Trefwoorden

Hoe Livey het stigma van HIV / AIDS te boven kwam dankzij UNICEF

Livey was 17 en zwanger van haar zoon, toen ze vernam dat ze seropositief was. Het enige wat ze wist over HIV, het virus dat aids veroorzaakt, is dat mogelijk dodelijk is. Met de steun van UNICEF is ze erin geslaagd deze moeilijke periode door te komen. Vandaag is ze de jongste burgemeester van Namibië. Haar verhaal.

« Ik dacht dat ik ging sterven, op een pijnlijke manier en helemaal alleen. Iedereen, zelfs mijn moeder, verwierp me. Ik werd gedwongen mijn huis te verlaten. Mijn schooldirecteur liet me weten dat ik niet meer welkom was op school, omdat ik iedereen zou besmetten. Dat is het moment waarop ik ben ingestort. Ik ging heel graag naar school.

Mijn grootmoeder was de enige die me nog wou omhelzen. Niemand wou me aanraken. Zij hield onvoorwaardelijk van me en ze heeft me bij haar thuis opgevangen.

In 2000, het jaar voor ik HIV heb opgelopen, betrof in 1 overlijden op 100, gelinkt aan HIV/AIDS, een tiener. Bijna twee decennia later is het probleem verergert. In 2015 ging het om 1 overlijden op 25.

Deze cijfers zijn extreem alarmerend. Vorig jaar leefden er wereldwijd  bijna 1.8 miljoen jongeren tussen 10 en 19 jaar met HIV – een stijging met 28% vergeleken met 2005. De helft van hen wonen in slechts vijf landen – Zuid-Afrika, Nigeria, Kenia, India en Tanzania.

© UNICEF/UN036947/Torgovnik / Verbatim Photo Agency
© UNICEF/UN036947/Torgovnik / Verbatim Photo Agency

Mijn dorp, dat zich op twee uur van Windhoek bevindt, de hoofdstad van Namibië, is niet gespaard gebleven van de verspreiding van deze ziekte. Gelukkig kent UNICEF geen grenzen. Dankzij hun hulp en steun, kon ik deelnemen aan een programma dat me toegang gaf tot een antiretrovirale behandeling die ik nodig had om te overleven. De behandeling hielp ook voorkomen dat mijn zoon werd besmet met het virus. Het gaf me moed om verder te gaan.

Toen ik het ziekenhuis verliet, had ik voor mezelf opnieuw een bestaansreden gevonden. Op dat moment heb ik besloten dat ik iedere ochtend wou wakker worden en om het even welke uitdaging het hoofd wou bieden die op mijn weg zou komen. Ik wou verder en mijn leven niet laten bepalen door andere mensen. Ik wou me verder ontplooien en kennis vergaren. Ik wou journalist en advocaat worden. Ik had opnieuw dromen.

Ik ben toen begonnen de mensen van Witvlei, mijn dorp, te informeren, diezelfde die me op een bepaald moment meden door het feit dat ik HIV/AIDS had. Ik ben begonnen andere mensen die seropositief zijn of AIDS hebben voor zichzelf op te komen en te vechten voor hun leven. Uiteindelijk hebben ze me gevraagd hen te verdedigen en burgemeester te worden. Op 26-jarige leeftijd was ik de jongste burgemeester van Witvlei ooit, minder dan een decennium nadat ik de diagnose had gekregen.

 UNICEF/UN036960/Torgovnik / Verbatim Photo Agency
UNICEF/UN036960/Torgovnik / Verbatim Photo Agency

Vandaag is mijn zoon Remi een tiener en hij stelt het heel goed. Ik ben PR-officer voor het Namibisch-Duitse ‘Special Initiative Programme’ en Mandela Washington Fellow voor jonge Afrikaanse leiders.

Maar het HIV/AIDS verhaal gaat verder dan mezelf. Ik gebruik mijn stem om verhalen te vertellen die anders niet zouden verteld worden.

Er is al heel wat verwezenlijkt om het risico op besmetting van moeder op kind te verminderen, maar we kunnen niet verslappen in de strijd tegen het virus. In 2015 leefden wereldwijd 1.8 miljoen tieners met het virus – een vermeerdering van 28% ten opzichte van 2005. Geen enkele vooruitgang werd geboekt om nieuwe infecties bij jongeren tussen 10 en 19 jaar te verminderen, vooral bij tienermeisjes. Meer waakzaamheid is geboden voor deze leeftijdsgroep, veel meer.

Mijn hoop – onze hoop – is om tot nul nieuwe infecties te komen bij jongeren – om tot een HIV-vrije generatie te komen.”

Lees het rapport ‘For Every Child: End AIDS’