Bijgewerkt op 15 september 2026
Situatie op de Westelijke Jordaanoever
Op de Westelijke Jordaanoever, inclusief Oost-Jeruzalem, betalen Palestijnse kinderen een zware prijs voor het toenemende geweld. Tussen januari 2025 en augustus 2026 werd gemiddeld één kind per week gedood, in totaal gaat het al om 70 kinderen, en 855 gewonden door kogels. Tegelijk nemen aanvallen toe en worden kinderen niet alleen slachtoffer van geweld, maar ook van de vernietiging van hun leefomgeving en basisvoorzieningen.
Huizen worden gesloopt, watersystemen worden vernield en de bewegingsvrijheid van gezinnen wordt steeds beperkter. Duizenden kinderen verliezen hun thuis en raken afgesneden van hun school, ziekenhuizen en andere levensbelangrijke diensten. Sinds januari 2026 zijn bijna 1.000 mensen ontheemd geraakt, waarvan de helft kinderen. Onderwijs, dat juist veiligheid en stabiliteit zou moeten bieden, staat ook onder zware druk. Scholen worden beschadigd of vernietigd en kinderen lopen angstig naar school, geconfronteerd met geweld en controles.
Meer dan 60 water- en sanitaire installaties werden vernield, waaronder pijpleidingen, irrigatiesystemen en watertanks. Daardoor wordt de al fragiele toegang tot schoon water verder beperkt, met ernstige gevolgen voor de gezondheid en hygiëne van gezinnen en voor de waardigheid van kinderen.
In de week van 10 september gingen meer dan 830.000 kinderen opnieuw naar school in de hele Westelijke Jordaanoever, inclusief Oost-Jeruzalem. Geweld, ontheemding, bewegingsbeperkingen en incidenten in en rond scholen bemoeilijken voor duizenden kinderen de toegang tot onderwijs en het veilig voortzetten van hun schoolloopbaan.