Laat kinderen niet de verborgen slachtoffers zijn van de COVID-19-pandemie !

99 % van de kinderen in de wereld leeft met een of andere vorm van opgelegde bewegingsbeperkingen;
60% woont in landen met volledige of gedeeltelijke lockdowns

Verklaring van UNICEF-directeur Henrietta Fore

“De wereld is momenteel verenigd in een gedeelde strijd tegen een onzichtbare vijand. Maar terwijl onze ogen gefocust zijn op het vermijden of behandelen van COVID-19, riskeren we de  verborgen effecten over het hoofd te zien. Dit moet veranderen.

Niet alleen krijgen kinderen en jongeren COVID-19, ze behoren ook tot de zwaarst getroffen slachtoffers. Tenzij we nu actie ondernemen om de gevolgen van de pandemie voor kinderen aan te pakken, zullen de echo’s van COVID-19 onze gedeelde toekomst permanent schaden.

Volgens onze analyse woont 99 procent van de kinderen en jongeren onder de 18 jaar wereldwijd (2,34 miljard) in een van de 186 landen met enige vorm van bewegingsbeperkingen vanwege COVID-19. Zestig procent van alle kinderen woont in een van de 82 landen met een volledige (7%) of gedeeltelijke (53%) afsluiting – goed voor 1,4 miljard jonge levens.
We weten dat bij elke crisis de jongeren en de meest kwetsbaren onevenredig lijden. Deze pandemie is niet anders. Het is onze verantwoordelijkheid om lijden te voorkomen, levens te redden en de gezondheid van ieder kind te beschermen. We moeten er ook voor zorgen dat beslissingen over COVID-19-controlemaatregelen worden genomen op basis van het best beschikbare bewijsmateriaal om eventuele nevenschade te minimaliseren en te voorkomen, zodat de schade niet blijvend is.

Dit begint met het weerstaan aan de verleiding, in tijden van een mogelijke wereldwijde recessie, om investeringen in onze toekomst geen prioriteit te geven. Meer investeringen in onderwijs, kinderbescherming, gezondheid,  voeding en water en sanitaire voorzieningen zullen de wereld helpen de door deze crisis veroorzaakte schade te verminderen en toekomstige crises te voorkomen. De wereld gaat weer open en wanneer dat gebeurt, zal de veerkracht van de zwakste gezondheidsstelsels de graadmeter zijn voor hoe goed we het zullen doen tegen toekomstige bedreigingen.
Landen en gemeenschappen over de hele wereld moeten samenwerken om deze crisis aan te pakken. Zoals we de afgelopen twee maanden pijnlijk hebben geleerd, is het coronavirus overal een bedreiging voor mensen zolang er geen vaccin voorhanden is. We moeten nu actie ondernemen om de gezondheidsstelsels en andere op kinderen gerichte sociale diensten te versterken, om de mondiale ontwikkelingsprioriteiten in elk land ter wereld bij te houden.

Deze week lanceert UNICEF een wereldwijde agenda voor actie om de meest kwetsbare kinderen tegen schade te beschermen. De agenda heeft zes pijlers:

1) kinderen gezond houden;
2) kwetsbare kinderen bereiken met water, sanitaire voorzieningen en hygiëne;
3) Kinderen aan het leren houden;
4) gezinnen ondersteunen om in hun behoeften te voorzien en voor hun kinderen te zorgen;
5) kinderen beschermen tegen geweld, uitbuiting en misbruik;
6) vluchtelingen- en migrantenkinderen en door conflicten getroffen kinderen beschermen.

Zonder dringende maatregelen dreigt deze gezondheidscrisis een kinderrechtencrisis te worden. Alleen door samen te werken, kunnen we miljoenen meisjes en jongens gezond, veilig en leerzaam houden.

Op het vlak van gezondheid heeft COVID-19 het potentieel om kwetsbare gezondheidsstelsels in lage- en middeninkomenslanden te overweldigen en veel van de winst die de afgelopen decennia is gemaakt op het gebied van overleving, gezondheid, voeding en ontwikkeling van kinderen te ondermijnen.  Vele nationale zorgstelsels hadden het al moeilijk. Vóór de COVID-19-crisis werd 32 procent van de kinderen met longontstekingsverschijnselen wereldwijd niet naar een zorgverlener gebracht. Wat gebeurt er als COVID-19 met volle kracht toeslaat? We zien nu al verstoringen in vaccinatiediensten die het uitbreken van ziekten bedreigen waarvoor al een vaccin bestaat, zoals polio, mazelen en cholera. Veel meer pasgeborenen, kinderen, jongeren en zwangere moeders zouden kunnen bezwijken aan niet-coronavirus gerelateerde oorzaken als de nationale gezondheidszorgstelsels, die al onder grote druk staan, volledig overweldigd raken.  Ook worden veel voedingsprogramma’s verstoord of opgeschort, evenals gemeenschapsprogramma’s voor de vroege detectie en behandeling van ondervoede kinderen. We moeten nu actie ondernemen om de gezondheids- en voedingssystemen in elk land over de hele wereld te behouden en te versterken.

Nog nooit was het zo belangrijk om onszelf en anderen te beschermen door middel van goed handenwassen en hygiënepraktijken. Maar voor vele kinderen blijven basisvoorzieningen voor water, sanitair en hygiëne buiten bereik. Wereldwijd heeft 40 procent van de bevolking, 3 miljard mensen, nog steeds geen basiswasinstallatie thuis met zeep en water – en dat is bijna driekwart van de bevolking van de minst ontwikkelde landen. Laten we ervoor zorgen dat elk huishouden, elke school en elke zorginstelling de middelen heeft voor een hygiënische en gezonde omgeving.

In het onderwijs heeft een hele generatie kinderen hun onderwijs onderbroken. Een hele generatie studenten kan schade oplopen aan hun leerpotentieel. Het verdubbelen van onze inzet voor onderwijs en onze investeringen daarin zijn nog nooit zo hoofdringend geweest.

De sociaal-economische impact van COVID-19 zal het hardst worden gevoeld door de meest kwetsbare kinderen in de wereld. Velen leven al in armoede, en de gevolgen van COVID-19-responsmaatregelen dreigen hen nog meer in moeilijkheden te brengen. Nu miljoenen ouders moeite hebben om in hun levensonderhoud en inkomen te voorzien, moeten regeringen de maatregelen voor sociale bescherming opschalen – sociale vangnetten en geldoverdrachten bieden, banen beschermen, samenwerken met werkgevers om werkende ouders te ondersteunen en voorrang geven aan beleid dat gezinnen verbindt met levensreddende gezondheidszorg, voeding en onderwijs.

We weten uit eerdere noodsituaties dat kinderen een verhoogd risico lopen op uitbuiting, geweld en misbruik wanneer de scholen gesloten zijn, de sociale diensten worden onderbroken en het verkeer wordt beperkt. Zo leidden schoolsluitingen tijdens de ebola-uitbraak in West-Afrika van 2014 tot 2016 tot pieken in kinderarbeid, verwaarlozing, seksueel misbruik en tienerzwangerschappen. En de meest voorkomende vorm van geweld waarmee kinderen worden geconfronteerd, vindt thuis plaats. In de meeste landen worden meer dan 2 op de 3 kinderen door zorgverleners onderworpen aan gewelddadige discipline. Wat gebeurt er als die kinderen het huis niet kunnen verlaten, afgesloten van leerkrachten, vrienden of beveiligingsdiensten? En terwijl miljoenen kinderen digitale technologie gebruiken voor een pad naar de buitenwereld, hoe kunnen we ze dan online beschermen tegen de risico’s en mogelijke schadelijke gevolgen? Een sociale beweging om geweld en misbruik van kinderen uit te roeien, een afspiegeling van de beweging om het geweld van vrouwen uit te bannen, is essentieel. Hoe eerder die van start gaat, hoe beter onze wereld zal zijn.

Kinderen die al een humanitaire crisis doormaken, mogen ook niet worden vergeten tijdens de COVID-19-reactie. 2020 zou al een jaar worden met meer mensen dan ooit tevoren die humanitaire hulp nodig hebben, en de kwetsbaarheden van kinderen in door crisis getroffen landen zullen blijven bestaan en zullen waarschijnlijk nog worden verergerd door de gevolgen van deze pandemie, waardoor ze worden blootgesteld aan een dubbel gevaar . De VN secretaris-generaal heeft een wereldwijd humanitair responsplan voor COVID-19 gelanceerd. Het is aan de wereldgemeenschap om samen te komen ter ondersteuning van de meest kwetsbare kinderen – die uit hun familie en huizen zijn gerukt – om hun rechten te verdedigen en hen te beschermen tegen de verspreiding van het virus.

Ten slotte betekent het beschermen van kinderen temidden van deze crisis het zorgen voor de beschikbaarheid en toegankelijkheid van levensreddende middelen zoals medicijnen, vaccins, sanitaire voorzieningen en onderwijsvoorzieningen. De huidige COVID-19-uitbraak oefent druk uit op de wereldwijde productie van fabrikanten en op logistiek, en we werken samen met bedrijven aan de productie en inkoop van essentiële grondstoffen met het oog op een eerlijke distributie. We willen landen – met name die met onder druk staande gezondheidsstelsels – steunen om gelijke toegang te hebben tot voorraden om COVID-19 te bestrijden. We moeten er ook voor zorgen dat reisbeperkingen, exportverboden en de huidige druk op de productiecapaciteit ons er niet van weerhouden om essentiële voorraden aan te schaffen en te verzenden ter ondersteuning van onze interventies in gezondheids-, onderwijs- en water- en sanitaire programma’s en ter ondersteuning van onze humanitaire hulpreactie.

Hoewel we ons tijdens deze periode van uitsluiting concentreren op de onmiddellijke zorg om onszelf en onze dierbaren gezond te houden, moeten we ook aandacht houden voor de miljoenen kinderen die het risico lopen de vergeten slachtoffers van deze pandemie te worden. Hoe hun wereld er morgen uitziet en hoe hun toekomst er uiteindelijk uitziet, is ook onze verantwoordelijkheid vandaag.