Nationale rijkdom is geen garantie voor onderwijsgelijkheid

FLORENCE/ NEW YORK/BRUSSEL, 30 oktober 2018 – Leven in een rijk land biedt geen garantie voor gelijke toegang tot kwaliteitsonderwijs, dat blijkt uit de Report Card 15 van het UNICEF Onderzoekscentrum Innocenti.  Kinderen in minder welvarende landen presteren vaak beter op school, ondanks minder nationale middelen, aldus het rapport.

“Een oneerlijke start: ongelijkheid in onderwijs van kinderen in rijke landen” geeft een ranglijst van 41 lidstaten van de EU en de OESO volgens de omvang van ongelijkheden op het vlak van onderwijs op kleuterscholen, lagere en middelbare scholen. Het rapport gebruikt de meest recente gegevens om het verband tussen de prestaties van kinderen en factoren zoals het beroep van de ouders, migratieachtergrond, gender en schoolkenmerken te onderzoeken.
Het rapport richt zich op twee indicatoren van ongelijkheid: op het voorschoolse niveau is dit het percentage leerlingen ingeschreven in georganiseerde leerstructuren een jaar vóór de officiële leeftijd waarop ze beginnen met de basisschool. Voor zowel de basisschool (in het vierde jaar basisonderwijs rond de leeftijd van 10) als de middelbare school (15 jaar) is de indicator, de kloof in de scores tussen de laagste en de hoogst presterende leerlingen. De rangorde op 15-jarige leeftijd is de hoofdindicator in het rapport omdat dit het niveau van ongelijkheid tegen het einde van de leerplicht vertegenwoordigt.

Wat ons rapport laat zien, is dat landen hun kinderen het beste van twee werelden kunnen bieden: ze kunnen standaarden van topkwaliteit in het onderwijs bereiken én relatief weinig ongelijkheid hebben“, zei dr. Priscilla Idele, directeur (a.i) van UNICEF Innocenti. “Maar alle rijke landen kunnen en moeten meer doen voor kinderen met een kwetsbare achtergrond omdat die kinderen het grootste risico lopen om achtergesteld te worden.

Landen hebben verschillende niveaus van onderwijsongelijkheid in verschillende onderwijsstadia, zegt het rapport. Bijvoorbeeld, Ierland en Slovenië staan onderaan op niveau van de voorschoolse inschrijvingen, maar verschuiven naar het midden voor de basisschool en naar naar het bovenste deel voor de middelbare school. Frankrijk heeft één van de hoogste percentages voor voorschoolse inschrijving, maar valt tot het onderste derde deel voor de middelbare school. Nederland gaat van het meest gelijkwaardige land op de scores van het lager onderwijs naar de 26ste plaats van 38 landen als kinderen 15 jaar worden. Tegen het einde van de leerplicht zijn Letland, Ierland en Spanje de drie meest gelijkwaardige landen.
In 16 van de 29 Europese landen waarvoor gegevens beschikbaar zijn, hebben kinderen uit de armste vijfde van de huishoudens een lagere opkomst voor kleuters dan kinderen uit de rijkste vijfde huishoudens.

De patronen blijven bestaan gedurende de schooltijd van een kind. Bij kinderen van 15 jaar die het op school even goed doen, is het veel waarschijnlijker dat de kinderen met ouders met een hogere jobstatus eerder zullen verder studeren in het hoger onderwijs dan kinderen van ouders in jobs met een lage status.

Aanbevelingen:

Volgens het rapport verdienen alle kinderen dezelfde kansen om te leren en de nodige capaciteiten voor hun toekomstig leven te ontwikkelen. Het onderwijsbeleid speelt een belangrijke rol bij het wegwerken van de oorzaken van ongelijkheid
De Report Card 15 identificeert de volgende aanbevelingen om ongelijkheid in het onderwijs van kinderen te verminderen:

• Garandeer hoogwaardig vroegschools onderwijs voor alle kinderen.
• Zorg ervoor dat alle kinderen een goed minimum aan basisvaardigheden behalen.
• Verminder sociaal-economische ongelijkheden.
• Voorkom genderongelijkheid.
• Produceer meer kwalitatief,vergelijkbaar onderzoeksmateriaal in en tussen landen om  kennislacunes te vullen.
• Focus op gelijkheid, niet alleen op gemiddelden

En België?

België staat op de 10de plaats op 41 landen voor toegang tot voorschools onderwijs en op de 9de plaats op 29 landen voor leesscores in basisonderwijs. In de ranglijst op het vlak van leesvaardigheidstesten bij 15-jarigen in het middelbaar onderwijs staat ons land op de 28ste plaats op 38 landen.
De Report Card 15  stelt dat de socio-economische situatie van de kinderen  in ons land belangrijk is.
Dit bevestigt recente studies van de OESO (vorige week gepubliceerd) op het vlak van gelijkheid in het onderwijs. Het gemiddeld verschil inzake  leesscores tussen kinderen van 15 jaar met ouders die een beroep uitoefenen met een hoge status en bij kinderen wiens ouders een lage jobstatus hebben bedraagt 68. Hierdoor komt België op de 34ste plaats op 38.

Zoals voor de meeste landen vermeld in dit rapport, is er ook in België ruimte voor verbetering op het vlak van onderwijsgelijkheid. UNICEF België verwijst hier trouwens naar in zijn Memorandum voor de verkiezingen van 2019.

UNICEF België is verheugd over de lopende initiatieven gericht op het terugdringen van de onderwijsongelijkheden en het verbeteren van de schoolprestaties. De organisatie wijst op het belang van structurele hervormingen en benadrukt dat het debat over gelijke kansen verder moet gaan  dan louter het onderwijs, wil er sprake zijn van een effectief inclusief sociaal beleid

UNICEF België moedigt alle positieve initiatieven van beleidsmakers aan en blijft beschikbaar voor informatie.

De Report Cards van het UNICEF Onderzoekscentrum in Firenze maken een globale vergelijking van de schoolprestaties in en tussen de rijkste landen ter wereld.  Het rapport stelt een alternatieve rangschikking voor waarbij landen gerangschikt worden op basis van de graad van onderwijsongelijkheid tussen de schoolkinderen.