Trefwoorden

Het verhaal van Jacques, 8 jaar, die Ebola overleefde

In het oosten van de Democratische Republiek Congo is een Ebola-slachtoffer op drie een kind. Slachtoffers die de ziekte overleven, worden vaak gestigmatiseerd en raken daardoor geïsoleerd. Daarom werkt UNICEF samen met de lokale bevolking, zodat kinderen op een serene manier terug naar huis kunnen, eens ze genezen zijn.

“Ik ga heel graag naar school en vind het fijn om te leren ” lacht Jacques, een jongen van 8, die in een dorp vlakbij Butembo woont, een van de epicentra van de Ebola-epidemie in het oosten van de Democratische Republiek Congo (DRC).

Enkele weken geleden stond het leven van de jongen op zijn kop, toen zijn moeder buikpijn kreeg. Toen haar toestand niet verbeterde, ging ze naar het gezondheidscentrum in hun dorp, Mutambi. Ze werd meteen opgenomen. “Ik kon haar vaak bezoeken, want het gezondheidscentrum is vlakbij onze school”, legt Jacques uit.

Wat niemand wist is dat Ebola zich in het gezondheidscentrum verspreidde en alle aanwezigen infecteerde. “Ik begon me slecht te voelen en had zware hoofdpijn” herinnert de jongen zich. De symptomen die hij en zijn mama vertoonden leken sterk op die van Ebola.

Tests bevestigden de diagnose: moeder en zoon waren allebei geïnfecteerd met het Ebola-virus. Ze werden naar het Ebola-behandelingscentrum gebracht in Butembo – 45 minuten ver met de auto. Daar werden ze geïsoleerd en opgevangen door het medische team. Toen ze de diagnose te horen kregen, stond het leven van het gezin even stil. Nu Jacques en zijn moeder in isolatie zaten in Butembo, probeerden de andere gezinsleden de moed erin te houden. Jacques’ papa moest zijn werk als boer stopzetten om voor zijn broers en zussen te kunnen zorgen en Jacques te bezoeken.

Een psychosociaal assistente, opgeleid door UNICEF, ondersteunt de slachtoffers van Ebola in het oosten van de Democratische Republiek Congo.

Noëlla, een door UNICEF opgeleide psychosociaal assistente, werkte met de familie tijdens deze moeilijke periode. Ze bracht iedere dag een bezoek aan de familie en bracht hen eten. “De papa kon niet langer voor de gewassen zorgen in de moestuin om voldoende voedsel te produceren voor zijn dochters”, legt ze uit. Noëlla gaf de familie ook informatie, advies en troost.

Niemand wist of Jacques en zijn moeder gingen overleven, maar de twee patiënten begonnen tekenen van herstel te vertonen. Hun gezondheid ging er iedere dag op vooruit. Noëlla begon aan een nieuwe taak: de familie, vrienden en de gemeenschap voorbereiden op de terugkeer van de twee overlevenden. Dit is een essentiële stap omdat zoveel slachtoffers die Ebola hebben overleefd verworpen en gestigmatiseerd worden.

Noëlla ging op pad om de buren te ontmoeten, vrienden en andere betrokkenen, om hun angsten, hun  wantrouwen en hun bezorgdheden weg te nemen door hen goed te informeren en ervoor te zorgen dat de terugkeer van Jacques en zijn mama goed zou verlopen. “Ik legde uit dat de terugkeer van Jacques en zijn mama absoluut geen gevaar inhield voor hun gezondheid”, vertelt ze. Toen Jacques en zijn mama het behandelingscentrum verlieten en terugkeerden naar hun dorp, kregen ze dankzij Noëlla’s tussenkomst een warm welkom. Jacques begon meteen met de bal te spelen met zijn vrienden en bracht opnieuw meteen zijn dagen door met de vriendjes uit de buurt. Ze hadden geen schrik van hem.

Ook kon Jacques dankzij het werk van Noëlla terug naar school. Al zijn klasgenootjes wisten dat hij net Ebola had overleefd. Hij werd als een held verwelkomd in de klas.

Na weken van schrik, leed en isolatie, had Jacques zijn gewone leven weer opgenomen, en kan hij weer kind zijn. Hij gaat naar school, heeft plezier met zijn vrienden en wordt verwend door zijn familie.

“Ik ben blij dat ik terug naar school kan gaan, en geen lessen meer hoef te missen. Ik kan ook eindelijk de lessen inhalen die ik gemist heb en met mijn vrienden spelen. Ik ga heel graag naar school. Later wil ik president of leerkracht worden.

UNICEF in actie

De DRCongo beleeft de grootste Ebola-uitbraak uit zijn geschiedenis. WHO riep de epidemie uit tot een internationale gezondheidscrisis. Het risico dat de epidemie ook de buurlanden Rwanda, Burundi, Oeganda en Zuid-Soedan zal bereiken, is groot.

Sinds het begin van de crisis in augustus 2018 werkt UNICEF samen met het ministerie van gezondheid, de WHO (World Health Organization) en andere partners. Daarbij neemt UNICEF het voortouw op vlak van communicatie, WaSH, psychosociale ondersteuning, preventie en voeding.

Om de epidemie te bestrijden, wordt de lokale gemeenschap actief betrokken. UNICEF zet in op communicatie om mensen te informeren over de ziekte en over de manieren waarop de uitbraak kan ingeperkt worden.

UNICEF coördineert activiteiten op het gebied van water, sanitatie en hygiëne in gemeenschappen, scholen en gezondheidscentra om de verspreiding van de ziekte te helpen voorkomen;

We bieden psychosociale hulp aan kinderen en gezinnen die door de epidemie zijn getroffen, waaronder kinderen die besmet zijn met de ziekte;

UNICEF neemt preventieve maatregelen in scholen om een beschermende omgeving te creëren;

We bieden nutritionele hulp aan besmette mensen en kinderen van wie de ouders in quarentaine zijn.

UNICEF speelt ook een leidende rol bij het verstrekken van informatie over vaccinatie aan de door de uitbraak getroffen gemeenschappen.

De multidisciplinaire teams van UNICEF bestaan uit antropologen, die ervoor zorgen dat bij de preventiecampagnes en behandelingen culturele overtuigingen en gebruiken in acht worden genomen, met name als het gaat over de zorg voor zieke en overleden personen en de bezorgdheid van de bevolking over veilige en waardige begrafenissen.

Help kinderen die getroffen zijn door Ebola. Doe een gift