Een open brief aan de kinderen van de wereld

In de aanloop naar de 30ste verjaardag van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind geeft UNICEF's uitvoerend directeur Henrietta Fore acht redenen waarom zij zich zorgen maakt, en acht redenen waarom ze hoopvol is voor de volgende generatie.

Beste kinderen van vandaag en morgen,

Dertig jaar geleden, tegen de achtergrond van een veranderende wereldorde – de val van de Berlijnse Muur, de afschaffing van de apartheid, de geboorte van het internet – verenigde de wereld zich om de kinderen en de kindertijd te beschermen. Terwijl de meeste ouders wereldwijd op dat moment waren opgegroeid onder dictaturen of falende regeringen, hoopten ze op een beter leven, op betere kansen en meer rechten voor hun kinderen. Toen wereldleiders in 1989 in een zeldzaam moment van mondiale eenheid bijeenkwamen om een historische verbintenis aan te gaan voor alle kinderen op de wereld, om hun rechten te beschermen en na te leven, heerste er een echt gevoel van hoop voor de volgende generatie.

Hoe staat het met de vooruitgang die we hebben geboekt? In de drie decennia nadat het Verdrag inzake de Rechten van het Kind werd aangenomen, hebben we, ondanks de explosieve groei van de wereldbevolking, het aantal kinderen dat niet naar de basisschool gaat met bijna 40 procent verminderd. Het aantal kinderen onder de 5 jaar dat door ondervoeding groeiachterstand oploopt, is met meer dan 100 miljoen gedaald. Drie decennia geleden verlamde of doodde polio bijna 1000 kinderen per dag. Tegenwoordig zijn 99 procent van de gevallen geëlimineerd. Veel van de interventies die deze vooruitgang mogelijk maakten – zoals vaccins, orale rehydratatiezouten en betere voeding – zijn praktisch en kosteneffectief. De opkomst van digitale en mobiele technologie en andere innovaties maken het makkelijker en efficiënter om levensreddende diensten te leveren aan gemeenschappen die moeilijk te bereiken zijn en om de mogelijkheden te vermenigvuldigen.

“8 redenen waarom ik bezorgd en hoopvol ben over de volgende generatie”

Toch worden door armoede, ongelijkheid, discriminatie en lange afstanden miljoenen kinderen jaarlijks hun rechten ontzegd. Dagelijks sterven nog steeds 15.000 kinderen onder de 5 jaar, vaak door ziekten die kunnen behandeld worden en andere oorzaken die kunnen voorkomen worden. We worden geconfronteerd met een alarmerende stijging van het aantal kinderen met overgewicht, maar ook van het aantal meisjes die lijden aan bloedarmoede. De hardnekkige uitdagingen van open defecatie en kindhuwelijken blijven de gezondheid en de toekomst van kinderen bedreigen. Hoewel het aantal kinderen dat op school zit hoger is dan ooit, wordt de doelstelling om hen kwaliteitsvol onderwijs te bieden, niet gehaald. Naar school gaan is niet hetzelfde als leren; meer dan 60 procent van de kinderen op de basisschool in ontwikkelingslanden slaagt er nog steeds niet in om een minimum aan leervaardigheden te verwerven en de helft van de tieners in de wereld worden geconfronteerd met geweld in en rond de school, wat betekent dat niet de veilige plaats is die de school zou moeten zijn. Conflicten blijven kinderen de bescherming, gezondheid en toekomst ontzeggen die ze verdienen. De lijst van uitdagingen op het vlak van kinderrechten blijft dus lang.

Jullie generatie, de kinderen van vandaag, staan voor een hele reeks wereldwijde uitdagingen en transformaties die jullie ouders zich nooit hadden kunnen inbeelden. Het klimaat verandert spectaculair. De ongelijkheid wordt groter. Technologie verandert de manier waarop we de wereld zien. En meer gezinnen migreren dan ooit tevoren. Hoe een kind zijn kindertijd beleeft is helemaal veranderd, dus moeten ook wij onze aanpak veranderen.

Als we dus terugkijken op dertig jaar Kinderrechten, moeten we ook vooruitkijken, naar de komende dertig jaar. We moeten naar jullie luisteren – de kinderen en jongeren van vandaag  – naar de zaken die jullie nu het meeste zorgen baren en samen met jullie beginnen te werken aan 21ste-eeuwse oplossingen voor 21ste-eeuwse problemen.

Met dit in het achterhoofd zijn er acht redenen waarom ik me zorgen maak over jullie toekomst en acht redenen waarom ik denk dat er hoop is:

  1. Jullie hebben zuiver water, zuivere lucht en een veilig leefmilieu nodig

  2. Een op de vier van jullie zal waarschijnlijk leven en leren op een plaats getroffen door conflict of een ramp.

  3. Mentale gezondheid mag geen taboe meer zijn.

  4. Meer dan 30 miljoen van jullie zijn gemigreerd van de plek waar ze geboren zijn.

  5. Duizenden van jullie zullen officieel nooit bestaan, tenzij we nu iets doen.

  6. Je hebt 21ste eeuwse vaardigheden nodig voor een 21ste eeuwse economie

  7. Je digitale voetafdruk moet worden beschermd.

  8. Jullie zullen misschien de meest wantrouwige generatie burgers ooit zijn.


1. Jullie hebben zuiver water, zuivere lucht en een veilig leefmilieu nodig

Waarom ik bezorgd ben:

Het klinkt evident dat alle kinderen deze basiselementen nodig hebben om gezond te leven – een schoon milieu om in te leven, zuivere lucht om te ademen, water om te drinken en voedsel om te eten – en het klinkt ongelofelijk dat we dit in 2019 moeten herhalen. Toch heeft klimaatverandering het potentieel om al deze basisrechten te ondermijnen en zelfs het grootste deel van de vooruitgang die in de afgelopen dertig jaar is geboekt op het gebied van overleving en ontwikkeling van kinderen te ondermijnen. Klimaatverandering kan de grootste bedreiging vormen voor de rechten van de volgende generatie kinderen.

” Klimaatverandering kan de grootste bedreiging vormen voor de rechten van de volgende generatie kinderen.”

FAO (de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties) merkte vorig jaar op dat klimaatverandering een belangrijke factor wordt van de huidige aanhoudende stijging van de honger in de wereld en dat de volgende generatie kinderen, als gevolg van de toenemende droogte en overstromingen, het het zwaarst te verduren zal krijgen. We zien nu al extreme weersomstandigheden als gevolg van de klimaatverandering, die meer frequente en meer verwoestende natuurrampen veroorzaken. Hoewel de voorspellingen variëren, is volgens het IOM (de Internationale Organisatie voor Migratie) het meest geciteerde aantal klimaatmigranten wereldwijd dat tegen 2050 wordt verwacht 200 miljoen, met schattingen die oplopen tot 1 miljard.

Naarmate de temperaturen stijgen en het water schaarser wordt, zijn het de kinderen die de dodelijkste gevolgen zullen voelen van door water overgebrachte ziekten. Momenteel leven meer dan een half miljard kinderen in gebieden waar extreem veel overstromingen voorkomen. Bijna 160 miljoen kinderen wonen in gebieden die getroffen worden door extreem ernstige droogtes. Regio’s zoals de Sahel, die vooral afhankelijk zijn van landbouw, begrazing en visserij, zijn bijzonder kwetsbaar voor de gevolgen van klimaatverandering. In deze droge regio zullen de regens in de toekomst naar verwachting nog korter en minder voorspelbaar worden. Het is bovendien alarmerend dat de regio anderhalf keer sneller opwarmt dan het wereldgemiddelde. Terwijl de temperaturen stijgen en de armen steeds armer worden, komt het steeds vaker voor dat gewapende groepen de sociale ongenoegens uitbuiten die zich onder dergelijke gespannen omstandigheden voordoen.

Meer dan een half miljard kinderen leven in gebieden met extreem hoge overstromingsrisico’s

Deze uitdagingen zullen alleen maar erger worden door de gevolgen van luchtverontreiniging, giftig afval en verontreiniging van het grondwater, wat schadelijk is voor de gezondheid van de kinderen. In 2017 woonden ongeveer 300 miljoen kinderen in gebieden waar de giftigste niveaus van luchtvervuiling werden opgetekend- zes of meer keer zo veel als de internationale richtlijnen voorschrijven. Dit draagt bij tot de dood van ongeveer 600.000 kinderen onder de vijf jaar. Nog meer kinderen zullen blijvende schade oplopen aan hun hersenen en longen die in volle ontwikkeling zijn.

Tegen 2040 zal een op de vier kinderen in gebieden leven met extreme waterstress en zullen duizenden kinderen ziek worden door vervuild water. Het beheer en de bescherming van schone, overvloedige en toegankelijke grondwatervoorraden en het beheer van plastic afval worden steeds meer bepalend voor de gezondheid van kinderen in dit tijdperk.

Waarom er hoop is:

Om de klimaatverandering in te perken, moeten overheden en bedrijven samenwerken om de onderliggende oorzaken aan te pakken, door de uitstoot van broeikasgassen te verminderen in overeenstemming met het Akkoord van Parijs. Ondertussen moeten we de hoogste prioriteit geven aan inspanningen om aanpassingen te vinden die de milieueffecten op kinderen verminderen.

UNICEF zet zich in om de gevolgen van extreme weersomstandigheden te beperken, onder meer door het ontwerpen van watersystemen die bestand zijn tegen cyclonen en zoutwatervervuiling,  door schoolstructuren te versterken, driloefeningen te ondersteunen om kinderen voor te bereiden op noodsituaties, en door gezondheidsstructuren binnen gemeenschappen te ondersteunen. Innovaties zoals MAR-regelingen (Managed Aquifer Recharge) kunnen – indien op grote schaal toegepast – de reservoirs van zuiver water in stand houden om miljoenen kinderen te beschermen tegen de gevaren ten gevolge van waterschaarste en tegen ziekten overgedragen door water.

Zelfs in complexe omgevingen zoals de Sahel is er hoop – er is een jonge bevolking, hongerig naar werk en kansen. Het klimaat biedt enorme mogelijkheden om hernieuwbare, duurzame energiebronnen te benutten. Met investeringen in onderwijs en werkgelegenheid, verbeterde veiligheid en bestuur is er alle reden om optimistisch te zijn over het vermogen van de regio om veerkrachtig te zijn en aanpassingen te ontwikkelen om het hoofd te bieden aan klimaatverandering.

Om het tij te keren op vlak van luchtvervuiling, moeten overheden en bedrijven samenwerken om het verbruik van fossiele brandstoffen te verminderen, schonere landbouw-, industrie- en transportsystemen te ontwikkelen en te investeren in de bredere toepassing van hernieuwbare energiebronnen. Veel regeringen hebben maatregelen genomen om de vervuiling door elektriciteitscentrales, industriële installaties en voertuigen op de weg te beperken door middel van een strikte regelgeving. Een studie uit 2011 van het Environmental Protection Agency in de Verenigde Staten heeft uitgewezen dat de Clean Air Act van 1990 burgers 30 dollar aan gezondheidsvoordelen heeft opgeleverd voor elke 1 dollar die het land uitgeeft. Een dergelijk beleid is essentieel om de longen en de hersenen van baby’s te beschermen tegen de schadelijke effecten van luchtverontreinigende stoffen en fijnstof in de lucht.

Om klimaatverandering te matigen, moeten overheden en bedrijven samenwerken om de diepere oorzaken aan te pakken door de uitstoot van broeikasgassen te verminderen zoals overeengekomen in het verdrag van Parijs.

In de tussentijd is het cruciaal dat we zoeken naar oplossingen die de ergste gevolgen van luchtvervuiling op de gezondheid van kinderen kunnen verbeteren. De hoofdstad van Mongolië, Ulaanbaatar, behoort in de winter tot de meest vervuilde lucht ter wereld. De grootste bron van vervuiling is afkomstig van steenkoolverbranding die door 60 procent van de bevolking van Ulaanbaatar wordt gebruikt. UNICEF-innovatie-experts zijn samen met de gemeenschap, de overheid, de academische wereld en de particuliere sector begonnen met het ontwerpen en implementeren van energie-efficiënte oplossingen voor traditionele huizen om het kolenverbruik te verminderen en de luchtkwaliteit te verbeteren, onder andere door het ontwerpen van “de yurt van de 21 ste eeuw “.

En we vinden manieren om kunststoffen op innovatieve wijze te recycleren en te hergebruiken, waarbij we het giftige afval verminderen en het afval nuttig  gebruiken. Conceptos Plasticos, een Colombiaanse sociale onderneming, heeft een techniek ontwikkeld om bakstenen te maken van niet-pvc-kunststoffen en gebruikt ze om klaslokalen te bouwen. Deze bakstenen zijn goedkoper, lichter en duurzamer dan conventionele bakstenen. Eerder dit jaar werd in Ivoorkust op enkele weken tijd Afrika’s eerste klaslokaal van gerecycled plastic gebouwd. Dit kost 30 procent minder dan de bouw van traditionele klaslokalen. Deze innovatieve aanpak om plastic afval om te zetten in bouwstenen heeft het potentieel om van een uitdaging een kans te maken. Met de bouw van scholen kan aan het recht op onderwijs worden voldaan, gemeenschappen krijgen meer autonomie en tegelijkertijd wordt het milieu schoner gemaakt.

2. Een op de vier van jullie zal waarschijnlijk leven en leren op een plaats getroffen door conflict of een ramp.

© UNICEF/UN0287092/Grove Hermansen

Waarom ik bezorgd ben :

Kinderen zijn altijd de eerste slachtoffers van oorlog geweest. Nooit zijn er in zoveel landen conflicten geweest sinds de ratificatie van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind in 1989. Een op de vier kinderen woont nu in een land dat getroffen is door gewelddadige conflicten of een natuurramp. 28 miljoen kinderen zijn uit hun huizen verdreven door oorlogen en onveiligheid. Velen verliezen meerdere jaren van hun schooltijd – maar ook bewijzen van hun resultaten en diploma’s die hen toegang kunnen geven tot leer- en carrièremogelijkheden in de toekomst. Conflicten en natuurrampen hebben de studies van al 75 miljoen kinderen en jongeren verstoord. Velen van hen zijn naar een ander land gemigreerd of zijn ontheemd geraakt. Dit is een persoonlijke tragedie voor ieder kind. De dromen en ambities van een hele generatie opgeven, is een verschrikkelijke verspilling van menselijk potentieel. Erger nog, een verloren, gedesillusioneerde en verbolgen generatie van ongeschoolde kinderen creëren, is een gevaarlijk risico waarvoor we allemaal een hoge prijs zouden kunnen betalen.

Het onderwijs van 75 miljoen kinderen en jongeren is verstoord door conflicten en natuurrampen.

Waarom er hoop is:

Sommige staten hebben een effectief beleid waardoor vluchtelingen hun studies kunnen verderzetten. Toen grote aantallen kinderen die de oorlog in de Arabische Republiek Syrië ontvluchtten, in Libanon aankwamen, stond de regering voor de uitdaging om honderdduizenden kinderen op te vangen in een openbaar schoolsysteem dat al onder druk stond. Met de steun van internationale partners transformeerden ze deze uitdaging in een kans en integreerden ze vluchtelingenkinderen in scholen, terwijl ze tegelijkertijd het onderwijssysteem voor Libanese studenten versterkten.

Ook digitale innovaties kunnen ons helpen om meer te doen. UNICEF werkt samen met Microsoft en de Universiteit van Cambridge aan de ontwikkeling van een ‘leerpaspoort’ – een digitaal platform dat de leermogelijkheden voor kinderen en jongeren binnen en buiten de grenzen zal vergemakkelijken. Het leerpaspoort wordt getest in landen waar vluchtelingen, migranten en mensen die ontheemd zijn in eigen land; worden opgevangen. Een digitaal inclusieve wereld moet jongeren, ongeacht hun situatie, toegang geven tot onderwijs. Het inzetten van oplossingen op grotere schaal, zoals het digitale leerpaspoort, kan miljoenen ontheemde kinderen helpen de vaardigheden te verwerven die ze nodig hebben om zich te ontplooien.

“Een inclusieve wereld op digitaal vlak moet alle jongeren de kans geven toegang te hebben tot onderwijs, wat hun situatie ook is”

3. Mentale gezondheid mag geen taboe meer zijn

Waarom ik bezorgd ben :

Moesten we alles geloven van wat er over tieners wordt geschreven, en hoe ze worden voorgesteld op televisie en in films, zou je kunnen denken dat we te maken hebben met een generatie van een antisociale groep ongeregeld. Maar niets is minder waar. Jongeren vandaag blijken minder te roken, minder te drinken, minder in de problemen geraken en over het algemeen minder risico’s nemen dan vorige generaties. Je zou ze zelfs “Generation Sensible” kunnen noemen.

Toch worden adolescenten geconfronteerd met een uiterst zorgwekkend en groeiend probleem – een dat ons herinnert aan de onzichtbare kwetsbaarheid die jongeren nog steeds in zich dragen. Mentale gezondheidsproblemen bij jongeren onder de 18 jaar zijn de afgelopen 30 jaar gestaag toegenomen en depressie is nu een van de belangrijkste oorzaken van handicaps bij jongeren. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) schat dat in 2016 62.000 jongeren stierven aan de gevolgen van automutilatie. Zelfmoord is nu de derde belangrijkste doodsoorzaak bij jongeren tussen 15 en 19 jaar.

Het is niet alleen een probleem van rijke landen – de WHO schat dat meer dan 90 procent van de zelfmoorden bij jongeren in 2016 in landen plaatsvond met een laag of gemiddeld inkomen. En terwijl jongeren met ernstige psychische stoornissen in landen met lagere inkomens vaak geen enkele behandeling of ondersteuning hebben, is er geen enkel land ter wereld dat een afdoende antwoord biedt op het probleem. Om de geestelijke gezondheidsexpert Shekhar Saxena van de WHO te citeren: “Als het vlak van geestelijke gezondheid, zijn alle landen ontwikkelingslanden”. Als je weet dat de meeste landen met lage en middeninkomenslanden minder dan 1 procent van hun totale gezondheidsbudget besteden aan geestelijke gezondheid, en landen met hoge inkomens slechts 4-5 procent, is het duidelijk dat het probleem wereldwijd meer prioriteit moet krijgen.

© UNICEF/UN0232616/Zehbrauskas

UNICEF werkt met kinderen die onnoemelijke trauma’s, genderdiscriminatie, extreme armoede, seksueel geweld, handicaps en chronische ziekten hebben opgelopen, die door conflicten of andere ervaringen een hoog risico lopen op mentale problemen. De kosten van deze mentale malaise zijn niet alleen persoonlijk, maar ook maatschappelijk. Voor het Economisch Wereldforum is geestelijke gezondheid van alle niet-overdraagbare gezondheidsproblemen die met de grootste economische impact. Ondanks het overweldigende bewijs dat een crisis dreigt en de alarmerende trends van het stijgende aantal automutilaties en zelfmoorden, wordt de geestelijke gezondheid en het welzijn van adolescenten vaak over het hoofd gezien in de wereldwijde gezondheidsprogramma’s.

Waarom er hoop is:

Aangezien de helft van de geestelijke gezondheidsproblemen al voor de leeftijd van 14 jaar begint, moet prioriteit worden gegeven aan het bevorderen van de geestelijke gezondheid, het voorkomen van geestelijke gezondheidsproblemen en aan therapeutische behandeling en revalidatie aangepast aan deze leeftijd. Vroegtijdige opsporing en behandeling zijn van cruciaal belang om te voorkomen dat episodes van mentale nood een crisispunt bereiken en kostbare jonge levens worden beschadigd en verloren gaan. Maar al te vaak voorkomen stigma’s en taboes, die maken dat niet openlijk wordt gepraat over geestelijke gezondheidsproblemen, dat jongeren in een vroeg stadium hulp zoeken.

Gelukkig begint dit taboe te vervagen, en het zijn opnieuw jongeren die het voortouw nemen – door NGO’s op te richten, apps te ontwikkelen, te werken aan het verhogen van het bewustzijn, en door met klare stem te praten over hun eigen strijd met psychische aandoeningen en hun inspanningen om hun aandoening aan te pakken, in de hoop dat anderen daardoor de kracht krijgen om hetzelfde te doen.

” Vroegtijdige opsporing en behandeling zijn van cruciaal belang om te voorkomen dat episodes van mentale nood een crisispunt bereiken en kostbare jonge levens worden beschadigd en verloren gaan.”

UNICEF zet campagnes in in scholen om een open discussie over geestelijke gezondheid te bevorderen. Zo heeft UNICEF in Kazachstan, een land dat een van de hoogste zelfmoordcijfers onder jongeren ter wereld heeft, haar inspanningen om het geestelijk welzijn van adolescenten te verbeteren, opgevoerd door middel van een grootschalig proefprogramma in meer dan 450 scholen. Het programma heeft het bewustzijn rond geestelijke gezondheid verhoogd, het schoolpersoneel opgeleid om kinderen met een hoog risico op te sporen en ervoor gezorgd dat kwetsbare adolescenten worden doorverwezen naar gezondheidsdeskundigen. Bijna 50.000 jongeren namen deel aan het proefproject waardoor heel wat significante verbeteringen werden bereikt op het gebied van welzijn. Het programma is sindsdien uitgebreid naar meer dan 3.000 scholen.

Prioriteit geven aan geestelijke gezondheid van adolescenten en aan zelfmoordpreventie heeft geresulteerd in een daling van 51 procent van de zelfverwonding in de leeftijdsgroep van 15 tot 17 jaar op nationaal niveau en het aantal gevallen van zelfmoord daalde van 212 in 2013 tot 104 in 2018 voor deze leeftijdsgroep. En misschien wel het belangrijkste is dat de geestelijke gezondheid nu geïntegreerd werd in de reguliere primaire gezondheidszorg, wat helpt om het stigma tegen te gaan dat jongeren er vaak van weerhoudt om hulp te zoeken.

4. Meer dan 30 miljoen van jullie zijn gemigreerd van de plek waar ze geboren zijn.

Waarom ik bezorgd ben:

Migratie is van alle tijden. Al duizenden jaren lang verlaten kinderen en gezinnen hun geboorteplaats om zich op nieuwe plaatsen te vestigen op zoek naar onderwijs of werk. Vandaag is het niet anders. We leven in een mobiele wereld waarin ten minste 30 miljoen kinderen zich in een ander land hebben gevestigd.

De motivatie om te migreren wordt vaak gedreven door een streven naar een beter leven. Toch is voor te veel kinderen migratie geen positieve keuze, maar een dringende noodzaak. Ze hebben gewoonweg niet de mogelijkheid om een veilig, gezond en voorspoedig leven op te bouwen op de plaats waar ze geboren zijn. Wanneer migratie gedreven wordt door wanhoop, kan het gebeuren dat kinderen migreren zonder de nodige wettelijke toestemming en zogenaamde ‘illegale migranten’ worden. Ze maken vaak gevaarlijke reizen door woestijnen, over oceanen en langs gewapende grenzen, en krijgen onderweg te maken met geweld, misbruik en uitbuiting.

Een van de grootste migratiebewegingen die de wereld ooit gekend heeft, vindt momenteel niet plaats over grenzen heen, maar binnen landen zelf. Miljoenen mensen trekken van het platteland naar de stad. In 1989, toen het Verdrag inzake de Rechten van het Kind werd aangenomen, woonden de meeste kinderen in de wereld op het platteland. Nu woont de meerderheid in steden, en het verstedelijkingstempo zal naar verwachting nog groeien. Hoewel stadsbewoners gemiddeld betere toegang hebben tot diensten en mogelijkheden, kunnen de ongelijkheden zo groot zijn dat veel van de meest kansarme kinderen in stedelijke gebieden er slechter aan toe zijn dan kinderen op het platteland. Zo zullen bijvoorbeeld de armste kinderen in steden in 1 op 4 landen eerder sterven voor hun vijfde verjaardag dan de armste kinderen op het platteland. En de armste stadskinderen in 1 op 6 landen hebben minder kans om de lagere school af te maken dan plattelandskinderen.

 Wanneer migratie gedreven wordt door wanhoop, kan het gebeuren dat kinderen [ … ] gevaarlijke reizen maken door woestijnen, over oceanen en langs gewapende grenzen, en onderweg te maken krijgen met geweld, misbruik en uitbuiting.

Waarom er hoop is:

Geen enkel kind zou zich gedwongen mogen voelen om zijn huis te verlaten, maar zolang de onderliggende oorzaken van migratie niet zijn aangepakt, zal de situatie waarschijnlijk niet veranderen. Dat betekent dat geweld binnen gemeenschappen en tussen bendes moet worden aangepakt. Beschermingssystemen moeten worden versterkt, zodat kinderen veilig in hun gemeenschap kunnen leven. De toegang tot kwaliteitsvol onderwijs en de kansen op werk moeten worden verbeterd en er moet voor worden gezorgd dat jongeren de kans krijgen de vaardigheden te verwerven die ze nodig hebben om een betere – en veiligere – toekomst op te bouwen voor zichzelf en voor hun thuisland.

UNICEF schat dat tienduizenden kinderen zonder wettelijke toestemming migreren. Sommigen vertrekken samen met hun familie, andere alleen en zijn daardoor extreem kwetsbaar. Het is van het grootste belang dat de rechten van migrantenkinderen – legaal of niet – worden gerespecteerd. Waar ze ook zijn en wat hun verhaal ook is, migrantenkinderen zijn in de eerste plaats kinderen. Overheden kunnen migrantenkinderen beschermen door het belang van het kind steeds voorop te stellen bij de toepassing van de immigratiewetten. Waar mogelijk moeten gezinnen bij elkaar worden gehouden en bewezen alternatieve oplossingen voor detentie gebruiken, zoals het plaatsen in pleeggezinnen of groepswoningen. In vele landen worden dergelijke alternatieven met succes getest.

” Het is van het grootste belang dat de rechten van migrantenkinderen – legaal of niet – worden gerespecteerd.”

Het zogenaamde stedelijke voordeel valt weg als we verder kijken dan de gemiddelden en de inkomsten van het gezin. Daarom moet er in het sociale beleid en de programma’s gericht op het overleven en de ontwikkeling van kinderen meer aandacht worden besteed aan de armste en meest gemarginaliseerde kinderen in de stad. Moderne steden bieden over het algemeen betere toegang tot schoon water, gezondheids- en sociale diensten en onderwijsmogelijkheden. Als stadsbesturen kunnen werken aan inclusieve toegang en gelijke kansen voor ieder kind dat in hun stad woont, dan kan het leven in de stad echt een het overleven en de ontwikkeling van kinderen stimuleren.

5. Duizenden van jullie zullen officieel nooit bestaan, tenzij we nu iets doen

Waarom ik bezorgd ben:

Ieder kind heeft recht op een wettelijke identiteit, geboorteregistratie en een nationaliteit. Maar een kwart de kinderen die vandaag worden geboren – bijna 100.000 baby’s – lopen het risico nooit een officiële geboorteakte of een paspoort te bezitten. Als je ouders staatloos zijn, afkomstig uit een vervolgde of gemarginaliseerde gemeenschap, of als je gewoon in een arme, afgelegen regio woont, kan het zijn dat je nooit een identiteits- of geboorteakte krijgt. Het staatsburgerschap wkan je zelfs ontzegd of ontnomen worden. Bij gebrek aan de formele erkenning van een staat, heb je mogelijk geen toegang tot gezondheidszorg, onderwijs en andere overheidsdiensten. Ook loop je het risico uitgehuwelijkt te worden, gevaarlijk werk te verrichten of als kindsoldaat te worden ingezet. Als niet-geregistreerd of ‘staatloos’ kind ben je onzichtbaar voor de autoriteiten – het is alsof je nooit hebt bestaan.

” Als niet-geregistreerd of ‘staatloos’ kind ben je onzichtbaar voor de autoriteiten – het is alsof je nooit hebt bestaan.”

In de geïmproviseerde kampen in Bangladesh bijvoorbeeld, waar honderdduizenden Rohingya-vluchtelingen een toevluchtsoord hebben gevonden, worden elke dag baby’s geboren. Hun geboorte wordt nauwelijks geregistreerd en hebben dus geen nationaliteit. Van bij de start van hun leven wordt zo hun basisrecht ontnomen op deze beschermende documenten.

Er is nog een andere groep kinderen die gevaar lopen op een leven zonder een duidelijke juridische identiteit en staatloos te blijven. Als je een kind bent wiens ouders buitenlandse strijders zijn in een gewapende groep, kan het zijn dat je geen staatsburgerschap hebt, of dat je staatsburgerschap wordt afgenomen. UNICEF schat dat er in de Arabische Republiek Syrië alleen al bijna 29.000 buitenlandse kinderen in dit geval zijn, waarvan de meesten jonger zijn dan 12 jaar . In Irak zijn er vermoedelijk nog eens 1.000 kinderen die geen documenten van de burgerlijke stand hebben. Zij lopen het risico staatloos en onzichtbaar te worden.

1 op de 4 baby’s die vandaag geboren worden, lopen het risico nooit een officiële geboorteakte te hebben of in aanmerking te komen voor een paspoort.

Waarom er hoop is:

Kinderen registreren bij de geboorte is de eerste stap om te garanderen dat ze voor de wet erkend worden, hun rechten te waarborgen en ervoor te zorgen dat eventuele schendingen van deze rechten niet onopgemerkt blijven. De Verenigde Naties hebben zich tot doel gesteld dat iedere mens op deze planeet tegen 2030 een wettelijke identiteit zal hebben. UNICEF ondersteunt regeringen om dit doel te bereiken, te beginnen met het registreren van alle geboorten.

Voor sommige kinderen die geen officiële identiteit hebben door oneneigheid over hun juridische status, is de enige echte oplossing een politieke. UNICEF dringt er bij de lidstaten op aan hun verantwoordelijkheid te nemen om iedereen onder de 18 jaar te beschermen, overeenkomstig het Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Dit geldt ook voor kinderen van onderdanen van andere landen, of het nu migranten, vluchtelingen of buitenlandse strijders zijn. Kinderen zijn immers in de eerste plaats kinderen.

© UNICEF/UNI159401/Pirozzi

“De Verenigde Naties hebben zich tot doel gesteld dat iedere mens op deze planeet tegen 2030 een wettelijke identiteit zal hebben.”

In andere omstandigheden kunnen technologie en innovatieve partnerschappen voor vooruitgang zorgen. In de multinationale staat Bolivia bijvoorbeeld hebben TIGO – een landelijk telecommunicatiebedrijf – het Electoral High Tribunal en UNICEF zich ingezet om de geboorteregistratie in ziekenhuizen en gezondheidscentra te verbeteren. Registraties bij de geboorte tussen 2015 en 2018 zijn met meer dan 500 procent is toegenomen. In Rwanda leidde de automatische registratie van kinderen bij de geboorte in ziekenhuizen tot een toename van de geboorteregistratie van 67 procent in 2017 tot 80,2 procent in 2018. We moeten dit soort programma’s dringend uitbreiden om meer kinderen te bereiken. Dit betekent een drastische uitbreiding van de digitale toegang tot de meest afgelegen en kwetsbare gemeenschappen, zodat registratiesystemen in real time kunnen functioneren.

6. Je hebt 21ste eeuwse vaardigheden nodig voor een 21ste eeuwse economie

Waarom ik bezorgd ben:

Er zijn meer dan 1,8 miljard jongeren tussen 10 en 24 jaar in de wereld, de grootste groepen jongeren ooit in de menselijke geschiedenis. Maar al te vaak hebben zij geen toegang tot een opleiding die hen voorbereidt op de huidige noden en kansen op de arbeidsmarkt, en niet de nodige vaardigheden en visie verwerven die ze nodig hebben in een economie van de eenentwintigste eeuw. Hoewel de relatieve inkomensongelijkheid tussen landen de afgelopen dertig jaar is afgenomen, is de absolute inkomensongelijkheid aanzienlijk toegenomen. Sommige kinderen en gezinnen met een laag inkomen hinken achterop en lopen de kansen mis die hun rijkere leeftijdsgenoten wel hebben. Bovendien is de economische mobiliteit de laatste dertig jaar tot stilstand gekomen, waardoor nieuwe generaties in een armoedeval bliven zitten die volledig wordt bepaald door de context waarin ze geboren worden.

” De economische mobiliteit is de laatste dertig jaar tot stilstand gekomen, waardoor nieuwe generaties in een armoedeval bliven zitten die volledig wordt bepaald door de context waarin ze geboren worden.”

Waarom er hoop is:

Samen met zijn mondiale partners heeft UNICEF een nieuw initiatief gelanceerd om jongeren voor te bereiden om productieve en betrokken burgers  te worden. Generation Unlimited wil ervoor zorgen dat elke jongere tegen 2030 op school zit, een opleiding of stage volgt of een job heeft. Zo is er een programma in Argentinië dat leerlingen in afgelegen gebieden op het platteland verbindt met docenten van het voortgezet onderwijs, zowel persoonlijk als online. Een ander initiatief in Zuid-Afrika, dat TechnoGirl heet, geeft jonge vrouwen uit kansarme milieus kansen om een baan te vinden in de technologiesector. En in Bangladesh krijgen tienduizenden jongeren een opleiding in sectoren als de mobiele telefonie. Door middel van onze Youth Challenge brengen we jonge, briljante geesten samen om problemen in hun gemeenschap op te lossen. Jongeren zijn immers de experts van hun eigen leven en ervaringen. De Generation Unlimited Youth Challenge werkte samen met meer dan 800 innovatoren in 16 landen. Dit leverde heel wat vernieuwende oplossingen op. Een ervan is de SpeakOut mobiele app, ontwikkeld door jongeren in Noord-Macedonië om op een anonieme manier leeftijdsgenoten te bereiken om hulp en odnersteuning te krijgen als ze gepest worden. The Red Code is dan weer een zelfvoorzienend micro-ondernemerschapsprogramma uit Pakistan, dat jonge vrouwen helpt met vragen rond menstruele hygiëne en over hoe je voor je eigen inkomen kan zorgen.

UNICEF/UN0210214/Noorani

” Generation Unlimited wil ervoor zorgen dat elke jongere tegen 2030 op school zit, een opleiding of stage volgt of een job heeft.”

7. Je digitale voetafdruk moet worden beschermd

Waarom ik bezorgd ben:

Het internet is in hetzelfde jaar geboren als het Kinderrechtenverdrag, dertig jaar geleden. De wereld is door de komst van het internet getransformeerd en heeft het het leven van zowel kinderen als volwassenen radicaal verander. Meer dan 1 op de 3 kinderen wereldwijd zijn regelmatige gebruikers van het internet, en dit aandeel zal steeds groter worden naargelang de kinderen van deze generatie opgroeien.

Meer dan 1 op de 3 kinderen wereldwijd zijn regelmatige gebruikers van het internet, en dit aandeel zal steeds groter worden.

Discussies over de voordelen en gevaren van sociale media voor kinderen worden steeds frequenter gevoerd, en het staat vast meer actie nodig om kinderen te beschermen tegen pesterijen en blootstelling aan schadelijke inhoud. Ook ouders en kinderen worden zich bewust van het risico van het delen van te veel persoonlijke informatie op sociale media. In werkelijkheid zijn de gegevens die kinderen delen op hun social mediaprofielen slechts het topje van de ijsberg. Minstens zo belangrijk, is de enorme hoeveelheid gegevens die over kinderen wordt verzameld, hoewel hier minder vaak wordt bij stilgestaan. Terwijl kinderen hun dagelijkse online leven leiden, surfen op sociale media, gebruik maken van zoekmachines, e-commerce- en overheidsplatformen, spelletjes spelen, apps downloaden en gebruik maken van mobiele geolokalisatiediensten, stapelt zich een digitale voetafdruk op die bestaat uit duizenden stukjes data die om hen heen worden verzameld. Een deel van de gegevens kan zelfs al voor hun geboorte zijn verzameld en zeker voordat kinderen bewust toestemming kunnen geven voor het verzamelen en gebruiken de gegevens.

Terwijl kinderen hun dagelijkse online leven leiden [….], stapelt zich een digitale voetafdruk op die bestaat uit duizenden stukjes data die over hen worden verzameld”.

Het tijdperk van de zogenaamde ‘big data’ heeft het potentieel om het leveren van efficiënte, gepersonaliseerde en aangepaste diensten aan kinderen te verbeteren. Anderzijds zijn er ook mogelijk negatieve gevolgen voor hun veiligheid, privacy, autonomie en toekomstige levenskeuzes. Persoonlijke informatie die tijdens de kinderjaren wordt gecreëerd, kan worden gedeeld met derden, worden verhandeld om winst te maken of worden gebruikt om jongeren – met name de meest kwetsbare en gemarginaliseerde jongeren – uit te buiten. Identiteitsdieven en hackers kunnen misbruik maken van zwakke plekken van e-commerce platforms om zowel volwassenen als kinderen te bedriegen en uit te buiten. Zoekmachines volgen het gedrag van gebruikers, ongeacht hun leeftijd, en overheden wereldwijd hebben steeds geavanceerdere middelen om toezicht te houden op onze online activiteiten. Bovendien kunnen gegevens die tijdens de kinderjaren worden verzameld, toekomstige opportuniteiten beïnvloeden, zoals toegang tot financiering, onderwijs, verzekeringen en gezondheidszorg. De link tussen gegevensverzameling en -gebruik, toestemming en privacy is al erg complex voor volwassenen, en nog veel meer voor kinderen. Het internet is immers niet ontworpen met de rechten en behoeften van kinderen in het achterhoofd, en maar weinigen hebben de nodige vaardigheden om het complexe gegeven van privacycontrole en het delen van gegevens te begrijpen.

Maar al te vaak weten kinderen niet welke rechten ze hebben over hun eigen gegevens en begrijpen ze niet wat de gevolgen zijn van hun gegevensgebruik zijn of hoe kwetsbaar dit hen kan maken. Privacyvoorwaarden op social mediaplatforms zijn al vaak nauwelijks te begrijpen door hoogopgeleide volwassenen, laat staan kinderen. Een analyse van The New York Times toonde aan dat het privacy beleid van vele social media een hoger niveau van leesvaardigheid vereist dan die van de gemiddelde student. Dit betekent dat veel gebruikers, vooral de allerjongsten, waarschijnlijk instemmen met zaken die ze niet volledig kunnen begrijpen.

© UNICEF/UN0159305/Hahn

Waarom er hoop is :

De uitdaging waar we vandaag allemaal voor staan, is ervoor te zorgen dat we systemen ontwerpen die de voordelen van big data en artificiële intelligentie maximaliseren, terwijl we tegelijkertijd de privacy beschermen, gebruikers beschermen tegen misbruik en internetgebruikers – inclusief kinderen – in staat stellen om hun rechten uit te oefenen. De eerste stappen in deze richting worden gezet: overheden versterken het regelgevend kader, leveranciers uit de privésector erkennen hun rol en onderwijsprofessionals denken na over hoe ze kinderen de nodige tools kunnen geven om veilig door de online wereld te navigeren. Het is een begin.

Het Verdrag inzake de Rechten van het Kind stelt duidelijk dat ieder kind recht heeft op privacy. Er is geen enkele reden om dit niet online toe te passen. Als het recht van kinderen op privacy in de context worden geplaatst van al hun andere rechten, belangen en evoluerende capaciteiten, is het duidelijk dat het begrip privacy bij kinderen niet dezelfde reikwijdte en toepassing heefts als die van volwassenen en dat het absoluut noodzakelijk is kinderen nog beter te beschermen.

Kinderen die gebruik maken van sociale media, moeten de mogelijkheid hebben om gemakkelijk het gebruik van hun gegevens te accepteren of te weigeren, of het nu door de aanbieder zelf is of voor andere commerciële belangen. Ze moeten toegang hebben tot een duidelijk en toegankelijk privacybeleid aangepast aan hun leeftijd. Zoals sommige kinderen zelf hebben aanggeven, zou het goed zijn dat dit ook geldt om bijvoorbeeld oude profielen op social media te verwijderen. Daarnaast is het van cruciaal belang om een duidelijk, transparant en toegankelijk privacybeleid te hebben wanneer gegevens over kinderen worden verzameld door hun online gedrag te volgen, zodat kinderen echt de kans hebben om met kennis van zaken toestemming te geven, hun rechten te begrijpen en te weten wat met de verzamelde gegevens zal gebeuren. Het is van essentieel belang dat jongeren de kennis en vaardigheden krijgen die nodig zijn om hun digitale rechten op te eisen.

Internetproviders en social mediaplatforms hebben een cruciale rol om de bescherming van kinderen te versterken. Zij hebben de verantwoordelijkheid transparante, ethische normen te ontwikkelen en verhoogde waakzaamheid in acht nemen om alle gegevens die op kinderen betrekking hebben te beschermen, met inbegrip van informatie over hun locatie, hun surfgedrag, en vooral hun persoonlijke gegevens.

” Het Verdrag inzake de Rechten van het Kind stelt duidelijk dat ieder kind recht heeft op privacy. Er is geen enkele reden om dit niet online toe te passen.”

Sommige nieuwe regelgevingskaders, zoals de Europese algemene verordening inzake gegevensbescherming (GDPR), vormen een veelbelovende stap vooruit. Volgens de GDPR van de EU hebben internetgebruikers, ook kinderen, recht op een transparante en duidelijke informatie over de manier waarop hun gegevens worden verwerkt. Ook moeten ze een kopie van hun persoonsgegevens kunnen krijgen en moeten ze onjuiste persoonlijke informatie kunnen laten corrigeren.

Global Pulse is een initiatief van de Verenigde Naties dat onderzoekt hoe nieuwe, digitale gegevensbronnen en real-time analysetechnologieën ons kunnen helpen een beter inzicht te krijgen in de veranderingen in het welzijn van mensen en nieuwe kwetsbaarheden die de kop opsteken, en op die manier ontwikkeling te ondersteunen. Als reactie op legitieme bezorgdheden over de privacy en gegevensbescherming heeft Global Pulse in overleg met privacyexperts een reeks privacybeginselen ontwikkeld om transparantie te waarborgen over hoe gegevens worden gebruikt, individuele privacy te beschermen, de noodzaak te erkennen van het verkrijgen van expliciete toestemming voor het gebruik van persoonsgegevens en redelijke verwachtingen rond privacy te respecteren. Ook moeten alle redelijke inspanningen worden geleverd om onwettige en ongerechtvaardigde heridentificatie van personen te voorkomen.

8. Jullie zullen misschien de meest wantrouwige generatie burgers ooit zijn.

Waarom ik bezorgd ben :

Ieder kind heeft het recht om een actieve rol te spelen in de samenleving en voor velen van jullie zullen de eerste ervaringen met maatschappelijke betrokkenheid online zijn. De meesten van jullie zullen echter opgroeien in een digitale omgeving die overloopt van verkeerde informatie en “fake news”, wat het vertrouwen en de betrokkenheid van het publiek in instellingen en informatiebronnen ondermijnt. Uit verschillende studies blijkt dat veel kinderen en jongeren vandaag moeite hebben om op het internet een onderscheid te maken tussen wat echt is en wat nep. Hierdoor weet jullie generatie niet meer wie ze kan vertrouwen of wat ze moet geloven.

Een commissie rond fake news, die door het Britse parlement wordt ondersteund en samenwerkt met Facebook, First News en The Day, stelde vast dat slechts een kwart van de kinderen die online nieuws lezen, de bronnen vertrouwt die ze lezen. Dit kan worden gezien als een positief teken van een gezond, kritisch denkvermogen, maar uit hetzelfde onderzoek blijkt ook dat slechts 2 procent van de kinderen en jongeren in het Verenigd Koninkrijk over de kritische geletterdheids beschikt die nodig zijn om te weten of een nieuwsbericht echt of vals is. Zorgwekkend genoeg zegt bijna twee derde van de leerkrachten te geloven dat nepnieuws schadelijk is voor het welzijn van kinderen. Het verhoogt gevoelens van angst en verstoort hun wereldbeeld. Een studie die werd uitgevoerd in scholen in 12 staten van de Verenigde Staten naar ‘civic online reasoning’ (of het vermogen om de geloofwaardigheid van online informatie te beoordelen) beoordelen, wees uit dat kinderen en jongeren bij de evaluatie van informatie op sociale media gemakkelijk worden misleid.

We weten dat foute informatie schadelijk is en een reële impact heeft. Duizenden ouders van deze generatie worden bijvoorbeeld misleid door verkeerde informatie die via sociale media en mobiele berichtenapps wordt verspreid over de veiligheid van vaccins. Dit heeft geleid tot een golf van wantrouwen ten opzichte van vaccinatie en een zorgwekkende heropflakkering van mazelen in zowel hoge- als lage-inkomenslanden, waaronder Frankrijk, India en de Filippijnen.

Door desinformatiecampagnes werden kinderen ook in de val gelokt om geld te geven, hun gegevens te onthullen of werden ze het slachtoffer van seksuele uitbuiting. In de afgelopen jaren zagen we hoe verkeerde informatie het democratisch debat en de intenties van de kiezers kan beïnvloeden en wantrouwen kan wekken ten opzichte van andere etnische, religieuze of sociale groepen, wat tot verdeeldheid en onrust kan leiden. Het is een probleem dat overal ter wereld opduikt. In landen als Brazilië, Oekraïne en de Verenigde Staten, leidden gesofisticeerde desinformatiecampagnes ertoe geleid dat op school lessen ‘Learn to Discern’ worden gegeven (leer het onderscheid te maken). En in Myanmar zou een desinformatiecampagne een rol hebben gespeeld bij het aanzetten tot het afschuwelijk geweld tegen de Rohingya-minderheid.

“Als maatschappij is het uiterst belangrijk dat we weerbaar worden tegen de dagelijkse stroom fake news.”

En dit is maar het topje van de ijsberg in dit ‘post-truth’ tijdperk. Naarmate de technologieën om te misleiden verbeteren en het steeds moeilijker wordt inhoud te op waarachtigheid te beoordelen, neemt de kans op toe dat het vertrouwen in instituten afneemt en sociale onenigheid exponentieel toeneemt. Geavanceerde videomanipulatietechnologieën maken gebruik van AI-gegenereerde beeldsyntheses. De werkelijkheid wordt zo vervormd en gemanipuleerd en mensen kunnen woorden in de mond worden gelegd. Dit zijn zogenaamde ‘deep fakes’.

Deze technologieën worden steeds gesofistikeerder, en als we geen maatregelen nemen om de volgende generatie te helpen fake nieuws uit te roeien, hebben ze het potentieel om het vertrouwen in de wetenschap en de geneeskunde fundamenteel te ondermijnen, onze instellingen en overtuigingen uit te hollen, gemeenschappen te verdelen en een ernstige bedreiging te vormen voor onze democratieën.

In het digitale tijdperk kunnen we ons niet langer veroorloven er naïef op te vertrouwen dat de waarheid zal zegevieren. We moeten als samenlevingen de veerkracht ontwikkelen ten opzichte van de dagelijkse stortvloed aan fake news op het internet. Om te beginnen moeten we jongeren in staat stellen te begrijpen wie en wat ze online kunnen vertrouwen, zodat ze actieve, betrokken burgers kunnen worden.

© UNICEF/UN0120662/Brazier

Waarom er hoop is :

Er zijn aanwijzingen dat volwassenen vertrouwen moeten hebben in het vermogen van kinderen en jongeren om niet in de valkuil van fake news te vallen. Een recent onderzoek, gepubliceerd door de American Association for the Advancement of Science, heeft aangetoond dat gebruikers van sociale media die ouder zijn dan 65 jaar oud zijn, bijna zeven keer zoveel fake news delen dan de jongste leeftijdsgroep. Hoewel de redenen hiervoor nog niet duidelijk zijn, kan het erop wijzen dat ‘digital natives’ een hoger niveau van digitale en mediageletterdheid hebben die als een beschermend filter fungeert. Toch is het duidelijk dat we onze inspanningen moeten verdubbelen om jonge, scherpzinnige burgers op te leiden die zich verzetten tegen manipulatie en een vertrouwensrelatie behouden met betrouwbare en verifieerbare informatie en institutionele kennis.

“ We moeten onze inspanningen verdubbelen om jonge, scherpzinnige burgers op te leiden die zich verzetten tegen manipulatie. “

Sociale mediaplatformen lijken de strijd tegen fake news ernstig te nemen. Ze werken samen met nieuwsorganisaties om betrouwbare bronnen duidelijk te labelen. Toch kunnen we voor oplossingen niet enkel op hen vertrouwen. Kinderen hebben recht op onderwijs dat hen voorbereidt op de wereld waarin ze zullen leven. Vandaag de dag omvat dit een veel betere digitale en mediageletterdheid, kritisch denken en het vermogen om bewijsmateriaal te evalueren. De directeur van het Directoraat Onderwijs en Vaardigheden van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, die kritisch denken als een globale competentie beschouwt, voegt vragen toe om de capaciteit van kandidaten te evalueren waarheid en fictie van elkaar te onderscheiden in de volgende ronde van de invloedrijke internationale PISA-tests. Soortgelijke initiatieven kunnen bijdragen om onderwijs en opleidingen in digitale geletterdheid uit te breiden, wat een van de meest nuttige vaardigheden voor de volgende generatie kan zijn. Bovendien moeten we alles in het werk stellen  om een klimaat van vertrouwen te herstellen tussen jongeren en instituten en een sterke band op te bouwen, als we de democratische samenlevingen in de toekomst willen behouden.

Een laatste woord …

Tot slot, wat mij het meeste hoop geeft zijn jullie – de kinderen en jongeren van vandaag. Jullie nemen het voortouw door op te roepen tot onmiddellijke actie, en door jullie zelf de middelen te geven om de wereld te ontdekken en vorm te geven. Jullie maken jullie standpunt duidelijk, en wij luisteren.

Net zoals de kinderen van 1989 zich hebben ontpopt tot de leiders van vandaag, zo zijn jullie, de kinderen en jongeren van 2019, de leiders van de toekomst. Jullie inspireren ons.

Wij willen met jullie samenwerken om de oplossingen te vinden die nodig zijn om de uitdagingen van vandaag aan te gaan, om een betere toekomst te bouwen voor jezelf en voor de wereld die jullie zullen erven.

Henrietta H. Fore

UNICEF Executive Director