Ongelijkheid is niet onvermijdelijk, noch onoverkomelijk

0Het nieuwe UNICEF-rapport over de situatie van kinderen in de wereld “A fair chance for every child” schetst een grimmig beeld van wat er tegen 2030 staat te gebeuren als overheden, donateurs, bedrijven en internationale organisaties geen inspanning leveren om de behoeften van ’s werelds meest kwetsbare kinderen te realiseren. Maar het heeft ook een hoopvolle boodschap: als we de strijd tegen ongelijkheid bij kinderen serieus nemen, vloeit het realiseren van de Sustainable Development Goals (SDG’s) daar automatisch uit voort.

Lees de executive summary (Nederlands of Engels)
Lees het volledige rapport (Engels)

7 zaken die je over kinderen moet weten in 2016

1. De wereld telt 2,26 miljard kinderen en jongeren    
Ruim 30% van de wereldbevolking is jonger dan 18 jaar. In de partnerlanden van de Belgische ontwikkelingssamenwerking in Sub-Sahara Afrika gaat het zelfs om de helft of meer van de bevolking. België telt 2,2 miljoen kinderen, wat neerkomt op 1/5 van de totale bevolking.

2. Het armoedeprobleem is groter bij kinderen dan bij volwassenen

Kinderen maken bijna de helft (46%) uit van de bevolking onder de extreme armoedegrens van 1,90 USD per dag. In België groeit 18,8% van de kinderen op in een gezin met een inkomen onder de armoedegrens. Sociale bescherming houdt momenteel 150 miljoen mensen uit de armoede, maar uitbreiding is is cruciaal voor het behalen van de Sustainable Development Goals tegen 2030.

3. Een kind dat in Zwart-Afrika geboren wordt, heeft 12x minder kans om zijn 5e verjaardag te halen dan een kind dat in Europa geboren wordt          

Sinds 1990 halveerde de kindersterfte wereldwijd, maar deze vooruitgang is noch gelijk, noch eerlijk. De verhoudingen wereldwijd zijn sindsdien niet veranderd, waardoor de meest kwetsbare kinderen nog steeds over het hoofd gezien worden. Ook armoede speelt een grote rol: kinderen die in armoede worden geboren maken gemiddeld dubbel zoveel kans om voor hun vijfde verjaardag te sterven als kinderen van rijke ouders.

4. 1/3 van de kinderen van schoolgaande leeftijd kan niet lezen of schrijven

Van de 650 miljoen kinderen wereldwijd met de leeftijd om naar de lagere school te gaan, kunnen er 250 miljoen niet lezen of schrijven. Arme kinderen of kinderen van ouders die niet naar school gingen, krijgen niet dezelfde stimulansen als kinderen uit rijkere milieus. Leerachterstand begint zo al op zeer jonge leeftijd en de kloof wordt nadien vaak alleen maar groter. Ook in België is de prestatiekloof tussen leerlingen groot: van alle OESO-landen staat België voorlaatst gerangschikt.

5. Oorlogen en natuurrampen houden 80 miljoen kinderen van de schoolbanken

Scholen zijn vaak een doelwit in conflicten. Ook natuurrampen zorgen voor een verstoring in de onderwijssystemen. Nochtans biedt onderwijs kinderen juist de stabiele omgeving die ze extra hard nodig hebben in rampsituaties. Ondanks de belangrijke rol die educatie heeft voor de situatie én de toekomst van kinderen in nood, ging het afgelopen decennium slechts 1,6% van de humanitaire hulp naar onderwijs.

6. Na een sterke daling de afgelopen decennia, stijgt sinds 2011 wereldwijd het aantal kinderen dat niet naar school gaat weer

Heel wat landen in sub-Sahara Afrika hebben het moeilijk om onderwijsplaatsen te blijven creëren voor de steeds toenemende groep kinderen en jongeren. Sinds 2000 was er aanvankelijk een sterke toename van het aantal kinderen dat naar school ging, als gevolg van voor de hand liggende oplossingen zoals het afschaffen van schoolgeld of het bouwen van nieuwe scholen. De kinderen die nu nog niet naar school gaan zijn kinderen die in afgelegen gebieden leven of zich in conflictsituaties of zwakke sociale posities bevinden. De oplossingen van vroeger zijn niet aangepast aan deze kinderen.

7. Kinderongelijkheid aanpakken is een investering in de samenleving

Het ontzeggen van eerlijke kansen aan honderden miljoenen kinderen doet meer dan hun persoonlijke toekomst bedreigen. Door de cyclus van achterstand van generaties gezinnen niet te doorbreken, komt de toekomst van een hele samenleving in gevaar. Uit onderzoek blijkt dat elke euro die geïnvesteerd wordt in gezondheid en voeding van kinderen, leidt tot een opbrengst van € 10 door betere onderwijsresultaten, deelname aan het werkveld en sociale bijdragen. Per extra jaar onderwijs genoten als kind, stijgen de inkomsten van een volwassene met 10%.

Wegen naar minder ongelijkheid

1. Data: focus niet op gemiddelden maar op de zwaksten

Om tegen 2030 de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen te behalen, kunnen overheden gebruik maken van stepping stone targets: tussentijdse doelen gericht op het verminderen van ongelijkheden op vlak van inkomen, gender, afkomst …
Beleidsmakers hebben voor hun beslissingen nood aan data die de situatie van de kinderen die het minste vooruitgang boeken weergeeft. Extra ondersteuning kan op die manier gebeuren om hun kansen te verhogen.

2. Geïntegreerde oplossingen

Problemen als conflicten, de klimaatverandering of extreme armoede zijn nauw met elkaar verbonden. Succes in één domein heeft positieve gevolgen voor andere domeinen. Oplossingen moeten daarom geïntegreerd zijn. Dat betekent dat ook de artificiële barrière tussen ontwikkelingssamenwerking en humanitaire hulp doorbroken moet worden.

3. Innovatie

Vooruitgang op vlak van vaccins of voeding, heeft bijgedragen tot het redden van miljoenen kinderlevens. Recent wordt ook meer en meer gebruik gemaakt met digitale en mobile technologieën. Zo werd tijdens de ebola-crisis gebruikt gemaakt van een SMS-systeem om belangrijke informatie naar hulpverleners te sturen. De uitdaging is vaak niet het gebrek aan goede ideeën, maar de innovatieve oplossingen ook effectief naar de meest kwetsbare kinderen en gemeenschappen brengen.

4. Investeren in de zwaksten

De kansen verhogen van de zwaksten moet in rekening worden genomen tijdens het opstellen van publieke budgetten. Daarnaast moet er een goede monitoring komen van de impact van het budget.

5. Participatie

Sociale media laten meer en meer mensen toe om hun stem te laten horen. Ze leiden tot lokale of globale bewegingen die vragen om verandering, zoals de I Paid a Bribe beweging India of the #bringbackourgirls campagne tegen de kidnapping van meisjes in Nigeria. Overheden, internationale organisaties en de civiele maatschappij moeten deze bewegingen zien als een opportuniteit om samen te werken rond uitdagingen.