Vluchtelingenkinderen in Griekenland hebben dringend hulp nodig

Het aantal alleenreizende vluchtelingenkinderen dat in overvolle en gevaarlijke opvangkampen in Griekenland verblijft – of soms in detentiecentra – is gestegen tot meer dan 1.100 kinderen. Dat is het hoogste aantal sinds drie jaar. UNICEF dringt er bij de Europese lidstaten op aan om meer te doen voor deze zeer kwetsbare kinderen en hen te helpen.

Vorig weekend overleed een kind en twee anderen raakten gewond bij een gewelddadig incident in het opvangkamp van Moria. Deze meest recente tragedie laat weer zien dat de situatie in de opvangkampen in Griekenland onhoudbaar wordt,’ zegt Afshan Khan, coördinator bij UNICEF voor vluchtelingenopvang in Europa. ‘We blijven er bij de Griekse autoriteiten op aandringen dat kinderen moeten worden overgebracht naar adequatere accommodatie op het vasteland, maar Griekenland kan alleen niet voldoende voor deze vluchtelingenkinderen zorgen. Het is daarom van groot belang dat Europese regeringen meer doen voor alleenreizende vluchtelingenkinderen. Bijvoorbeeld zorgen voor opvang elders, of versnelde hereniging met familieleden die al in Europa verblijven.’

Om de penibele situatie nog duidelijker onder de aandacht te brengen, heeft UNICEF een korte film uitgebracht over de wanhoop en de droom van jongens uit ‘Sectie B’. Dat is een gedeelte van het opvangkamp in Moria op Lesbos, dat speciaal is ingericht om extra bescherming te bieden aan alleenreizende kinderen. De film laat de moeilijke omstandigheden in het opvangcentrum zien, en vertelt daarnaast over de ellende die kinderen thuis meemaakten en hen ertoe bracht te vluchten, de gevaarlijke reis die ze ondernamen en hun angst over hun onzekere toekomst.

‘Ik kon geen opleiding volgen. Vanwege de onveiligheid moest ik vluchten,’ vertelt de 16-jarige Morteza (niet zijn echte naam) uit Afghanistan, één van de jongens uit de film. Over andere jongens in sectie B zegt hij: ‘Ik denk dat ze dag na dag hun verstand verder verliezen. Soms snijden ze zichzelf. Ik wil niet hetzelfde worden.’

Het opvangkamp in Moria is bedoeld om 3.000 vluchtelingen op te vangen, maar op dit moment verblijven er 8.700 mensen, waaronder 3.000 kinderen. Sectie B heeft ruimte voor 160 alleenreizende kinderen, maar huisvest er momenteel 520.

Europese regeringen en EU-instituten zouden de volgende acties moeten ondernemen om de rechten van vluchtelingenkinderen beter te beschermen:

  • Meer alleenreizende kinderen uit Griekenland, Italië en Spanje overplaatsen naar andere landen.
  • Snellere hereniging met familieleden die al in Europa verblijven.
  • Meer steun voor de landen die de hoogste aantallen vluchtelingen opvangen

Zodra kinderen Europa binnenkomen, zouden Europese regeringen samen moeten werken om er zeker van te zijn dat vluchtelingenkinderen toegang hebben tot veilige en goede opvang. Detentie zou geen optie moeten zijn. Onderweg door Europa hebben kinderen onmiddellijke toegang nodig tot hulp en ze moeten een veilige doorgang krijgen. Speciale opvang en bescherming zijn van belang. Ook alleenreizende kinderen hebben het recht op veiligheid.

Op dit moment zijn er meer dan 32.000 vluchtelingenkinderen in Griekenland, waaronder meer dan vierduizend alleenreizend. De afgelopen drie jaar heeft UNICEF in Griekenland meer dan 60.000 kinderen en hun families kunnen helpen met psychosociale zorg, gezondheidszorg en onderwijs. Samen met de lokale overheid gaf UNICEF 85.000 vaccins om vluchtelingenkinderen te beschermen tegen ziekten.

Vaststellingen en bekommernissen over de niet-begeleide of van hun ouders gescheiden kinderen (hierna: NBG-kinderen) in België

  • De laatste vijf jaar komen steeds meer NBG-kinderen aan in België, met een uitzonderlijke piek in 2019
  • Volgens de eerste registraties in 2018, zijn ze het vaakst afkomstig uit Eritrea, gevolgd door Afghanistan, Algerije, Marokko en Soedan. De voorbije twee jaar waren NBG-kinderen het vaakst afkomstig uit Eritrea.
  • Sedert verscheidene jaren zijn de meeste gesignaleerde NBG-kinderen jongens: 89% in 2015, 84% in 2016, 86% in 2017 en 82% in 2018.
  • Het grootste deel van de gesignaleerde NBG-kinderen is tussen 16-17 jaar oud, maar het aantal kinderen tussen 11-15 jaar steeg vergelijking met 2015.
  • Het totaal aantal gesignaleerde NBG-kinderen, dubbele tellingen inbegrepen, steeg in 2018 tot 7979; wat het redelijk maakt om te veronderstellen dat een aanzienlijk groot deel onder hen zich zonder toegang tot bescherming op ons grondgebied bevindt.
  • Een aanzienlijk deel van de gesignaliseerde NBG-kinderen ronden de identificatieprocedure niet af en verdwijnen voor of na de eventuele leeftijdstest. Dat is vooral het geval bij de zogenaamde “migratietransits” in België.
  • In 2018 lag het totale beschermingsniveau (erkenning) voor de NBG-kinderen in België op 72%.