Landen slagen er niet in om geweld tegen kinderen te voorkomen

Wereldwijd statusrapport over het voorkomen van geweld tegen kinderen vraagt om meer overheidsmaatregelen en waarschuwt voor de ‘dramatische gevolgen’ van COVID-19

De helft van de kinderen in de wereld, oftewel ongeveer 1 miljard kinderen per jaar, worden getroffen door fysiek, seksueel of psychologisch geweld, mopen verwondingen of beperkingen op of sterven omdat landen hebben nagelaten om de gevestigde strategieën ter bescherming van deze kinderen te volgen.

Dat blijkt uit een nieuw rapport dat vandaag werd gepubliceerd door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), UNICEF, UNESCO, de speciale vertegenwoordiger van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties voor geweld tegen kinderen, en het End Violence Partnership.

Er is nooit een excuus voor geweld tegen kinderen“, zei Dr. Tedros Adhanom Ghebreyesus, directeur-generaal van de WHO. “We hebben op bewijs gebaseerde instrumenten om het te voorkomen, die we alle landen aansporen om te implementeren. De bescherming van de gezondheid en het welzijn van kinderen staat centraal in de bescherming van onze collectieve gezondheid en ons welzijn, nu en in de toekomst”.

Het rapport – Global Status Report on Preventing Violence Against Children 2020 – is het eerste in zijn soort en brengt de vooruitgang in 155 landen in kaart ten opzichte van het “INSPIRE”-kader, een reeks van zeven strategieën voor het voorkomen van en reageren op geweld tegen kinderen.

 

Het verslag geeft aan dat er in alle landen een duidelijke behoefte bestaat om de inspanningen voor de uitvoering ervan op te voeren. Terwijl bijna alle landen (88%) belangrijke wetten hebben om kinderen tegen geweld te beschermen, zegt minder dan de helft van de landen (47%) dat deze streng worden gehandhaafd.

Het rapport bevat de allereerste wereldwijde schattingen van moord, specifiek voor kinderen onder de 18 jaar – eerdere schattingen waren gebaseerd op gegevens die 18- tot 19-jarigen omvatten. Er wordt vastgesteld dat in 2017 ongeveer 40.000 kinderen het slachtoffer zijn geworden van moord.

Geweld tegen kinderen is altijd alomtegenwoordig geweest, en nu kan het nog veel erger worden“, zei UNICEF directeur Henrietta Fore. “Lockdowns, schoolsluitingen en bewegingsbeperkingen hebben veel te veel kinderen met hun misbruikers laten zitten, zonder de veilige ruimte die school normaal gesproken zou bieden. Het is dringend nodig om de inspanningen ter bescherming van kinderen in deze tijden en daarna op te voeren, onder meer door maatschappelijk werkers als essentieel aan te wijzen en de kinderhulplijnen te versterken“.

De vooruitgang is over het algemeen ongelijk.

Van de INSPIRE-strategieën is alleen de toegang tot scholen via inschrijving het verst gevorderd: 54% van de landen meldt dat op deze manier een voldoende aantal kinderen in nood wordt bereikt. Tussen 32 en 37 procent van de landen was van mening dat slachtoffers van geweld toegang hadden tot ondersteunende diensten, terwijl 26 procent van de landen programma’s voor steun aan ouders en verzorgers verzorgde; 21 procent van de landen had programma’s om schadelijke normen te veranderen en 15 procent van de landen had aanpassingen om een veilige fysieke omgeving voor kinderen te bieden.

Hoewel een meerderheid van de landen (83%) over nationale gegevens over geweld tegen kinderen beschikt, heeft slechts 21% deze gebruikt om de basisbeleid en nationale doelen vast te stellen om geweld tegen kinderen te voorkomen en te bestrijden.

Ongeveer 80% van de landen heeft nationale actieplannen en beleidsplannen, maar slechts een vijfde heeft plannen die volledig gefinancierd zijn of meetbare doelstellingen hebben. Een gebrek aan financiering in combinatie met een ontoereikende professionele capaciteit is waarschijnlijk een van de factoren die een rol spelen en een reden waarom de uitvoering traag verloopt.

De reactie op COVID-19 en de gevolgen daarvan voor kinderen

Tijdens de COVID-19 pandemie, en de daarmee samenhangende schoolsluitingen, hebben we een toename van geweld en haat online gezien – en dit omvat ook pesten. Nu de scholen beginnen te heropenen, geven de kinderen uiting aan hun angst om terug naar school te gaan”, aldus Audrey Azoulay, directeur-generaal van de UNESCO. “Het is onze collectieve verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat scholen een veilige omgeving zijn voor alle kinderen. We moeten collectief denken en handelen om geweld op school en in onze samenlevingen in het algemeen te stoppen.”
De lockdown-maatregelen, waaronder de sluiting van scholen, hebben de gebruikelijke bronnen van steun voor gezinnen en personen zoals vrienden, uitgebreide familie of professionals beperkt. Hierdoor wordt het vermogen van de slachtoffers om met succes het hoofd te bieden aan verder uitgehold. Er zijn pieken in de oproepen voor hulplijnen voor kindermisbruik en intiem partnergeweld vastgesteld.

Terwijl online platformen centraal zijn komen te staan om kinderen te laten leren, ondersteunen en spelen, is er een toename vastgesteld van schadelijk online gedrag, waaronder cyberpesten, riskant online gedrag en seksuele uitbuiting.

Terwijl de laatste hand werd gelegd aan dit rapport, zorgden de lockdownmaatregelen en het verstoorde aanbod van reeds beperkte kinderbeschermingsdiensten voor een verhoogde kwetsbaarheid van kinderen voor verschillende vormen van geweld”, aldus Najat Maalla M’jid, Speciaal Vertegenwoordiger van de Secretaris-generaal van de Verenigde Naties voor geweld tegen kinderen. “Om op deze crisis te kunnen reageren is een verenigd, op kinderrechten gebaseerd multisectoraal actiekader van cruciaal belang, waarvoor een sterke mobilisatie nodig is.”
Versnelde actie om kinderen te beschermen

De WHO en zijn partners zullen met landen blijven samenwerken om de INSPIRE-strategieën volledig uit te voeren door de coördinatie te verbeteren, nationale actieplannen te ontwikkelen en uit te voeren, prioriteit te geven aan het verzamelen van gegevens en de wetgevingskaders te versterken. Wereldwijde actie is nodig om ervoor te zorgen dat de nodige financiële en technische ondersteuning voor alle landen beschikbaar is. Monitoring en evaluatie zijn cruciaal om te bepalen in hoeverre deze preventie-inspanningen effectief worden geleverd aan iedereen die ze nodig heeft.

‘Een einde maken aan geweld tegen kinderen is de juiste beslissing, een slimme investering en is mogelijk. Het is tijd om volledige nationale actieplannen te financieren die kinderen veilig thuis, op school, online en in hun gemeenschap zullen beschermen ”, aldus dr. Howard Taylor, End Violence Partnership. “We kunnen en moeten een wereld creëren waarin elk kind vrij van geweld kan opgroeien.”

Over het rapport

De gegevens voor het rapport zijn samengesteld via een enquête die is uitgevoerd tussen 2018 en 2019 met antwoorden van meer dan 1000 besluitvormers uit 155 landen. De INSPIRE-strategieën die in 2016 zijn gelanceerd, vragen om de toepassing en handhaving van wetten; normen en waarden om geweld onaanvaardbaar te maken; veilige fysieke omgevingen voor kinderen te creëren; ondersteuning te bieden aan ouders en verzorgers; inkomens en economische veiligheid en stabiliteit te bevordeen; de respons en ondersteunende diensten voor slachtoffers te verbeteren; en kinderen te voorzien van onderwijs en levensvaardigheden.