De rechten van sommige kinderen in België worden niet gerespecteerd. Zij vertellen u waarom.

“Als ik niet het leven had geleid dat ik had buiten de school, had ik kunnen doorzetten. Dan had ik wel de kracht gehad. Maar ik heb te veel meegemaakt. Dan kun je nog zo hard je best doen, het lukt niet.” Deze getuigenis werd opgetekend door UNICEF België. De organisatie is overal ter wereld aanwezig, maar ook in België, waar ze de rechten van alle kinderen verdedigt door de stem van de meest kwetsbaren te laten horen.

In een nieuw What Do You Think rapport getuigen duizenden jonge mensen over hun uniek parcours, hun ervaringen, maar ook hun dromen. Deze kinderen werd veel te vroeg hun onbezorgdheid ontnomen. Ze leven geïsoleerd, in armoede. Ze zijn nog zo jong en hebben al zo veel meegemaakt.

Het rapport ‘What Do You Think’

Dit “Alternatief rapport van de kinderen in België aan het Comité voor de Rechten van het Kind” is gebaseerd op gesprekken die werden gevoerd in het kader van het ‘What Do You Think’-project. De doelstelling van dit project is om de stem van kinderen en jongeren te laten horen op het hoogste niveau. Hun opinies worden vervolgens voorgelegd aan het Comité voor de Rechten van het Kind. Enkele van die getuigenissen zal het Comité meenemen in zijn finale aanbevelingen aan de Belgische staat, in januari 2019.

Enkele opvallende elementen uit de getuigenissen:

Kinderen zijn zich bewust van hun precaire levensomstandigheden

© UNICEF/Benjamin Denolf

We worden groot in deze buurt, we overleven er, we beschermen ons zo goed als we kunnen. In het park spelen we te midden van dealers, smokkelaars, bendes en uitwerpselen van honden. In onze buurt hebben we ook last van overvallen, diefstallen, agressie, druggebruik, alcohol en ruzies.

In hun eigen leefomgeving en buurt voelen de kinderen het meest hoe zorgwekkend hun situatie is. Het geweld in bepaalde arme buurten weegt zwaar op hen. Ze zouden liever in een betere omgeving leven en stellen de onveiligheid aan de kaak.

Geen job, geen geld, geen OCMW, geen inkomen. Wat zou jij doen? Gaan bedelen om twee euro per dag te verdienen of een groter risico nemen om in één keer meer geld te bemachtigen?

De kinderen betreuren dat de inkomens van de armste huishoudens niet meer beschermd worden. Ze tonen zich zeer bezorgd over het afzwakken van bepaalde sociale hulpmechanismen, zoals de vermindering van hulp door de OCMWS’s of het verdwijnen van de voedselbanken.

Er zijn geen gelijke kansen op school

De kinderen tonen zich enorm matuur en hekelen de devalorisatie van het leerkrachtenberoep. Leerkrachten moeten van hen een echt statuut krijgen zodat scholen een hefboom kunnen vormen om uit de armoede te ontsnappen. Ze bekritiseren het feit dat er scholen bestaan voor rijken en armen, waar niet alle kinderen dezelfde slaagkansen hebben. Deze vaststellingen weerspiegelen het slechte gevoel dat vele kinderen hebben wanneer ze begrijpen dat Belgische scholen de neiging hebben hen door te verwijzen naar ‘lagere’ niveaus.

In plaats van kinderen te steunen en hen voor te stellen inhaallessen te volgen, wordt voor de gemakkelijke oplossing gekozen en worden ze doorverwezen naar technisch-, beroeps- of buitengewoon onderwijs. Op die manier wordt hun toekomst verwoest en verspild.

De afwezigheid van onderwijzers is ook iets wat de kinderen bezighoudt. Ze dromen van leerkrachten die hen ondersteunen, bijlessen op school of tijdens de vakantie, en een aangepaste infrastructuur:

Mijn zus was bang om naar school te gaan omdat ze bezorgd was dat het plafond op haar zou vallen.

De kinderen willen ook dat er een einde komt aan de intimidatie waarvan zij het slachtoffer zijn. Ze willen graag oplossingen aangereikt krijgen om preventief te leren omgaan met pesters.

Ik werd vaak lastiggevallen tijdens de speeltijd, en dat was slecht voor mijn concentratie. Toen ik het vertelde aan de leerkracht zei ze: “Je problemen hebben daar niets me te maken, je snapt gewoon de materie niet. We sturen je naar het buitengewoon onderwijs, daar zal je het wel leren”

Het lastiggevallen worden, de vele regels, opeenvolgende mislukkingen, eenzaamheid, eventuele hulp die een kind biedt aan een zieke ouder of ouder zonder inkomen, moeilijkheden om het persoonlijk leven met de studies te combineren en het alleenwonen zorgen ervoor dat sommige kinderen geen andere keuze hebben dan te stoppen met school.

Het rapport ‘What Do You Think’

Jonge moeders in moeilijkheden

Als je hier een dag zou doorbrengen, zou je doodgaan, vertelde de 17-jarige Zakia. Je kunt hier niet koken, je kunt je niet verzorgen als je ziek bent, je kunt niet voor je baby zorgen. We hebben niet voor dit leven gekozen. Er wonen hier een heleboel mensen, vol virussen en microben voor de baby’s. Dat maakt me bang en ik kan er niet van slapen. Dan bid ik tot God, want ik heb niemand. De baby huilt, dat blijft maar duren. Ik heb niemand die me helpt. Mijn baby wil niet eten, het eten is niet goed. Ik kan alleen maar borstvoeding geven, maar ik heb niet genoeg. Ik kan niet zomaar om het even wat aan mijn kind geven.

Onder de migranten- en vluchtelingenkinderen vinden we ook geïsoleerde minderjarige mama’s. Zij zijn bijzonder kwetsbaar. Boven alles vragen ze om begeleiding in een veilige omgeving en aangepaste voeding voor hun baby’s.

© UNICEF/Lyon

Net zoals deze jonge mama, stellen ook andere kinderen de wereld rond zich in vraag. Ze denken na over hun omgeving, en beelden zich een betere wereld in voor alle kinderen.
Dit zijn maar enkele van de uitdagingen waarmee kinderen geconfronteerd worden. Nu is het aan ons om te onderzoeken hoe onze maatschappij de rechten van sommige kinderen aanpakt of verwaarloost, om vervolgens oplossingen te vinden.

Het “Alternatief rapport van de kinderen in België aan het Comité voor de Rechten van het Kind” werd mogelijk gemaakt met de steun van: