Zonder internationale actie kan de COVID-19 crisis een bijzonder ernstige impact hebben op vluchtelingen, migranten en intern ontheemden

Verklaring van UNICEF-directeur Henrietta Fore

 

“COVID-19 zal vrijwel zeker voet aan de grond krijgen in vluchtelingenkampen, overvolle opvangcentra of detentiecentra met migrantenfamilies. Gezien hoe snel het virus zich verspreidt, lijkt een dergelijk scenario op handen te zijn.

Zelfs zonder pandemie worden ontheemde kinderen en gezinnen – die als vluchtelingen, migranten of intern ontheemden leven – geconfronteerd met enorme belemmeringen voor toegang tot gezondheidszorg en preventieve diensten, zoals zuiver water en sanitaire voorzieningen. Dus wanneer een besmettelijke ziekte toeslaat, wordt hun risico vergroot.
Een uitbraak van een luchtwegaandoening zoals COVID-19 kan zich gemakkelijk verspreiden door de overbezetting en onveilige omstandigheden die typisch zijn voor veel kampen of plaatsen waar gezinnen op de vlucht een onderkomen zoeken. Gezinnen in deze omgevingen riskeren sneller ziek te worden en zijn minder goed in staat om de ziekte te bestrijden door een gebrekkige toegeng tot hulp.

We hebben het niet over een beperkt aantal mensen. Momenteel zijn er wereldwijd 31 miljoen kinderen uit hun huizen verdreven, waaronder meer dan 17 miljoen ontheemden, 12,7 miljoen vluchtelingen en 1,1 miljoen asielzoekers. Ze hebben allemaal een vorm van hulp nodig. De meesten van hen hebben niet de luxe om een dokter te bellen als ze ziek zijn, hun handen te wassen wanneer dat nodig is, of om fysiek afstand te nemen om de overdracht van ziekten te stoppen.

Elke reactie van de volksgezondheid op de pandemie moet de meest kwetsbaren bereiken, inclusief vluchtelingen, migranten en mensen die intern ontheemd zijn. Dit betekent gelijke toegang tot testen en behandeling garanderen, evenals toegang tot informatie over preventie en tot water- en sanitaire voorzieningen. Er moeten plannen zijn voor veilige, gezinsvriendelijke zorg en ondersteuning voor kinderen die gescheiden zijn van hun verzorgers of waarvan de verzorgers overeden zijn.

Het betekent ook dat inperkingsmaatregelen, zoals sluitingen aan de grens en bewegingsbeperkingen, het recht van kinderen om asiel aan te vragen en hereniging met gezinsleden niet mogen belemmeren. Het mag evenmin de inspanningen van hulporganisaties om humanitaire hulp te verlenen, belemmeren. Ontwortelde kinderen en gezinnen moeten snel uit de gevarenzone worden verplaatst naar geschikte accommodaties waar ze toegang hebben tot water, zeep, fysieke afstand en veiligheid.

UNICEF werkt samen met partners om de verspreiding van de ziekte onder vluchtelingen, migranten en ontheemden te voorkomen. Dit omvat het bevorderen van hygiënepraktijken in opvangcentra, kampen en andere accommodatiesites. Maar ook het ontwikkelen en verspreiden van nauwkeurige, kindvriendelijke informatie over COVID-19 en materialen om stigma te bestrijden en positief ouderschap te bevorderen. Het omvat ook de verdeling van hygiënemiddelen en de bevordering van de toegang tot zuiver water.
Maar we kunnen dit niet alleen. Meer dan ooit moeten overheden en de internationale gemeenschap krachten bundelen om de meest kwetsbaren in deze ongekende tijden te beschermen.”