Meer dan 720.000 Rohingya-kinderen in Myanmar en Bangladesh worden bedreigd door cycloonseizoen en aanhoudend geweld

GENÈVE / NEW YORK,/BRUSSEL 23 februari 2018 – Er zijn dringende inspanningen nodig om meer dan 720.000 Rohingya-kinderen te helpen die worden bedreigd door het naderende cycloonseizoen in Bangladesh of door het aanhoudende geweld en de ontkenning van hun basisrechten in Myanmar, zegt UNICEF vandaag.

UNICEF roept op tot erkenning van de rechten van een volk “gevangen in het ongewisse”

In een rapport * dat zes maanden na het begin van de laatste exodus van Rohingya-vluchtelingen naar het zuiden van Bangladesh markeert, zegt UNICEF dat overstromingen veroorzaakt door het aanstaande cycloonseizoen waarschijnlijk de broze en onhygiënische kampen zullen overspoelen.  Dit vergroot het risico op het uitbarsten en verspreiden van watergerelateerde ziekten en bedreigt de toegang tot basisvoorzieningen voor kinderen.

Volgens het rapport blijven naar schatting 185.000 Rohingya-kinderen achter in de Rakhine-staat van Myanmar bedreigd door het geweld en geïnimideerd door de afschuw die veel van hun familieleden en buren ertoe hebben aangezet te vluchten.
In Bangladesh zijn er naar schatting ongeveer 534.000 Rohingya-vluchtelingenkinderen sinds de grote exodus in augustus 2017.

“Ongeveer 720.000 Rohingya-kinderen zitten in de val – hetzij ingesloten door geweld en gedwongen ontheemding in Myanmar of gestrand in overvolle kampen in Bangladesh omdat ze niet naar huis kunnen terugkeren”, zegt Manuel Fontaine, UNICEF-directeur Emergency Programs.

“Dit is een crisis die nog jaren zou kunnen duren, tenzij er een gezamenlijke inspanning geleverd wordt om de onderliggende oorzaken aan te pakken.”

Verdreven uit hun huizen en gemeenschappen, zijn de Rohingya een opgejaagd volk, verstoken van hun basisrechten en geconfronteerd met nieuwe bedreigingen tegen hun gezondheid en leven, aldus het rapport.

UNICEF doet een oproep naar de regering van Myanmar om een eind te maken aan het geweld en de mensenrechtencrisis aan te pakken in de staat Rakhine, verwijzend naar beperkingen op de bewegingsvrijheid van Rohingya-mensen, de extreem beperkte toegang tot gezondheidszorg, onderwijs en bestaansmiddelen en de daaruit voortvloeiende afhankelijkheid van humanitaire hulp.

Het rapport zegt dat de erkenning van de basisrechten van de Rohingya-bevolking de nodige voorwaarden zou scheppen voor de vluchtelingen om terug te keren naar hun voormalige huizen in Myanmar.

“Mensen zullen niet naar huis gaan tenzij ze een gegarandeerde veiligheid hebben, ze hun kinderen naar school kunnen sturen en een kans op een toekomst hebben,” zei Fontaine.

Sinds augustus 2017 heeft het gebrek aan toegang tot vele delen van de Rakhine staat het werk van UNICEF en andere humanitaire organisaties ernstig beperkt. UNICEF zegt dat een onmiddellijke en onbelemmerde toegang tot alle kinderen in de staat noodzakelijk is, evenals inspanningen op langere termijn om intercommunale spanningen aan te pakken en de sociale cohesie te bevorderen.

Via de hulpactiviteiten in Bangladesh, kon een ramp afgewend worden.

UNICEF lanceerde een internationale oproep, zorgde voor het graven van waterputten, de installatie van duizenden latrines en zette vacinatiecampagnes op om kinderen te beschermen tegen cholera, mazelen en andere infectieziekten.

*LIVES IN LIMBO: No End in Sight to the threats facing Rohingya children

UNICEF België lanceerde een oproep voor steun aan de Rohingya kinderen op de vlucht.  Giften zijn welkom op BE 31 0000 0000 5555 met vermelding “Rohingya” of online via www.unicef.be/gift

 


Beeldmateriaal


Meer informatie:

Philippe Henon
Persattaché
UNICEF België
Tél : (+32) 477/55.50.23
phenon@unicef.be
@philippehenon