Bijgewerkt op 23 juni 2026
Ebola-uitbraak: aantal stefgevallen blijft oplopen
Momenteel zijn al meer dan 1.000 mensen besmet geraakt in de DRC met de Bundibugyo-variant van het ebolavirus. Omdat er voor deze variant geen vaccins of goedgekeurde behandelingen beschikbaar zijn, vormt de uitbraak een bijzonder ernstige bedreiging voor de volksgezondheid.
In het oosten van de DRC lopen naar schatting 2,95 miljoen kinderen en adolescenten risico op besmetting met het virus, terwijl ze tegelijkertijd te maken krijgen met een uitval van verschillende essentiële gezondheids- en basisdiensten. Hoewel de situatie blijft evolueren, blijkt nu al dat kinderen onevenredig zwaar worden getroffen door de uitbraak. Zij vertegenwoordigen ongeveer 15 procent van alle besmettingen en meer dan een kwart van de sterfgevallen. In Oeganda gaat het om 20 besmettingen en zo'n twee sterfgevallen.
Kinderen en adolescenten die besmet zijn geraakt met het virus hebben bovendien bijna twee keer zoveel kans om te overlijden dan volwassenen. Dit benadrukt de dringende noodzaak om hen centraal te stellen in onze humanitaire respons.
De impact op kinderen
Kinderen worden niet alleen getroffen door het virus zelf. De uitbraak verstoort ook hun dagelijkse leven en hun toegang tot essentiële diensten. Scholen sluiten hun deuren, gezondheids- en voedingsprogramma's komen onder druk te staan en sommige kinderen verliezen hun ouders of verzorgers.
Daarnaast kunnen angst en stigma ervoor zorgen dat getroffen kinderen sociaal geïsoleerd raken, met ernstige psychosociale gevolgen. Veel kinderen waren er al enorm kwetsbaar door ondervoeding, lage vaccinatiegraden en slechte gezondheidszorg. Bovendien lijken de eerste symptomen van het ebola-virus sterk op die van veelvoorkomende ziekten zoals malaria. Dit maakt het moeilijk om een diagnose te stellen.
In Ituri, een provincie in het noordoosten van de DRC, krijgen 135 kinderen die door de uitbraak familieleden zijn verloren, mentale ondersteuning. Ook openden we een eerste opvangcentrum voor baby's en jonge kinderen die tijdelijk gescheiden zijn van hun ouders of verzorgers.
UNICEF stuurde al een eerste lading noodhulp naar de DRC:
- Meer dan 150 ton aan essentiële hulpgoederen, waaronder beschermingsmateriaal voor gezondheidswerkers en ontsmettingsmiddelen en andere medische benodigdheden;
- We zetten gespecialiseerde noodhulpteams in voor opsporing, infectiepreventie en voorlichting om verdere verspreiding van het virus tegen te gaan;
- Kinderen krijgen extra ondersteuning, waaronder gezondheidszorg en psychosociale begeleiding.
Toenemend geweld
In december 2025 vluchtten bijna 90.790 mensen uit Zuid-Kivu naar Burundi. De meesten van hen verblijven in het vluchtelingenkamp van Busuma, in de gemeente Ruyigi. Dat kamp is echter al overbevolkt en niet uitgerust om deze toestroom op te vangen. De omstandigheden zijn er schrijnend: er is onvoldoende onderdak, een tekort aan warme kleding en een gebrek aan water, … Vooral kinderen, zwangere vrouwen en ouderen lopen hierdoor ernstige risico’s, zoals onderkoeling, luchtweginfecties en ondervoeding.
Deze nieuwe crisis komt bovenop een al zwaarbelaste humanitaire context. De uitbreiding van M23 in Noord- en Zuid-Kivu en de intensieve gevechten in Ituri hebben geleid tot een ernstige verslechtering van de situatie, met massale volksverplaatsingen tot gevolg. Zo arriveerden in februari al 36.000 vluchtelingen, terwijl de terugkeer van nog eens 100.000 Burundezen uit Tanzania wordt verwacht. Daarnaast verergeren de gevolgen van recente overstromingen de noodsituatie verder. De schade aan gezondheidsinstellingen en de sluiting van sommige ziekenhuizen hebben de essentiële zorg verstoord, terwijl het aantal gewonden sterk toeneemt. Gezondheidsdiensten komen hierdoor onder zware druk te staan.
De conflictpartijen in de regio’s richten zich op jongeren door massale rekruteringscampagnes op te zetten. Hierdoor is het risico op ontvoering en gedwongen rekrutering van kinderen aanzienlijk toegenomen. De Democratische Republiek Congo heeft al een van de hoogste aantallen geverifieerde gevallen van kinderrekrutering in conflicten sinds de wereldwijde registratie begon in 2005.