Trefwoorden

Fotoreportage: Een strijd om te overleven in Kasaï

In de regio Kasaï, in de Democratische Republiek Congo, zijn door het geweld mensen massaal op de vlucht geslagen. Honderdduizenden families kunnen daardoor hun land niet meer bewerken. Duizenden kinderen die maandenlang in rudimentaire omstandigheden hebben moeten overleven in de brousse, lijden nu aan ernstige, acute ondervoeding en hebben levensreddende verzorging nodig. Om deze kinderen de nodige zorg te kunnen geven, ondersteunt UNICEF de gezondheidscentra ter plaatse.

Therese Mulopo, in een gezondheidscentrum in Kasaï

« Vroeger teelden we rijst en bonen, maar nu groeit hier niets meer, omdat we vorig jaar niets hebben kunnen zaaien », vertelt Therese Mulopo, in een gezondheidscentrum in Kasaï. Ze legt uit waarom zij en haar gezin niet terug naar huis kunnen keren. Terwijl ze met ons praat ligt haar 4 maanden oude baby, Mbombo Marth, in haar armen te slapen.

Ngalula Badiendele in Kananga

« We waren gedwongen ons te verschuilen in de brousse toen het conflict is uitgebroken», vertrouwt Ngalula Badiendele ons toe. Ze neemt samen met haar kinderen deel aan een een sessie waar ze haar kinderen laat screenen op ondervoeding in een gezondheidscentrum in Kananga.

Kajunga (het derde kindje van links), 17 maanden, en Tshipala (rechts), 3 jaar blijken allebei aan ondervoeding te lijden.

« Sinds het geweld is uitgebroken, eten we enkel nog maniok. Soms, als mijn ouders wat geld vinden, kopen we tarwe om een maaltijd te bereiden. Maar vaak gaan we slapen met een lege maag », getuigt Ntambwe, met haar broertje Nalula, 3 jaar, in de armen. Het kleintje lijdt ook aan ondervoeding.

Bakena Mukendi

« Toen het geweld is uitgebroken, zijn we de brousse in moeten vluchten met de hele familie », legt Bakena Mukendi uit, terwijl ze haar ondervoede dochtertje van 1 maand oud wiegt. Naast haar staat haar zoontje Manatshitua, 28 maanden oud. «Al mijn kinderen zijn ziek geworden tijdens deze periode. Ze hadden koorts en diarree. »

« Ik ben er trots op dat ik ondanks onze situatie et onze magere inkomsten, mijn kinderen naar school heb kunnen sturen. Ik weet immers hoe belangrijk onderwijs is voor hun toekomst », vertelt Bakena opgetogen.

« Ik ben naar het gezondheidscentrum gekomen, omdat mijn dochter al een maand niet goed meer eet », legt Bertine, 14 jaar uit. Ze houdt haar dochtertje van 1 jaar oud, Bakatuseka, in de armen. «Het was niet makkelijk in de brousse. Er was niets te eten. »

« Mijn dochter werd vermoord toen de conflicten zijn uitgebroken in april 2017. Ze laat 6 kinderen achter », vertrouwt Tshiela Masengu ons toe. In haar armen houdt ze haar kleinzoon Jean, 4 jaar.  « Tijdens de gevechten zijn we naar de brousse gevlucht », voegt ze eraan toe. We zijn er meerdere weken gebleven en hadden er niets te eten. Het is op dat moment dat Jean ziek is geworden. »

« Toen de onzekerheid Kananga trof, ben ik de brousse ingevlucht […], de voedselsituatie was erbarmelijk », getuigt Muya Kapuky. Hij wordt vergezeld van zijn kinderen, Chosa (links) 3 jaar, en Muhipay, 4 jaar. « Ik heb schrik dat ik mijn twee kinderen ga verliezen. Ze lijden allebei aan ondervoeding. Gelukkig krijgen ze hier gratis voedingszorg.»

Steun de kinderen in Kasaï