinderen behandeld die lijden aan ernstige ondervoeding.

Bijna 4 miljoen kinderen gevaccineerd tegen mazelen en gele koorts ;

De toegang tot basisgezondheidszorg georganiseerd voor meer dan 163.000 mensen getroffen door conflicten en epidemieën ;

Sanitaire en hygiënekits verdeeld aan 900.000 mensen in zones getroffen door cholera. Meer dan 500.000 mensen kregen toegang tot water, sanitair en hygiëne;

Veilige toegang gegarandeerd voor 78.000 kinderen tot gemeenschappelijke ruimtes waar ze kunnen socialiseren, spelen en leren;

500 klassen opnieuw opgebouwd, die platgebrand of geplunderd waren tijdens het geweld, om kinderen te helpen terug naar school te gaan. Meer dan 100.000 kinderen kregen psychosociale steun en educatief materiaal;

UNICEF ondersteunde ook meer dan 5.000 niet-begeleide kinderen en kinderen die verbonden waren aan gewapende milities en hielp ze opnieuw te integreren in hun families en gemeenschappen.

Steun de kinderen in Kasaï