Trefwoorden

Moed houden: een dappere vrouw in een door oorlog verscheurde stad in Syrië

Door Malene Kamp Jensen
Oorspronkelijk artikel

Esraa Alkhalaf, Aleppo, Syrië
©UNICEF/Syria/Kumar Tiku

Een ontheemd meisje in het universiteitskamp in Aleppo, Syrië, met Esraa Alkhalaf, UNICEF Health & Nutrition Officer. ©UNICEF/Syria/Kumar Tiku

Esraa heeft de kogels van sluipschutters ontweken. Ze doorstond verschillende stroom- en wateronderbrekingen. Ze werd geconfronteerd met agressie en zag grote delen van haar stad onherkenbaar verwoest worden. Maar ze blijft in Aleppo om twee goede redenen: haar toewijding aan de vrouwen en kinderen van deze Syrische stad én haar droom om ooit haar doctoraat te halen.

In de afgelopen maand kwamen beiden samen. Ze haalde haar doctoraat en legde bovendien een weg af die symbool staat voor de kracht en doorzettingsvermogen die ze deelt met zovelen in de stad.

Afgezonderd van haar familie door het aanslepende conflict in Syrië maakt Esraa Alkhalaf overdag deel uit van het team van UNICEF. ’s Nachts legt ze zich toe op haar studies, waarbij ze kaarslicht moet gebruiken wanneer er stroomonderbrekingen zijn.

“Reeds als kind wou ik professor worden” zegt Alkhalaf, 33 jaar, via telefoon vanuit één van de oudste steden ter wereld. “Maar door de crisis besefte ik ook dat ik mijn mensen kon helpen via UNICEF.”

In 1998 verhuisde ze naar Aleppo om geneeskunde te studeren aan de universiteit en in 2013 verliet ze de stad voor een tijd omwille van familiale redenen. Wanneer ze in oktober 2013 terugkwam,”herkende ik de stad niet”.

Esraa Alkhalaf verloor haar huis en ziekenhuis, maar wou niet opnieuw uit haar stad weg. Zij is één van de ongeveer twaalf mensen van UNICEF die nog in Aleppo werkt en samenwerkt met partners om levensbelangrijke steun te verlenen aan de duizenden mensen die zich nog in de stad bevinden.

Aleppo, Syrië, 12 juni 2014.
© UNICEF/NYHQ2014-3067/Rashidi

Aleppo, 12 juni 2014. Kinderen, vrouwen en mannen in het vluchtelingenkamp van Tishreen. Zeilen zijn bevestigd tegen de gevel van een verwoest gebouw om de aanwezigen tijdelijk te beschutten. © UNICEF/NYHQ2014-3067/Rashidi

“Het leven is anders nu,” zegt ze. “Veel gebouwen zijn verwoest en er is bijna niemand meer op de straten na zonsondergang. Vroeger sliep Aleppo niet voor het opgaan van de zon. Het ergste is echter om te zien hoe moegestreden de mensen zijn, vooral de kinderen.

De getuigenis van Alkhalaf maakt duidelijk dat Aleppo op dit moment één van de gevaarlijkste plaatsen ter wereld is. De overblijvende inwoners zijn echter vastberaden. “Kinderen staan in lange rijen om water te bemachtigen in extreem hoge temperaturen” zegt ze, eraan toevoegend dat wateronderbrekingen soms weken kunnen duren. “Maar ze proberen hun glimlach te behouden.”

De situatie in het hele land is ernstig. Meer dan 12 miljoen mensen in Syrië hebben nood aan humanitaire hulp. Bijna de helft daarvan zijn kinderen. Slechts 43% van de hospitalen draait op volle kracht, de toegang tot drinkbaar water en aanwezigheid op de schoolbanken is gehalveerd, en ondervoeding is drastisch toegenomen.

Ondanks het risico, hebben UNICEF en zijn partners:

  • Meer dan 16 miljoen mensen in het hele land in 2015 van waterzuiveringsmateriaal voorzien.
  • Ervoor gezorgd dat in het hele land miljoenen kinderen nog naar school kunnen gaan en vaccinaties kregen.
  • In het hele land voedingssupplementen verspreid.

Ondanks het persoonlijk risico dat ze neemt, blijft Esraa Alkhalaf in Aleppo. Ze gebruikt haar onverzettelijkheid en zin voor humor als manieren om in leven te blijven.

Een kort verhaaltje…

Op een winterdag moest ze een lange rij van mensen vervoegen die zich schuil moest houden voor de kogels van een sluipschutter wanneer ze een doorgang wou oversteken die de stad in twee splitst. Men moest zich hurken en naar de grond kijken, en vervolgens letterlijk voor je leven redden. De regen viel uit de lucht en de straten waren modderig. “Ik zag mensen hun bagage, hun kinderen en hun zorgen dragen” vertelt dokter Alkhalaf.

Aangezien ze onderweg was naar een iets conservatiever deel van de stad, droeg ze een hoofddoek en een lange grijze en roze jas. Ze was aan de grond genageld door wat ze zag. “Plots hoorde ik een man achter me duidelijk geïrriteerd roepen: ‘Hé, dame in het roze… Ja, jij… Marie-Antoinette… Buk je hoofd en ga verder!’ En weet je, het was waar, met mijn jas omhoog om de modder te ontwijken leek ik inderdaad op haar” lacht ze.

Maar haar lach maakt snel plaats voor tristesse en ze geeft me een boodschap mee recht van het hart:

“Ik zou graag tegen iedereen zeggen die in staat is om vrede te brengen hier en de kinderen te helpen, alstublieft, doe het!”

Doe een gift voor de kinderen

Word Meter of Peter