Trefwoorden

Noodhulpkonvooi bereikt Oost-Ghouta. Meer hulp is dringend nodig

Oost-Ghouta, de belegerde voorstad van Damascus, is al sinds mei 2013 van de buitenwereld afgesloten. Door het niet aflatende conflict is er voor de kinderen en hun familie een tekort aan voedsel, medicijnen en ander levensreddend materiaal.

Op maandag 5 maart 2018 kon na lange onderhandelingen een hulpkonvooi, georganiseerd door UNICEF, de VN en het Rode Kruis, binnen in Douma, Oost-Ghouta.

Het was het eerste hulpkonvooi dat er werd toegelaten sinds midden-november.

De collega’s die Oost-Ghouta binnengingen waren overweldigd door de vreselijke situatie.

UNICEF-medewerkers hoorden verhalen van families die de afgelopen vier weken vrijwel onafgebroken ondergronds moesten leven. Gezinnen en kinderen leven in kelders, omdat het te gevaarlijk is de straat op te gaan. Sommige kelders herbergen wel tweehonderd mensen.

Families hebben amper toegang tot drinkbaar water en ook sanitair is een enorm probleem. Toch worden er in sommige van deze kelders lessen gegeven aan de kinderen.

UNICEF ontmoette ook een 8-jarige jongen die vertelde dat het enige eten dat hij die dag had gekregen een bord tarwe was, gekookt met water en suiker. De dag ervoor had hij enkel een kom rijst gekregen.

In totaal konden 46 trucks zich een weg banen door het puin en de ruïnes om hulp te bieden aan de bevolking.

Het konvooi bracht voedselhulp voor 27.500 mensen, medische voorraden en speciale voeding voor ondervoede kinderen.

In Oost-Ghouta is 1 op de 8 kinderen levensbedreigend ondervoed. Het is cruciaal dat we de komende tijd alle kinderen bereiken.

Tot grote frustratie van de hulpverleners gingen de bombardementen in het gebied door tijdens het uitladen van het konvooi. Nadat het konvooi bijna negen uur in Oost-Ghouta was, werd besloten om uit veiligheidsoverwegingen eerder terug te gaan.

Veel meer hulp is echter nodig. In Oost-Ghouta wonen immers 400.000 mensen die lijden onder de belegering. Ze hebben onbeperkte toegang nodig tot voedsel, water en medicijnen, maar ze hebben ook nood aan warme kledij, bouwmaterialen en schoolmateriaal.

Maar eerst en vooral moet het aanhoudende geweld stoppen. Dagelijks vallen er doden en gewonden. Daarnaast is ook het gebrek aan basisvoorzieningen levensbedreigend. Voedsel is schaars en de prijs van het weinige beschikbare brood is de hoogte in geschoten.

In heel Syrië hebben 5.3 miljoen kinderen dringend nood aan hulp.

Bijna 2 miljoen kinderen wonen in bezette en moeilijk te bereiken gebieden. Hun basisrechten worden niet gerespecteerd en ze hebben geen toegang tot hulp.

Nog eens 2.6 miljoen kinderen die Syrië zijn ontvlucht en in Turkijke, Libanon, Jordanië, Irak en Egypte wonen hebben eveneens nood aan hulp.

UNICEF is vastbesloten elk van hen te hulp te komen en hen te bezorgen wat ze nodig hebben. Maar om dit op een veilige en regelmatige basis te doen, moet het conflict eerst beëindigd worden en hebben we ongehinderde toegang nodig.

Steun UNICEF’s werk voor kinderen getroffen door het aanhoudende conflict in Syrië. Doe een gift.