UNICEF en IS-kinderen: Reactie op opiniestuk De Standaard (3/11/2018)

In een opiniestuk “Foute vaders, stoute kinderen?” verschenen in de Standaard van 3/11/2018 hekelt Paul Goossens de lakse aanpak van de kinderen van Belgische IS-strijders, die in Koerdische kampen in Syrië verkommeren, door de Belgische regering. Daarnaast stelt hij zich ook vragen rond de actieve betrokkenheid of passiviteit van diverse organisaties, waaronder ook UNICEF, in deze materie.

Het volledige artikel kan u hier bekijken. Hieronder het deel van de tekst rond UNICEF uit het artikel van Paul Goossens:

“…. Ook de vele organisaties die zich om het welzijn en de veiligheid van ’t jonge volk inzetten, geven niet thuis. Zelfs de talrijke Unicef-ambassadeurs, die in exotische contreien zo graag met jeugdige onschuld op de foto staan, zwijgen. …”

In ‘Brief van de Dag’ verschenen in de Standaard van 8/11/2018, reageert Olivier Marquet, Algemeen Directeur UNICEF België op deze beweringen. Het volledige artikel kan u hier bekijken en hieronder herlezen.

Het lot van de “IS-kinderen“ is een moeilijk en miskend verhaal.  Dat er de voorbije weken een publiek debat op gang kwam rond dit probleem, is een goede zaak. Dat Paul Goossens het nodig acht om in zijn opiniestuk (DS 3 november) onze betrokkenheid rond deze problematiek in vraag te stellen, maakt ons iets minder enthousiast. De conclusie dat bepaalde organisaties -zoals de onze- zich het lot van de “IS-kinderen” niet zouden aantrekken omdat ze hierover niet in het publiek debat gaan,  is niet alleen onterecht, maar doet afbreuk aan de inzet van diverse organisaties (waaronder UNICEF).

Niet alles moet zich zich in de media afspelen. Integendeel. De kinderen zijn gebaat bij een discrete aanpak buiten de spotlights.  Een aanpak die hun anonimiteit garandeert en voorkomt dat hun “negotiatie-waarde” voor de betrokken partijen ter plekke waaronder Daesh, zou stijgen als gevolg van de media-aandacht.  Daarom was UNICEF  de voorbije maanden actief achter de schermen rond deze dossiers.  In eigen land via het verstrekken van informatie en het totstandbrengen van een overleg tussen alle  betrokken partijen en organisaties.  Op het terrein, via diplomatiek overleg en samen met buurland Frankrijk bijvoorbeeld, door advies te verstrekken aan de overheid bij de uitwerking van een aangepast beleid voor opvang en begeleiding van returnees.

Bij dit alles pleiten we ervoor dat er duidelijkheid komt inzake het aantal betrokken kinderen.  De cijfers die nu gebruikt worden, verschillen afhankelijk van de bron. We pleiten ook voor een gezamenlijke aanpak met alle betrokken actoren.

Bovenal, is er nood aan discretie. De kinderen mogen niet gestigmatiseerd worden en hun leven beginnen met het label van een “IS-kind “.  In tegendeel.  Ieder kind verdient een kans op een veilige en gelukkige kindertijd en moet zich ten volle kunnen ontwikkelen.

Als we onze ambassadeurs daar één keer voor op stal moeten houden, hebben we dat er graag voor over.

Olivier Marquet, Algemeen directeur, UNICEF België