Onderwijs

Vraag UNICEF België

Zult u de aanzet volgen die de voorbije regeringen hebben genomen om de strijd tegen ongelijke schoolkansen aan te gaan? Welke maatregelen stelt uw partij voor om segregatie op school tegen te gaan? 

Download hier de antwoorden van alle politieke partijen


Antwoorden politieke partijen

Hieronder vind je de standpunten van de politieke partijen (alfabetisch gerangschikt) rond het thema onderwijs. De antwoorden zijn gepubliceerd zoals ze ons werden toegestuurd, zonder enige wijzigingen, noch in de tekst noch in de lay-out.

Lees het antwoord van CD&V :[read more]

De strijd tegen ongelijkheid is een complexe problematiek waarbij de verschillende beleidsdomeinen de handen in elkaar moeten slaan. Het staat echter buiten kijf dat het onderwijs hier een belangrijke rol in speelt. Minister van Onderwijs Hilde Crevits heeft de afgelopen legislatuur hard ingezet op gelijke onderwijskansen voor iedereen. Voor CD&V blijft dit een strijdpunt, ook voor de volgende legislatuur. Vandaar dat we in ons verkiezingsprogramma ruim aandacht besteden aan deze problematiek.

Elk kind verdient ambitieus onderwijs. Ons onderwijs speelt ook een belangrijke maatschappelijke rol. Scholen en speelplaatsen zijn spiegels van onze samenleving. Kinderen, jongeren, leerkrachten en ouders leren er met elkaar omgaan. In een samenleving die op tal van vlakken diverser wordt, is dat des te belangrijker. Zo bereidt onderwijs jongeren voor om hun plaats te vinden in de maatschappij en op de arbeidsmarkt. Het is onze ambitie om elke jongere met de nodige kwalificaties het leerplichtonderwijs te laten afsluiten zodat hij of zij klaar is voor het hoger onderwijs of de arbeidsmarkt. We voorzien een continue schoolloopbaanbegeleiding en een goede aansluiting op de arbeidsmarkt, zonder in te boeten op de brede vorming voor alle jongeren.

Om ervoor te zorgen dat geen enkele kleuter bij voorbaat al een achterstand oploopt gaan we voor een maximale kleuterparticipatie vanaf 3 jaar en laten we de leerplicht aanvangen op 5 jaar. Vandaag is Vlaanderen al top in het aantal kleuters dat is ingeschreven én regelmatig aanwezig is op school. Maar onze ambitie gaat verder. In het groeipakket zorgen de participatietoeslagen voor een financiële stimulans (vanaf 2019) richting inschrijving en deelname aan het kleuteronderwijs. Daarnaast focussen onze acties op kleuters die we vandaag niet (voldoende) in de klas zien. Hiervoor werken we nauw samen met het lokale bestuur, via een gedeelde financiering.

Om de drempel om naar school te gaan zo laag mogelijk te houden, zorgen we voor een basisschool in elke buurt. De scholen worden spiegels van de buurt. De vrije schoolkeuze blijft het uitgangspunt. Ouders moeten kunnen kiezen voor een school die past in hun opvoedingsvisie. Daartoe hebben we stevig ingezet om voldoende capaciteit te voorzien. Deze inhaalbeweging in de scholenbouw wordt onverminderd voortgezet. We versterken ze zelfs met bijkomende financiële middelen. Een aantrekkelijk investeringskader in het basis- en secundair onderwijs biedt scholen een keuze aan financieringswijzen (reguliere middelen, PPS-financiering, huursubsidies…) en brengt het historische financieringsmechanisme tussen de verschillende onderwijsnetten bij de tijd.

Vanaf 1 september 2019 rollen we jaar per jaar de modernisering van het secundair onderwijs uit. We zorgen ervoor dat dit zorgzaam gebeurt en hebben aandacht voor de leerling, de leerkracht en het schoolteam. Deze modernisering heeft verschillende uitgangspunten en doelstellingen waarvan het tegengaan van sociale ongelijkheid één van is.

Niet elk kind heeft bij de start van zijn onderwijstraject al dezelfde kansen gekregen. Het is onze taak om álle leerlingen dezelfde kansen te geven op kwaliteitsvol onderwijs, hen hun talenten te laten ontdekken en hun persoonlijkheid verder te vormen. Barrières die dit in de weg staan, moeten weggewerkt worden. We hebben extra aandacht voor leerlingen uit kansengroepen.

Bij de toekenning en verdeling van werkings- en personeelsmiddelen blijven zowel leerlingenaantal als school- en leerlingenkenmerken hun rol spelen. Wat de verdeling van de SES- en GOK-middelen betreft, beperken we de bepalende indicatoren tot ‘de thuistaal, die al dan niet het Nederlands is’, ‘het al dan niet ontvangen van een selectieve participatietoeslag (schooltoelage)’ en ‘de opleiding van de moeder’. Met deze middelen voeren de scholen een onderbouwd en sterk leerbeleid, gericht op de ondersteuning van sociaal zwakkere leerlingen en op taalverwerving.

We willen zo weinig mogelijk financiële drempels. We organiseren ons onderwijs kostenbewust, zodat de studiekeuze niet bepaald wordt door de financiële haalbaarheid. We versterken de schooltoelage voor leerlingen die duurdere beroepsgerichte studierichtingen volgen.

Bij de inning van onbetaalde schoolfacturen zijn incassobureaus de allerlaatste oplossing. We werken verder aan een kostenbeheersend beleid in het secundair onderwijs. We richten ons daarbij prioritair op de kosten van dure beroepsgerichte studierichtingen. Hiervoor breiden we het project Samen Tegen Onbetaalde Schoolfacturen structureel uit naar gans Vlaanderen.

Met uitgeverijen en onderwijsverstrekkers maken we een ethische code op waarin we onder meer afspraken maken over de ontwikkeling en het gebruik van (invul)handboeken.

Zorgen voor leermiddelen behoort tot de opdracht van de school. Ze zorgen ervoor dat geen enkele leerling leermiddelen ontzegd wordt, ook al zijn er nog openstaande rekeningen.

We maken het mogelijk dat leerlingen uit kansengroepen kosteloos naar de kunstacademie kunnen.

We investeren in onderwijsflankerende maatregelen. Scholen, CLB’s en lokale besturen werken samen om kinderen en jongeren die onvoldoende kansen krijgen, te ondersteunen. Gezamenlijke projecten (bv. inzet van brugfiguren) van scholen, CLB’s en lokale besturen om kinderen en jongeren te versterken, worden, naast de inbreng van de school en het lokaal bestuur, financieel ondersteund. Wanneer het lokale bestuur en de school een euro inzetten voor zo’n projecten, legt de Vlaamse overheid hier een euro bij. Ook een samenwerkingsverband van lokale besturen en scholen komt hiervoor in aanmerking.

De onderwijstaal is en blijft Nederlands. Een goede kennis van het Nederlands is immers essentieel. Taal is de sleutel voor sterke onderwijsprestaties én tot volwaardige integratie. De realiteit op school is echter meertalig. Nederlands is vaak niet meer de eerste taal van de leerlingen. Daarom hebben we nood aan een TaalTurbo. We stimuleren taalvaardigheid en begrijpend lezen. De lat ligt hoog voor elke leerling. We denken aan voldoende instructietijd in de klas om te (leren) lezen, lezen ook na de schooluren stimuleren en inzetten op een sterke leesdidactiek. We bevorderen leesplezier buiten de schooluren, in structurele samenwerking met bibliotheken (bv. door wijkbibliotheken een plaats in de school te geven) en culturele centra. Scholen met veel leerlingen van wie de thuistaal niet het Nederlands is, kunnen de extra middelen die ze hiervoor krijgen gericht inzetten.

[/read]

Lees het antwoord van GROEN :[read more]

  • Beter nog dan de sociale ongelijkheid op latere leeftijd dicht te rijden, kiezen we er resoluut voor om te investeren in jonge kinderen. Meer geld voor kinderopvang, opvoedingsondersteuning en het basisonderwijs zijn een kwestie van gezond verstand.
  • Wij willen een gerichtere toekenning van werkingsmiddelen aan scholen die het echt nodig hebben. Ongelijke situaties moeten met ongelijke middelen worden aangepakt. Voor scholen met een opeenstapeling van zorgnoden, is er nood aan een gerichte injectie van investeringen in omkadering en werkingsmiddelen. Zo kunnen ze dit inzetten voor taalbeleid, extra nascholing of pedagogisch materiaal om gelijke onderwijskansen te bevorderen. Meer aandacht geven aan leerlingen met specifieke noden vergt een andere manier van lesgeven. Daar willen we leerkrachten in ondersteunen.
  • We willen diversiteit naar de kern van het onderwijsbeleid brengen. Omgaan met verschillen tussen leerlingen (talenten, interesses, beperkingen, achtergrond en afkomst,…) zetten we centraal in de opleiding en nascholing van leerkrachten. Het moet in de scholen de focus van meer diverse teams van leerkrachten zijn. Een positieve omgang met diversiteit resulteert in een open en veilig klasklimaat en in meer welbevinden van alle leerlingen.
  • Onze partij engageert zich voor het behoud van de maximumfactuur in het basisonderwijs. De kosten voor (buiten)schoolse activiteiten en hulpverlening moeten hierin verrekend worden. In de eerste graad van het secundair onderwijs moet de maximumfactuur ingevoerd worden. In de tweede en derde graad secundair onderwijs moet kostenbeheersing verder gestimuleerd worden.
  • Onze partij wil de bestaande verboden op levensbeschouwelijke kentekenen op scholen opheffen.
  • Groen pleit ervoor dat het onderwijskorps een afspiegeling wordt van de samenleving, door middel van een uitvoeringsbesluit evenredige arbeidsdeelname voor het onderwijs.

[/read]Lees het antwoord van N-VA :[read more]

In de eerste plaats wil de N-VA zorgen voor een goed en uitdagend onderwijs. We leggen de lat voor iedereen hoog en communiceren dit ook zo naar ouders en leerlingen.

Wij voorzien in middelen om iedereen over die lat te krijgen.

  • We leiden specialisten op in onderwijskunde en plaatsen die in de scholen: omgang met armoede, omgang met motivatieproblemen, omgang met andere culturen. We zetten ervaren leerkrachten voor de moeilijkste klassen van de moeilijkste scholen. In dit kader verwijzen we graag naar :
    • de studie van S. Van Wijnsberghe die stelt dat niet de samenstelling van de klas maar de wijze van werken met het kind invloed heeft op de schoolse resultaten in het secundair en hoger onderwijs
    • de projecten in Rotterdam en Londen die niet voor vermenging van klassen zijn gegaan, maar die bewust toelieten dat scholen eenzijdig werden bevolkt maar specialisten armoede en cultuuromgang in die school brachten die dit nodig hadden en daar zeer goede resultaten mee hebben bereikt.
  • We zetten armoede en kansarmoede in de lerarenopleiding zodat leerkrachten de signalen oppikken en herkennen en er mee kunnen omgaan.
  • We kijken naar de nood van elk kind : wat heeft dit kind nodig om zich goed te ontwikkelen binnen het Vlaams onderwijs. We denken daarbij zeker aan
    • aanleren Nederlands als gemeenschappelijke sociale verbindingstaal, als onderwijstaal, als taal om later op de arbeidsmarkt dezelfde kansen te kunnen krijgen
    • kinderen met speciale noden ondersteunen we in deze locatie die voor hen het best geschikt is, gewoon onderwijs als het kan, buitengewoon onderwijs als dat nodig is.
  • We behouden de studiefinanciering en kijken of we die kunnen koppelen aan de studierichting.
  • We bestuderen het gebruik van de SES-middelen. Als die, zoals het Rekenhof in vraag stelt, onterecht worden gebruikt, maken we er gekleurde middelen van.
  • Via het buurtnetwerk stimuleren we de ouders om hun kind Nederlands te leren, het zelf te leren, samen met het kind naar en door het onderwijs te stappen.
  • We bekijken of we de onderfinanciering kunnen compenseren met privégeld.

Wij investeren in onderwijs en opleiding

  1. Investeringen in technische en beroepsgerichte opleidingen en hoger onderwijs
  2. Uitbouw duaal leren, werkplekleren, stages, … zodat integratie onderwijs-werk optimaliseert
  3. Intensifiëren relaties tussen onderwijs en bedrijven door stages, werkplekleren
  4. Bedrijven en werknemers motiveren in de richting van ‘lerende organisatie’ zodat verwerven, bijschaven en gebruiken van competenties gestimuleerd wordt

[/read]

Lees het antwoord van open VLD :[read more]

Iedereen wil het beste onderwijs voor zijn of haar kind, en daar hebben ze ook recht op. We moeten de lat hoog leggen en de drempel laag. Het onderwijs is immers dé kansenmachine van onze samenleving. Elke leerling moet er zijn of haar talenten kunnen ontwikkelen. Het is daarbij niet de portemonnee van de ouders die de kans van een kind mag bepalen. Daarom is het onze overtuiging: vroeg begonnen is half gewonnen. Daarom willen we de leerplichtleeftijd naar 3 jaar verlagen. Dat wil niet zeggen dat kinderen van 3 jaar elke dag een volledige dag naar school moeten gaan. Dat betekent wel dat alle kleuters regelmatig naar school gaan. We zetten ook meer in op taalvaardigheid voor alle leerlingen, ongeacht hun thuista(a)l(en). Dat betekent dat er meer lestijd moet gaan naar de kennis van het Nederlands, naar lezen en schrijven. Wie taalachterstand heeft, kan terecht in extra taalbadklassen. Maar we geven scholen eveneens meer vrijheid om immersie–onderwijs te organiseren. We vertrekken daarbij steeds van een grondige kennis van het Nederlands, maar geven scholen de kans om ook inhoudelijke vakken te onderwijzen in het Engels, Frans of Duits.   Gelijke onderwijskansen en excellentie gaan hand in hand. Precies door de lat hoog te leggen op het vlak van kwaliteit, geven we alle kinderen een kans op een betere toekomst. Tijdens de schooluren ligt de nadruk daarom op lesgeven, bijleren en je talent ontwikkelen. Daarnaast houden we – zeker in moeilijke buurten – kinderen en jongeren ook buiten de schooluren binnen de schoolmuren. Het is niet logisch om schoolgebouwen en infrastructuur alleen van half negen tot half vier te gebruiken en daarna leeg te laten staan. Ook voor- en naschooltijd kan een waaier aan activiteiten georganiseerd worden die plezant of nodig zijn zoals huiswerkbegeleiding, warme maaltijden, sport en ontspanning bijvoorbeeld. We moedigen onderwijsinstellingen aan om zoveel mogelijk samen te werken met bijvoorbeeld muziekacademies, sociale diensten, sportverenigingen en jeugdcentra. Steden en gemeenten spelen hierbij een belangrijke rol. Tegelijk zetten we ook het gelijke onderwijskansenbeleid van toenmalig Vlaams minister Marleen Vanderpoorten verder met extra geld op basis van leerlingenkenmerken zoals thuistaal of opleidingsniveau moeder. Zonder die middelen zou de kloof tussen kansarme en kansrijke leerlingen nog groter zijn.

[/read]

Lees het antwoord van PVDA :[read more] (antwoorden ontvangen op 10 mei 2019)

De strijd tegen ongelijkheid op school is een van de essentiële punten van ons “onderwijsprogramma”. Want als er een domein is waarin België kampioen is, dan is het wel de sociale ongelijkheid in het onderwijs. De sociale ongelijkheid in het onderwijs wordt in de hand gewerkt door het bestaan van “ghettoscholen” van armen of van rijken. De vroege opsplitsing in hiërarchische studierichtingen vanaf de leeftijd van 14 jaar speelt mee in de sociale selectie. Deze vaststellingen zijn reeds vijfentwintig jaar gekend. Vijfentwintig jaar dat de traditionele partijen het onderwijs beheren. En vijfentwintig jaar dat er geen verbetering komt.

We stellen een reeks prioritaire maatregelen voor in de strijd tegen de ongelijkheid:
• Wij willen onderwijs verplicht maken vanaf de leeftijd van drie jaar
• Wij maken het onderwijs gratis (schoolmateriaal, activiteiten, opvang, middagbewaking)
• Kleinere klassen. Tot het tweede leerjaar, maximum vijftien kinderen per klas. In de daaropvolgende jaren maximum twintig leerlingen per klas. .
• Een langere gemeenschappelijke stam tot zestien jaar, zoals het Finse model.
• Een leerkrachten “pool” om onmiddellijk vervanging te verzekeren in geval van ziekte van de titularis en ter versterking van de pedagogische teams in de scholen.
• Samenwerking tussen de netten. Op termijn werken we naar een pluralistisch net.

[/read]

Lees het antwoord van sp.a :[read more]

Kwaliteitsvol onderwijs voor iedereen.
Onderwijs dat opnieuw ambitieus is voor alle leerlingen, met voldoende aandacht voor welbevinden, is de beste garantie op gelijke kansen voor elk kind.

  • We verlagen de leerplicht naar 3 jaar en versterken het kleuteronderwijs door de financiering te verhogen.
  • We zorgen voor minder leerlingen per leerkracht door o.a. in te zetten op co- en teamteaching. Zo maken we de job van leerkracht werkbaarder en zorgen we dat leerkrachten de ruimte hebben om met individuele leerlingen aan de slag te gaan.

Stapsgewijs naar gratis onderwijs.

De hoogte van de schoolfactuur mag nooit de studiekeuze of school bepalen. Onderwijs is een basisrecht.

  • We maken het kleuter- en basisonderwijs volledig gratis en verhogen de werkingsmiddelen van scholen.
  • We voeren de maximumfactuur in in het secundair onderwijs. We gaan op termijn naar volledig kosteloos leerplichtonderwijs.
  • We voeren een verbod op incassobureaus in voor het innen van schoolfacturen.
  • Scholen worden ondersteund om aan kostenreductie te doen. We reguleren de prijs voor schoolboeken, zodat die kost voor ouders daalt.

Warme en zorgzame scholen

We ontwikkelen onze scholen tot warme, zorgzame omgevingen waar leerlingen zich goed voelen en gestimuleerd worden om te leren en te leven.

  • We zorgen voor gezonde voeding op school. Naast een gratis gezonde warme maaltijd voor alle kinderen, verdelen we – in overleg met de fruitsector – fruitoverschot als gratis en gezond vieruurtje in alle scholen.
  • We stimuleren een sterk zorgbeleid in elke school waarbij de leerling centraal staat. We omkaderen leerlingen en leerkrachten beter door voldoende gekwalificeerd zorgpersoneel op school.
  • Scholen helpen mee bij de snelle detectie en preventie van armoede.
  • We gaan naar een verplicht structureel anti-pestbeleid in alle scholen via initiatieven zoals Peer Support en richten een kenniscentrum rond cyberpesten op.

Samen leren, samen leven
De arbeidsmarkt van de toekomst wordt sowieso een netwerkeconomie en de diversiteit in de samenleving zal enkel toenemen. Leren samenwerken en samenleven zijn dan ook cruciaal. We moeten de schotten in ons onderwijs dan ook wegwerken. Leerlingen samenbrengen in plaats van op te delen, dat moet het doel zijn in ons onderwijs.

  • We zetten in op de organisatie van domeinscholen waarbinnen een brede waaier aan opleidingen binnen een bepaald interessedomein wordt aangeboden. We stappen af van de geladen termen ASO, TSO, BSO en gebruiken enkel nog de nieuwe termen ‘doorstroomrichtingen’ en ‘arbeidsmarktgerichte richtingen’ om de finaliteit van een richting te duiden.
  • We versterken de eindtermen burgerschap, ethiek en levensbeschouwing en stimuleren het aanbieden van een vak burgerschap in alle onderwijsnetten.
  • Een gedeelde taal is een belangrijke motor voor geslaagd samenleven. We versterken de kennis van het Nederlands maar gebruiken ook de meerwaarde van meertaligheid binnen de klas.

Oriënteren vanuit talenten in plaats van uit falen

We stoppen de waterval en de negatieve oriëntering in het onderwijs en zetten voluit in op het ontdekken en stimuleren van talenten van jongeren. Op deze manier pakken we schoolmoeheid, spijbelgedrag en ongekwalificeerde uitstroom aan.

  • Om schoolmoeheid tegen te gaan en jongeren te helpen bij hun keuzes zorgen we voor voldoende ervaringen met de arbeidsmarkt. We breiden duaal leren verder uit doorheen het volledige secundair en hoger onderwijs.
  • De eerste graad van het secundair onderwijs dient jongeren te helpen bij het ontdekken van hun talenten. We schaffen negatieve oriëntatie in de vorm van B- en C-attesten in de eerste graad af. Op het einde van de eerste graad krijgen jongeren een studieadvies op basis van hun talent dat hen dient te helpen bij de keuze voor een domein en richting.
  • We versterken STEM-onderwijs (Science, Technology and Mathematics) als een brug tussen praktijkgericht en theoretische georiënteerd onderwijs.
  • We trekken het positief oriënteringsbeleid door in het hoger onderwijs. Studenten worden op regelmatige momenten getest en op basis van deze testen wordt er tijdig geremedieerd of geheroriënteerd.

[/read]

Lees het antwoord van Vlaams Belang :[read more]

Het principe van het inclusief onderwijs – waarbij leerlingen met uiteenlopende beperkingen les volgen in een klassieke school – klinkt misschien mooi, maar werkt in de praktijk vaak niet goed. Dagelijks komen schrijnende verhalen boven van leerlingen die de stress in een gewone school niet aankunnen of niet de zorg krijgen die ze nodig hebben.

Het buitengewoon onderwijs had voor dit type leerlingen een grote expertise ontwikkeld. Dat werd afgebouwd. Scholen van het buitengewoon onderwijs moeten noodgedwongen inkrimpen en verliezen aan kwaliteit. Leerkrachten in het reguliere onderwijs moeten bovenop hun niet te onderschatten takenpakket ook de zorg dragen voor leerlingen die extra begeleiding nodig hebben. Dit komt soms ook het onderwijs aan de andere leerlingen niet ten goede.

Voor sommige leerlingen zal het inclusief onderwijs inderdaad een succesverhaal zijn, maar in de meeste gevallen zijn leerlingen met beperkingen gebaat bij onderwijs op maat. Hiervoor zijn de scholen van het buitengewoon onderwijs die ter zake over veel expertise beschikken het meest aangewezen.

Voor het Vlaams Belang moet de overheid waken over de kwaliteit van het onderwijs. Dit moet gebeuren via de eindtermen. Deze moeten op duidelijke wijze beschrijven wat een leerling moet kennen om te kunnen slagen. De kwaliteitscontrole op de eindtermen moet bestaan uit uniforme testen. Zo krijgt elke leerling duidelijkheid over zijn sterke en zwakke scores en kunnen doelstellingen bepaald worden waaraan gewerkt kan worden. Uniforme testen maken ook duidelijk hoe het gesteld is met de kwaliteit van de diverse studierichtingen die een school aanbiedt.

Het Vlaams Belang pleit voor politiek neutraal onderwijs. Kritische jongeren vormen is noodzakelijk. Daarom dient een school geen politiek-correcte dogma’s op te leggen. Multiculturele indoctrinatie of het goedpraten van religieus extremisme horen daarom in geen enkele school thuis.

Het Vlaams Belang is voorstander van het inschrijven van ‘burgerschap’ in de eindtermen, waarbij de kennis van en het respect voor onze Europese waarden en normen en onze Vlaamse identiteit, cultuur, geschiedenis en tradities centraal staan. Burgerschap moet kaderen in een beleid van civiel nationalisme. ‘Burgerschap’ mag niet neerkomen op een rondje multiculturele indoctrinatie.

Het Vlaams Belang wil dat bij het inschrijvingsbeleid voor de scholen de vrije schoolkeuze en daarmee ook de vrijheid van onderwijs maximaal wordt gerespecteerd. Het volstaat niet om enkel lippendienst aan deze principes te bewijzen. Want wanneer men via geforceerde maatregelen de sociale mix wil realiseren, zal dat er de facto steeds op neerkomen dat de vrije schoolkeuze van sommige leerlingen wordt aangetast.

De enige sociale mix die voor het Vlaams Belang aanvaardbaar is, is degene die zich spontaan realiseert, niet de sociale mix die men via overheidswege wil opleggen. Ons onderwijs mag geen ideologische speeltuin meer zijn van cultuurmarxisten die geloven in de maakbare samenleving.

De leerplichtleeftijd werd recent verlaagd tot vijf jaar. Er gaan stemmen op om die verder te verlagen tot zelfs drie jaar. Veel kinderen van die leeftijd zijn nog niet schoolrijp. Onderzoek toont bovendien aan dat taalzwakke leerlingen te weinig taalverwerving doen in de (vaak grote) klas. De vraag dient ook gesteld of er wel voldoende leerkrachten en zorgkundigen zijn om voor al die kinderen te zorgen. Thuiswerkende ouders die voltijds voor hun kleine kinderen willen zorgen, moeten die mogelijkheid daarom zeker behouden.

Het Vlaams Belang is niet ongevoelig voor gezinnen die het moeilijk hebben om de kosten verbonden aan het onderwijs te betalen. De veelheid van studierichtingen in het secundair onderwijs maakt het invoeren van een maximumfactuur moeilijker realiseerbaar. Toch moet ook daar werk gemaakt worden van een naar studierichting gediversifieerde maximumfactuur om de kostprijs voor ouders en leerlingen te beperken. Al te vaak kan immers worden vastgesteld dat scholen bepaalde kosten onwettelijk doorschuiven naar de leerlingen en hun ouders.

Concreet:

  • Voor het Vlaams Belang heeft elk kind recht op aangepast onderwijs, rekening houdend met zijn capaciteiten en gebreken.
  • Afbouw van het M-decreet en meer investeringen en aanbod in het buitengewoon onderwijs.
  • Elke school in het gewone onderwijs moet voldoende middelen krijgen voor de aanwerving van zorgleerkrachten voor leerlingen die extra begeleiding nodig hebben. Bij duaal leren moeten gemotiveerde leerlingenbegeleiders van een bedrijf de overstap naar het onderwijs kunnen maken met behoud van hun anciënniteit.
  • Er moeten doorgroeischolen komen om bovengemiddelde talenten volledig tot hun recht te laten komen.
  • Het Vlaams Belang wil ons traditionele onderwijs dat Vlaanderen aan de Europese top heeft gebracht beschermen tegen nieuwe ideologisch gedreven hervormingen die de kwaliteit nog verder dreigen aan te tasten.
  • Het Vlaams Belang is voorstander van centrale examens waarbij de leerlingen moeten bewijzen dat zij de eindtermen bereiken en de scholen moeten aantonen dat het onderwijs dat zij verstrekken voldoende kwalitatief is.
  • Eindtermen mogen niet leiden tot nivellering. Eindtermen zijn minimumdoelstellingen. Scholen die hun leerlingen meer willen en kunnen aanleren dan de eindtermen verplichten, hebben daartoe de vrijheid en mogen niet terechtgewezen worden door de inspectie.
  • De Vlaamse regering moet de politieke neutraliteit van ons onderwijs opnieuw herstellen en een einde maken aan politieke indoctrinatie van leerlingen.
  • Het Vlaams Belang wil een vak ‘burgerschap’ op school dat kadert in een beleid van civiel nationalisme.
  • Het Nederlands moet de exclusieve communicatietaal blijven in de klas en op de speelplaats.
  • Het Vlaams Belang is voorstander van taalbadklassen waar anderstalige leerlingen gedurende een vol schooljaar bijgeschoold worden in onze taal. Pas na het verwerven van een voldoende taalniveau kunnen ze instromen in het reguliere onderwijs.
  • Technische en beroepsopleidingen moeten beter gepropageerd worden. Het lesmateriaal moet er gemoderniseerd worden en er moet worden geïnvesteerd in een werkattitude, onder meer door een veelvuldig inbouwen van goed begeleide stages.
  • Aantrekkelijker maken van het beroep van leerkracht. Leerkrachten moeten sneller jobzekerheid krijgen en leerkrachten die bepaalde prestaties neerzetten moeten beter verloond kunnen worden.
  • Leerkrachten moeten verlost worden van de toenemende bureaucratie en voor zorgtaken voldoende ondersteund worden door speciaal opgeleide personen.
  • Er moet beter, efficiënter geïnvesteerd worden in de schoolgebouwen.
  • Verouderd werkmateriaal moet vervangen worden. Het stimuleren van initiatief door privébedrijven kan daaraan bijdragen.
  • Leerlingen kunnen niet verplicht worden deel te nemen aan activiteiten zoals moskeebezoeken en klimaatbetogingen.
  • Het Vlaams Belang wil een inschrijvingsbeleid dat de vrijheid van schoolkeuze maximaal garandeert zonder voorrang op basis van socio-economische criteria.
  • Niet de overheid moet bepalen waar de kinderen naar school gaan, wel de ouders.
  • Een degelijke kwaliteitscontrole moet garanderen dat élke school opnieuw degelijk onderwijs verstrekt zodat de huidige druk op bepaalde kwalitatieve scholen afneemt.
  • Het Vlaams Belang wil dat er in het Brusselse Nederlandstalig onderwijs bij de inschrijvingen een absolute voorrang wordt toegekend aan Brusselse Vlamingen. Ook in de Vlaamse Rand rond Brussel moet een gelijkaardig voorrangsbeleid voor Nederlandstaligen worden ingevoerd.
  • Het Vlaams Belang is geen voorstander van een verdere verlaging van de leerplicht onder de vijf jaar.
  • Het GOK-decreet moet afgeschaft worden.
  • Geen verdere verhoging van de maximumfacturen in het basisonderwijs.
  • Een gediversifieerde maximumfactuur in het secundair onderwijs.
  • Een kordate controle op het doorschuiven van schoolkosten naar de ouders.
  • Vlaams Belang wil een mentaliteitswijziging bij de scholen om dure uitstappen achterwege te laten, behalve wanneer zij een echte meerwaarde hebben voor kennisoverdracht.
  • Er moet werk gemaakt worden van échte studietoelagen voor het secundair onderwijs mét de ingebouwde garantie dat deze toelagen enkel voor onderwijskosten gebruikt worden.

[/read]

Terug naar overzichtspagina