Secure payment
Bijgewerkt op 12 juni 2026
Ondanks het aangekondigde staakt-het-vuren dat sinds 17 april van kracht is, duurt de ontheemding en humanitaire crisis in Libanon nog steeds voort. Burgers en kinderen betalen nog steeds een zware prijs. Op 9 april heeft de escalatie van het geweld in Libanon naar schatting geleid tot minstens 2.196 dodelijke slachtoffers, waaronder 172 kinderen. Ondanks een staakt-het-vuren op 17 april 2026, zouden minstens 59 kinderen zijn gedood of gewond geraakt. Dit hoge aantal slachtoffers valt samen met een verdere intensivering en geografische uitbreiding van de luchtaanvallen in Zuid-Libanon, Beiroet en de Bekaa naar nieuwe gebieden, zoals het district Saïda. Hierdoor worden steeds meer mensen opnieuw gedwongen op de vlucht te slaan. Veel getroffen gezinnen verblijven momenteel in overvolle opvangplaatsen of leven in moeilijke omstandigheden.
De escalatie van het geweld heeft geleid tot massale volksverhuizingen. In slechts drie weken tijd zijn meer dan 370.000 kinderen gedwongen hun huis te ontvluchten — gemiddeld 19.000 per dag. In totaal is bijna 20% van de Libanese bevolking, meer dan een miljoen mensen, ontheemd geraakt, vaak al voor de tweede, derde of zelfs vierde keer. Door het schrijnende tekort aan opvangmogelijkheden slapen sommigen zonder enige vorm van bescherming, terwijl duizenden anderen vastzitten in moeilijk bereikbare gebieden. Velen kunnen niet vertrekken vanwege de voortdurende onveiligheid, gebrek aan transport of uit angst hun huis en bron van inkomsten voorgoed te verliezen.
Deze nieuwe golf van verplaatsingen vindt plaats terwijl kinderen nog niet hebben kunnen herstellen van de vorige escalatie van 15 maanden geleden. Naast de impact van onophoudelijke bombardementen en luchtaanvallen ervaren naar schatting 770.000 kinderen hoge stress. Kinderen en verzorgers melden symptomen die verband houden met traumatische stress en rouw, waaronder nachtmerries, slapeloosheid en gevoelens van hopeloosheid. Zonder mentale ondersteuning lopen deze kinderen het risico op levenslange psychische problemen.
Ongeveer 435 openbare scholen dienen momenteel als opvangcentra, waardoor het onderwijs van meer dan 115.000 leerlingen wordt onderbroken. Tegelijkertijd staan basisvoorzieningen zoals gezondheidszorg, water, sanitaire voorzieningen en elektriciteit zwaar onder druk. Watertanks en pompstations zijn vernietigd, waardoor tienduizenden mensen geen toegang meer hebben tot drinkwater.
De afgelopen jaren heeft het land bovendien een opeenstapeling van andere grote crises doorgemaakt: de verwoestende explosie in de haven van Beiroet en een economische ineenstorting die het land vijf jaar lang heeft lamgelegd.
Ondanks de grote toegangsbeperkingen en de aanhoudende vijandelijkheden is UNICEF erin geslaagd om:
- Toegang tot drinkwater en sanitaire voorzieningen garanderen voor meer dan 2,6 miljoen mensen (waaronder 385.000 ontheemden) dankzij de levering van brandstof en dringende reparaties aan de water- en sanitaire systemen;
- 188.155 mensen die ontheemd zijn of in moeilijk bereikbare gebieden wonen, te voorzien van essentiële goederen;
- Bijna 11.839 kinderen en verzorgers toegang te geven tot psychosociale hulp in opvanglocaties. Die ondersteuning wordt gecombineerd met leer- en vrijetijdsactiviteiten die het welzijn en de veerkracht versterken.
UNICEF roept op tot ongehinderde humanitaire toegang, een onmiddellijke stopzetting van de aanvallen op civiele infrastructuur en een staakt-het-vuren. Honderdduizenden kinderen die ontheemd zijn geraakt hebben dringend nood aan veiligheid en stabiliteit.
Wil je graag meer weten over humanitaire crises en de impact ervan op de rechten van kinderen?
Luister dan naar de derde aflevering van onze podcast ‘Time to Talk’.