Nieuw VN-rapport: 7.000 pasgeborenen sterven nog elke dag

Brussel, 19 oktober 2017. De kindersterfte is sinds 2000 gestaag afgenomen van meer dan 27.000 tot 15.000 per dag volgens de meest recente cijfers uit 2016. In 2016 ging het om 5,6 miljoen kinderen. Dat laat het net uitgekomen VN-rapport ‘Levels and Trends in Child Mortality 2017’ zien. De sterfte onder kinderen tot één maand oud neemt daarentegen proportioneel toe, van 41 procent naar 46 procent in diezelfde periode.

‘Vijftig miljoen kinderen onder de vijf zijn sinds 2000 gered dankzij de gezamenlijke inspanningen van overheden en ontwikkelingspartners’, stelt Stefan Swartling Peterson, hoofd gezondheid van UNICEF. ‘Maar deze vooruitgang blijft steken op de toenemende concentratie van kindersterfte rond de geboorte en de dagen erna. De kennis en technologie om deze sterfte te vermijden is er – nu moeten we die naar de verste uithoeken zien te krijgen, waar die zo hard nodig is.’

De grootste uitdaging voor de komende tijd is het naar beneden brengen van de grote uitschieters in kindersterfte door het uitbouwen en toegankelijk maken van gezondheidszorg voor iedereen die daar nu nog geen gebruik van kan maken.
We weten precies wat er nodig is om goede basiszorg te leveren aan moeders en baby’s. Betere toegang tot gezondheidszorg tijdens de zwangerschap en bij de geboorte, naast vaccinaties, borstvoeding en baisgeneesmiddelen. Ook zijn toegang tot zuiver water en hygiënische sanitaire voorzieningen van levensbelang, maar op dit moment buiten bereik van de armste gemeenschappen.

Met de huidige trends sterven tussen 2017 en 2030 nog zestig miljoen kinderen voor hun vijfde verjaardag, waarvan de helft pasgeborenen. Twee mondiale regio’s zijn verantwoordelijk voor meer dan driekwart van de sterfte onder pasgeborenen: Zuid Azië (39 procent) en Sub-Sahara Afrika (38 procent).

Ter vergelijking : in Sub Sahara Afrika sterft 1 kind op 36 tijdens de eerste levensmaand, terwijl deze ratio in de hoge Inkomenslanden in de wereld gemiddeld 1 op 333 bedraagt.

De helft van deze sterftecijfers komt uit maar vijf landen in die regio’s: India, Pakistan, Nigeria, de Democratische Republiek Congo en Ethiopië. In Sub-Sahara Afrika sterft één op de 36 pasgeborenen, tegen één op de 333 in rijke landen.

Complicaties tijdens de zwangerschap of bij de geboorte waren in 2016 het vaakst de reden van het overlijden van baby’s. Naast de 5,6 miljoen stervensgevallen onder kleine kinderen worden elk jaar 2,6 miljoen baby’s doodgeboren. Onder pasgeborenen zijn longontsteking en diarree de meest voorkomende dodelijke ziekten.

Voor het eerst zijn sterftecijfers voor oudere kinderen opgenomen in het rapport. Onder deze groep komen ongelukken en verwondingen als doodsoorzaken vaker voor. In 2016 stierf circa 1 miljoen kinderen tussen de vijf en de veertien jaar.

Het VN-rapport wordt samengesteld door UNICEF, de Wereldbank, de Wereldgezondheidsorganisatie en de Bevolking Divisie van UNDESA. Het brengt data samen van vele bronnen waaruit analyses en schattingen ten aanzien van voortgang en trends worden gemaakt. De onderliggende geharmoniseerde data vormen een belangrijke bron voor verdere uitwerking van ontwikkelingsbeleid om de SDG-doelstellingen te halen.


Meer informatie:

Philippe Henon
Persattaché,
UNICEF België
Tel: (+32) 2 477/55.50.23
phenon@unicef.be