Trefwoorden

Het zijn bovenal kinderen!

Baghouz, het laatste bastion van IS is net gevallen. Tienduizenden mensen zijn verplaatst naar het vluchtelingenkamp Al-Hol, in het noordoosten van Syrië. Het lot van deze bevolking, opeengepakt in kampen onder Koerdisch toezicht is onzeker. Onder de vluchtelingen, duizenden kinderen. Soms niet begeleid, soms zelfs wees. Moeten zij terugkeren naar hun land van oorsprong? Vormen ze een bedreiging? Voor UNICEF zijn het bovenal kinderen. En elke dag ter plaatse is een dag dat ze geen kind kunnen zijn.

Hun aantal verrast. Al wekenlang komen vrouwen en kinderen aan in het Al-Hol vluchtelingenkamp.  Het kamp, onder Koerdische controle, herbergt vandaag 70.000 mensen. Een groot deel van hen zijn vrouwen en kinderen. UNICEF schat dat er 3.000 kinderen uit 43 landen in de Koerdische kampen in Syrië leven. Een twintigtal is Belg. Er zijn weeskinderen bij, aangewezen op zichzelf. Anderen leven er met hun moeder.

Een onmenselijke situatie

De situatie in Al-Hol is verschrikkelijk. Het aantal vluchtelingen ging op enkele weken tijd van 20.000 naar 70.000 mensen en de capaciteit van het kamp is ver overschreden. Het grootste deel van de kinderen is ontredderd, in nood. Ze zijn ondervoed, vermoeid, kampen met gezondheidsproblemen en oorlogstrauma’s door maanden van onlusten en gebrek aan toegang tot voedsel, gezondheidszorg en basisdienstverlening.

Hun beroerde situatie wordt versterkt door de slechte transportcondities tot aan het kamp. Meerdere kinderen sterven onderweg naar het kamp én ter plaatse. Deze week nog vernamen we dat 2 Belgische kinderen overleden. Andere raken gewond, zoals het vierjarige meisje dat haar arm verloor door een kogel. Henrietta Fore, directrice van UNICEF uitte haar ernstige bezorgdheid over de verslechterende toestanden in het Al-Hol kamp: “De staten moeten zich ontfermen over kinderen van hun burgers, of ze nu op hun bodem geboren werden of niet. Neem maatregelen en voorkom dat deze kinderen staatloos worden!

Overheden kunnen helpen

Sommige overheden gaven gehoor aan de oproep van Mevrouw Fore. De Franse overheid repatrieerde zopas 5 weeskinderen. In België zijn er meerdere klachten over de repatriëring van kinderen. Toch kondigde de Belgische regering aan dat zij doorgaat met de inspanningen om kinderen te repatriëren.

Toch zouden de dingen heel wat sneller kunnen gaan, ook in België. Over het lot van volwassenen die vertrokken om te strijden in Irak en Syrië werd druk gedebatteerd in nogal wat landen. Maar de stem van de kinderen wordt te weinig gehoord. UNICEF België hamert erop dat deze kinderen géén bedreiging zijn. Er zíjn al veel kinderen teruggekeerd naar Europe en naar België. Ze werden gescheiden van hun ouder bij aankomst, maar opgevangen door medische teams die hun noden en trauma’s onderzochten. De meeste onder hen werden opgevangen door hun uitgebreide familie of door gastgezinnen, in plaats van in instellingen gestopt. Ze gaan naar school en krijgen een begeleiding op maat.

Getraumatiseerd maar niet hopeloos

Deze kinderen namen geen wapens op en vochten niet mee. En zelfs al zou dit het geval zijn, dan nog hebben UNICEF en zijn partners genoeg ervaring met kinderen die wel betrokken waren in gewapende conflicten. Na hun demobilisatie werden ze terug geïntegreerd in hun gemeenschap. Wat nu belangrijk is, is dat we snel reageren.

Kinderen die in gewapende conflicten terecht komen zijn getraumatiseerd, dat klopt. Maar het is bewezen dat ze enorm veerkrachtig zijn, ondanks ontberingen of extreem geweld. Laten we niet vergeten dat de meerderheid van deze kinderen jonger dan 6 jaar oud is.

Alle kinderen hebben speciale rechten, erkend door het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind, dat trouwens haar 30ste verjaardag viert in 2019. Laat deze kinderen niet in de steek. Elk kind verdient een kans. De nood aan een oplossing dringt zich op, voor elk meisje en voor elke jongen. Een oplossing gestoeld op het hoogste belang van het kind.

Michel Lorge, algemeen directeur a.i., UNICEF België